Afscheid

De coach als legende, zo heb ik Helenio Herrera en Ernst Happel gekend, en nu ook Rinus Michels. Legendevorming heeft weinig met systeemdenken van doen. Niet eens met succes. De legende van Fausto Coppi was meer de Witte Dame dan zijn fluwelen pedaalslag. De legende van Ernst Happel was meer zijn viriele, James Dean-achtige verschijning, verrijkt met een touch van ondoorgrondelijkheid, dan subtiel raamwerk om buitenspel te ontlopen. De legende van Rinus Michels is meer de hysterie van een natie (in 1988) dan goddelijke voorzienigheid op de bank. Allicht is Louis van Gaal de meest revolutionaire voetbalcoach van de vorige eeuw, en toch is hij geen legende. Louis heeft zichzelf stuk gekakeld.

Zou het wel bestaan, de magische hand van een coach? Enige vakkennis is nooit weg, maar topsport is vooral een irrationele wereld. Het gaat om momenten, niet om structuren. Het gaat om een atomische flits van genade, veel minder om de bestudeerde werkelijkheid. Het gaat eerder om talent, flair en koorts dan om drilkunst. Einstein had in 1988 in de dug-out kunnen zitten. Marco van Basten zou sowieso gescoord hebben.

Altijd wordt geroepen: de coach is een passant. Dat was Rinus Michels dus ook. Bij FC Köln weten ze dat nog als de dag van gisteren. Het zegt verder niets over zijn capaciteiten. Wat Guus Hiddink bij het WK 2002 met Zuid-Korea voor elkaar kreeg, grenst aan behekstheid. Het zal Guus geen tweede keer lukken, althans niet met Zuid-Korea. Guus is geen legende, en zal het niet worden: legendes zitten niet op een Harley.

Natuurlijk is het nationale requiem voor Rinus Michels oprecht. Hij was meer Nederlander dan wie ook. Alles aan hem was poldermodel: het stugge gelijk, het emotioneel gecensureerde hart, het spreken van rotsblok naar rotsblok. En dan ook nog eens, in het verre verleden, de treurige verve van een Amsterdams jongetje dat de hongerwinter heeft gekend. Als Rinus in de Flevopolder was grootgebracht, hadden we, in onze zwartomrande verbeelding, hem nu aan het hoofd van de gierkar zien rijden.

De spektakelwaarde van de generaal lag niet op het veld, en zelfs niet in de dug-out. Wat hem bemind maakte, was dat hij in het pathetische wereldje van het voetbal eerder naar een bal gehakt dan naar een fles champagne snakte. Dat hij fysiek en anderszins buiten de fluwelen combines van bond en club stond. Dat hij, meneer Michels, kon falen. Nu heet dat charisma, vroeger heette dat `de dubbele huid' van een coach.

De charme van Michels was wat Nederlanders het allerleukst vinden: onbeholpenheid met een grote bek. Straks wordt niet alleen Rinus ten grave gedragen, maar ook de volksaard. Of wat daar voor doorgaat. We nemen alweer afscheid van onszelf. De dag dat Co Adriaanse in eeuwigheid verglijdt, zullen we dat niet doen. En waarom niet, vraag ik mij nu af. De getergdheid van Co is te intellectueel, te dialectisch. Er zitten geen zwarte nagelranden aan zijn epos. De grachtengordel Co, in het voetbal dan.

Sterven in Aalst, Louis-Paul Boon had niet anders gewild. Maar Rinus Michels? Het zegt iets over de leegte die zich in het leven van De Generaal had gebeiteld. Eigenlijk is het van een ultieme verweesdheid. Aalst is nog minder dan Arnhem, bijna een getto van kanslozen. Zowat alles wat in Aalst het leven heeft, is forens. Altijd op weg naar arbeid en geluk.

Zoveel is, naar ik hoop, zeker: Rinus Michels zal niet op de middenstip van de Arena gaan liggen. Dat kan hij zijn moeder niet aandoen. Die lieve vrouw die in de hongerwinter voor een worp aardappelen naar Friesland peddelde, en weer terug. De vrouw die na een zijner echecs nog zei: ,,Neem wat vrije tijd, doe iets leuks voor jezelf.''

Wat ik dezer dagen zo triest vind, zijn de leugens van verdriet. De tranen van Ruud Gullit, donderdagavond. Wellicht was er iets van respect tussen Gullit en Michels, maar dan wel ver van eender welke innigheid. Het lamento van Johan Cruijff beviel me ook niet. Van `de mens' Michels heeft Johan zich nooit zoveel aangetrokken. Niet als voetballer, niet als eeuwige kandidaat-bondscoach.

Ajax doet natuurlijk ook grof mee aan de postume bewieroking. Wat het oog niet meer krijgt, moet je het hart geven: sentiment, nostalgie, illusie van grandeur. Een club die moedwillig de grootste materiaalman aller tijden, Sjakie Wolfs, levend heeft begraven, kan nooit meer wenen. Toch niet in enige staat van verlies.