`Als ik gestaag doorwerk, komt het goed'

De koopkracht van de meeste Nederlanders gaat dit jaar achteruit. Lukt het minima nog om rond te komen? Deel 6 in een serie.

De ochtend dat we hebben afgesproken, belt kunstenaar David Moir op. Hij heeft een sollicitatiegesprek: of het interview ook later kan. Die middag, in zijn woning in een voormalig ziekenhuis in Amsterdam, blijkt het te gaan om een zomerbaantje op een terras.

David Moir (1971) studeerde in 1998 af aan de Groningse kunstacademie Minerva. In zijn huiskamer die ooit dienst deed als snijzaal voor oogoperaties, laat hij zijn werk zien: dynamische en soms extreme schilderijen en tekeningen met veel kleur. ,,Realistisch, maar tegelijkertijd conceptueel'', vindt Moir zelf. Een portret van een zwarte vrouw, gemaakt naar aanleiding van een gevonden pasfoto, is geschilderd in de complementaire kleuren groen en rood. ,,Het gaat over hoe fucked up Afrika is'', legt Moir uit. ,,Alles draait daar om aids, armoede en oorlog.''

Na zijn afstuderen had Moir zoveel opdrachten voor portretten, dat hij er anderhalf jaar van kon leven. De klanten stroomden toe na een publicatie over hem in het tijdschrift Living. ,,Ik kreeg toen meteen met de zakelijke kant van het kunstenaarsschap te maken'', zegt Moir. ,,Het onderhandelen was in het begin moeilijk.'' Hij vond het niet erg dat de opdrachten gaandeweg opdroogden. ,,Soms werd ik moe van de vele eisen die opdrachtgevers stelden – bijvoorbeeld over welke kleuren ik moest gebruiken.''

Hij bleef doorgaan met zijn vrije werk en nam deel aan allerlei groepstentoonstellingen. Zoals bij Christie's, waar werk van jong talent werd geveild. Het werk van Moir wordt regelmatig genoemd in kranten en tijdschriften en enkele verzamelaars houden Moirs verrichtingen in de gaten. De prijzen begonnen langzaam te stijgen. Kreeg hij zeven jaar geleden nog 1.500 gulden voor een schilderij in opdracht, voor een portret van strafpleiter Theo Hiddema dat hij in 2003 in het Vredespaleis in Den Haag exposeerde, ontving hij 5.000 euro.

Toch kan hij er niet van leven. Moir: ,,Zo'n portret van Hiddema, dat komt maar eens in de zoveel tijd voor. En ik had al zo veel kosten gemaakt dat het geld meteen opging aan huur en materialen.'' Daarbij is zijn kunst arbeidsintensief; soms is hij anderhalf jaar met een schilderij bezig. Sommige schilderijen had hij al meer dan eens kunnen verkopen, ,,maar ik wil dat ze goed terechtkomen. Als iemand niet echt geïnteresseerd is, houd ik ze liever zelf.''

De kunstenaarsuitkering WIK die Moir ontvangt bedraagt zo'n 500 euro per maand. Daarvan betaalt hij zijn vaste lasten. Zijn huur bedraagt zo'n 250 euro inclusief gas, licht en water. Aan zijn atelier is hij een paar tientjes kwijt: ,,Dat is antikraak.''

Met een schoonmaakbaan in De Bakkerswinkel – zes dagen per week anderhalf uur – verdient hij 300 euro. Een ideale baan, vindt Moir, want het leidt nauwelijks af van zijn kunstenaarschap. ,,Ik kan verder denken over concepten.'' Als dj en illustrator verdient hij op onregelmatige basis nog een paar honderd euro per maand bij. Soms krijgt hij wat voor de performances die hij doet in het nachtleven. Zo deed hij in december in de hoofdstedelijke club Panama een optreden die `The real Piet' heette met een aantal ongeschminkte, donkere jongens met pietenpak en gouden oorringen in. Maar die optredens zijn vooral belangrijk als kunstuiting.

Moir geeft zo weinig mogelijk uit – en dus zijn er dingen die hij moet laten. Veel reizen bijvoorbeeld. Maar met wat creativiteit komt hij een heel eind: ,,Afgelopen zomer kon ik met twee stewardessen die ik op het strand had ontmoet mee naar Barcelona. Ik had maar 50 euro. Daar aangekomen ontmoette ik een meisje bij wie ik kon slapen. Ik kon 's avonds niet uit, maar ging bijvoorbeeld naar het Catelaans Museum dat gratis is. Het had iets romantisch.'' Na een dag in zijn atelier te hebben gewerkt drinkt hij meestal een goedkoop biertje in een café waar ,,gekken, criminelen en Montessorileerlingen'' komen. ,,Dat maakt het interessant.''

Vrijheid is voor Moir heel belangrijk. ,,Van merkkleding kopen in de P.C. Hooftstraat word ik echt niet blijer. Toch ben ik rijk. Ik heb een platenspeler, gitaren, elpees, literatuur, een te gek huis, een atelier. Daarbij kan ik maken wat ik wil maken.''

Deze zomer stopt zijn kunstenaarsuitkering. Toch maakt Moir zich geen zorgen over zijn financiële toekomst. ,,Veel kunstenaars willen beroemd worden. Ik wil serieus met mijn beroep bezig zijn. Als ik gestaag doorwerk, dan komt het wel goed.''

Hij is van plan subsidies aan te gaan vragen. ,,Ik heb het idee dat ik daar nu professioneel genoeg voor ben.'' Een uitkering is geen optie, want ,,dat maakt je onvrij''. En ja, als het moet gaat hij in de zomer serveren op een terras.

Dit is een serie over minima en hun budget. Volgende week: een Afghaans asielzoekersgezin.