Angst regeert economie in Amerika en Europa

Er rest de roodgroene regering nog maar één middel om de amechtige Duitse economie weer op gang te krijgen. Daarvoor is het volgens het Duitse weekblad Die Zeit nodig om het sociale deel van de loonkosten te verlagen, bijvoorbeeld door de BTW te verhogen tot het peil van de buurlanden en de meeropbrengst in het sociale systeem te steken. Daarnaast zou je de investeringen op gang kunnen brengen, meent het blad, door de belasting te verlagen op winsten die gebruikt worden voor investeringen. En ten derde moet er voor het verminderen van de staatsschuld een landelijke regeling komen met bepalingen die minder vrijblijvend zijn dan die van het uitgeholde Europese Stabiliteitspact.

Het wordt hoog tijd dat dit alles gebeurt, meent het blad, want de tijd is voorbij dat economische oplevingen automatisch volgen op tijden van neergang. De laatste drie jaar meent de minister van economische zaken, Wolfgang Clement, elk jaar weer een zilveren straaltje aan de horizon te zien, maar telkens weer blijkt het aantal werklozen te zijn opgelopen, nu al tot ruim vijf miljoen, en steeds opnieuw blijkt de lang verbeide opleving nog even op zich te laten wachten.

Dat komt, denkt het blad, doordat Duitsland een crisis beleeft die anders is dan alle crises sinds de Tweede Wereldoorlog. Immers, de wereldeconomie groeit sneller dan ooit in dertig jaar. De Duitse export stijgt sneller dan die van alle andere industrielanden. En de Duitse beursgenoteerde ondernemingen zullen dit jaar naar verwachting 22 procent winst boeken. Maar desondanks investeert het bedrijfsleven niet en neemt het geen nieuwe mensen aan. De oorzaak van die verlamming bestaat volgens het blad uit ,,een mengeling van angst en economische berekening''. De angst is ingegeven door gebeurtenissen als de aanslagen van 11 september, de oorlog in Irak, de schandalen rond Enron en Worldcom en de stijging van de olieprijzen.

Soortgelijke problemen zijn er ook in de VS, schrijft Jeff Madrick in de New York Review of Books. Want de recessie van 2000 tot 2002 mag dan wel achter de rug zijn, de huidige opleving heeft tot dusverre ,,ongewoon weinig nieuwe banen en weinig loonsverhoging'' opgeleverd. En het is helemaal niet zeker dat dit alsnog gaat gebeuren, meent de auteur. Sommige Amerikaanse deskundigen wijten het verschijnsel aan ,,korte termijn factoren als de oorlog in Irak, de oorlog tegen de terreur, financiële schandalen en het pessimisme als gevolg van de laatste beursval''. Ze gaan er van uit dat de winsten van dit moment belegd worden in staatsobligaties of gebruikt worden voor het kopen van aandelen in de eigen onderneming. En als het bedrijfsleven weer vertrouwen heeft gekregen in de situatie komt de expansie vanzelf weer op gang, is het idee. Anderen, weet de auteur, wijzen erop dat de recente groei van de productiviteit niet het gevolg was van recente technologische vernieuwing, maar nog voortborduurt op de investeringen en innovaties van de jaren tachtig en negentig. Dat verklaart ook waarom het bedrijfsleven op dit moment zo weinig investeert in nieuw personeel en nieuwe machines. Daardoor dalen de consumptieve uitgaven, en daarmee ook de vraag naar diensten en goederen.

Slecht nieuws dus voor de Amerikaanse autoproducent General Motors, waar het toch al niet zo goed gaat. Want, schrijft het Amerikaanse beursweekblad Barron's, het gaat met het bedrijf al bergafwaarts sinds de oliecrises in de jaren zeventig toen de Amerikaanse consumenten massaal vielen voor de kleinere, zuinige, Japanse kwaliteitsauto's. Het verlies in marktaandeel is nadien wel voor een deel gecompenseerd door het onverwachte succes van de SUV”s, Sports Utility Vehicles, maar dat zal niet lang meer duren: de concurrenten uit Europa en Japan bestormen ook deze marktsector. Vorig jaar november, toen de mondiale verkoop van auto's vijf procent daalde, bereikten de verkoopcijfers van GM een nieuw dieptepunt met een daling van 16,5 procent. Natuurlijk is nog niet alle hoop verloren, want uiteindelijk, zo houdt het blad de moed er in, maakte de onderneming vorig jaar winst en dat zal naar verwachting ook dit jaar het geval zijn. Maar om die positie te behouden moet GM wel erg veel water in de wijn doen. Zo geeft het bedrijf 4500 dollar korting op elke verkochte auto. Voor Toyota is dat 3149 dollar, voor Nissan 1922 en voor Honda 1967 dollar.

Consumenten die op een koopje uit zijn kunnen volgens het Britse weekblad The Economist tegenwoordig beter een huis huren dan kopen. Want de tijd dat het omgekeerde, ,,huren is weggegooid geld'', waar was, is voorbij. ,,De mythe dat kopen altijd beter is dan huren'' stamt uit de jaren zeventig en tachtig, toen de inflatie hoogtij vierde. Nu het spook van de inflatie is getemd is huiseigenaarschap minder aantrekkelijk, betoogt het blad. Het heeft met hulp van Barclays Bank vastgesteld dat de huizenprijzen in Europa, uitgezonderd Duitsland, tot dusdanige hoogten zijn gestegen dat sprake is van een luchtbel, die vroeg of laat uiteen zal spatten.