Claimcultuur bedreigt onderwijs

Mondige ouders zullen steeds vaker naar de rechter stappen als de gang van zaken op school hun niet bevalt. Dat is geen goede ontwikkeling, meent advocaat Wilco Brussee.

EEN MEISJE in groep acht kan niet goed meekomen. Ze krijgt op haar openbare basisschool bijles (remedial teaching), maar dat levert onvoldoende op. Vindt haar vader. Hij schakelt een particulier bijlesinstituut in. Een paar maanden later draait het meisje weer volop mee. Nu claimt de vader vergoeding van de gemaakte kosten bij de gemeente.

Het is een van de dossiers uit de ladekast van Wilco Brussee, directeur en advocaat bij Hobéon Brussee Onderwijsrecht in Den Haag. Sinds 1999 houdt Brussee zich bezig met onderwijsrecht. Aanvankelijk vooral als advocaat voor onderwijsinstellingen in geschillen met de overheid, maar de laatste tijd steeds vaker voor particulieren (mondige ouders), die de onderwijskwaliteit van de school aanvechten. Of hij is verweerder voor de `aangevallen' scholen. ``Ik stel een toenemende juridisering vast op het gebied van onderwijs'', zegt Brussee.

Hij is niet de enige. Prof. Ben Vermeulen, hoogleraar Staatsrecht aan de VU en Onderwijsrecht aan de VU en de Radboud Universiteit heeft het over ``een trend die nog bescheiden is''. In Nederland kwam het voor het eerst tot een schadevergoeding bij de zaak-Schaapman in 2000. Ouders klaagden daarin een Montessorischool aan wegens onvoldoende onderwijskwaliteit. Intussen is de rechter in een handjevol zaken tot een uitspraak gekomen.

Volgens Vermeulen zijn mogelijk veel zaken in den minne geschikt. Hoeveel precies is onbekend: ``Het is moeilijk in te schatten hoe het zal gaan lopen, maar als je ervan uitgaat dat wat in de Verenigde Staten gebeurt hier twintig jaar later komt, dan staat ons nog heel wat te wachten. Ik verwacht bijvoorbeeld dat de integratieproblematiek voor een toename van het aantal rechtszaken zal gaan zorgen. Er zijn al verschillende uitspraken geweest van de Commissie Gelijke Behandeling, bijvoorbeeld rondom sluiers en spreidingsbeleid. Het is wachten op de rechtszaken op dit gebied.''

In de VS was de Brown-uitspraak van 1954 een belangrijke impuls tot procederen. Scheiding op grond van huidskleur werd in die tijd wettelijk verboden, maar in de praktijk trokken de Amerikaanse onderwijsinstellingen zich er weinig van aan. Activisten schakelden de rechter in en kregen gelijk. De Brown-uitspraak had een vliegwieleffect. Na de collectieve zaken werden ook individuele zaken aangespannen. Ouders gingen schadevergoeding eisen wegens slecht onderwijs, ongewenste intimiteiten, enzovoorts. Inmiddels is het onderwijsrecht een ware industrie geworden in de VS, met ruim tweeduizend onderwijsadvocaten (in Nederland zijn het er een handjevol). Het onderwijsrecht sluit daarmee naadloos aan bij de claimcultuur die de Verenigde Staten kenmerkt.

Dat is geen goede ontwikkeling, vindt Vermeulen. ``Op zich is aansprakelijkheidsstelling prima als het onderwijs op een school beneden het absolute minpunt komt. Scholen moeten immers niet immuun worden. In incidentele gevallen kan aansprakelijkheidsstelling een gunstig zweepslageffect hebben. Maar of de claimcultuur met zich meebrengt dat de kwaliteit van het onderwijs in zijn algemeenheid beter wordt, is volstrekt onduidelijk. Wat je wel ziet, is dat het de onderwijsorganisaties enorm belast. Het brengt negatieve publiciteit met zich mee. Al met al leidt het ertoe dat scholen in hun schulp kruipen. Er treedt risicomijdend gedrag op. Scholen worden huiverig om te experimenteren, want dat kan een mislukking betekenen. Ze gaan protocollen ontwerpen om zich in te dekken. Het onderwijs wordt een contractuele verhouding tussen leerling en instelling, met als gevolg dat het informele karakter van het onderwijs verdwijnt. Er wordt gezegd dat een contract een middel is om onderwijskwaliteit af te dwingen, maar ik geloof daar niet in. Want uiteindelijk komen onderwijsinstellingen tégenover leerlingen te staan, in plaats van dat zij samen hetzelfde doel dienen.''

In dat licht plaatst Vermeulen dan ook vraagtekens bij het huidige overheidsbeleid dat onderwijskwaliteit wil afdwingen door de student tot kritische onderwijsconsument te benoemen, klachtenprocedures uit te breiden, onderwijscontracten en accreditatie in te voeren. ``Dat is allemaal best, maar de onderwijsinstellingen zijn publieke instellingen die al jaren onderbekostigd zijn. Om dit soort zaken dan allemaal op ons bord te leggen, dat vind ik wat veel. Mijns inziens faciliteert de overheid met dit beleid een mogelijk forse toename van het aantal onderwijsrechtszaken.''

Brussee heeft nog meer aansprekende zaken. Een moeder vindt haar zoon slim genoeg om een klas over te slaan, maar de school denkt daar anders over. Beide partijen laten de jongen testen, maar komen tot een andere conclusie. De moeder spant de zaak aan bij de rechter. Uitspraak: de school heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid, testen van derden gelden niet. De moeder heeft haar kinderen van school gehaald.

Een andere zaak: een hoogbegaafde jongen heeft het moeilijk op het vwo. De school heeft geen `hoogbegaafdenbeleid' en laat de jongen aan zijn lot over. Hij doubleert en moet uiteindelijk naar het havo. De ouders dienen een klacht in bij de klachtencommissie, die de ouders in het gelijk stelt. Het schoolbestuur neemt de aanbevelingen over en belooft verbetering. De jongen keert terug naar het vwo, maar krijgt weer geen begeleiding. Hij doubleert opnieuw. Dan halen de ouders hem van school en sturen hem naar een particulier instituut. De ouders klagen de school nu aan wegens onrechtmatig handelen. Er ligt een schadeclaim van ruim 60.000 euro.

``In al deze gevallen draait het om de inspanningsverplichting van scholen'', zegt Vermeulen. ``En die kun je niet codificeren. Rechters hebben over het algemeen wel oog voor de omstandigheden waaronder scholen moeten werken, de krappe budgetten, de uiteenlopende niveaus van leerlingen. De meeste scholen voldoen aan hun inspanningsverplichting, maar het zijn de ouders die ontevreden zijn met het feit dat het onderwijs zich richt op de middenmoot. Zij vinden dat hun kind recht heeft op een speciale behandeling. En dat proberen ze zo af te dwingen.''