Bij handbal beschermt gerichte warming-up wél tegen blessures

Een goede warming-up, voorafgaand aan handbaltrainingen of -wedstrijden halveert het blessureleed. Dat blijkt uit onderzoek onder 120 Noorse handbalteams met spelers van 15 tot 17 jaar oud. De helft van de teams kreeg een seizoen lang een op de handbalsport toegespitste warming-uptraining. De andere helft bleef trainen zoals ze altijd al deden.

Met deze uitkomst ondermijnen de onderzoekers van het sporttrauma onderzoekscentrum in Oslo de moderne wetenschappelijke opvatting dat warming-ups geen invloed hebben op het aantal blessures. Onder andere uit Nederlands onderzoek bij amateurvoetballers bleek dat wel of geen warming-up nauwelijks invloed had op het aantal blessures.

De sportwereld is in de praktijk altijd in de warming-up blijven geloven. Veel sporters en trainers geloven eenvoudigweg in het prestatieverbeterende effect. Ze verwijzen dan naar kampioenen die ook altijd veel rekten, strekten en oefeningen vooraf deden. Sportblessurepreventie is belangrijk omdat op eerste hulp afdelingen 1 op de 5 à 10 patiënten met een in korte tijd ontstane verwonding een sporter is. Vaak zijn knieën of enkels getroffen, tijdens teamsporten als voetbal, basketbal en handbal.

De op handbal toegespitste Noorse warming-up week sterk af van het vrij plichtmatige rekken, strekken, loslopen en soepel maken wat sporters doorgaans vooraf aan een training of wedstrijd doen. De oefeningen waren vooral gericht op het opvangen van krachten waar knieën en enkels tijdens het handballen aan bloot staan. Er waren evenwichtsplankjes en balanceermatten beschikbaar en er werd ook al met de bal geoefend. Het voornaamste doel was om de spelers meer bewust te maken van de `bewegingskwaliteit' bij rennen, springen en landen en bij plotseling draaien of zijwaarts stappen. De spelers kregen ook instructie over de juiste houding en teamgenoten werden gestimuleerd om elkaars houding en bewegingen te corrigeren.

Tijdens het acht maanden durende wedstrijdseizoen liepen 262 van de 1837 spelers in totaal 298 blessures op. In de controlegroep raakten 167 spelers gewond en in de groep die de warming-uptraining kreeg 95. Maar de trainingsgroep was 80 mensen groter dan de controlegroep. Daardoor halveerde de kans op een blessure door de warming-up. Vier van de vijf verwondingen ontstonden acuut; de andere door overbelasting.

De onderzoekers denken dat hun methode uitgebreid kan worden naar andere sporten waar draaien, kappen, springen en zijwaarts stappen belangrijk is. Zoals bij voetbal en basketbal. Wellicht moeten de oefeningen per sport worden aangepast.