`Zou u wat meer als Rinus Michels willen klinken'

Rinus Michels had niets met baby's, maar een nieuwe generatie aan het koekhappen krijgen leek `de Generaal' interessant. Herinneringen aan de gisterochtend overleden oud-voetbaltrainer, van mensen die in de laatste jaren van Michels' leven contact met hem hadden.

Rinus Michels, zegt internist dr. Joop Stork, had ,,geen angst'' toen hij twee weken geleden het ziekenhuis inging om aan zijn hart te worden geopereerd. ,,Hij was daar heel nuchter onder. Hij wist dat het twee kanten had. Hij was een man van 77 jaar met een buitengewoon zwak hart. Niet iedereen op die leeftijd komt zo'n ingreep goed door.'' Niet opereren was voor hem echter geen optie: ,,Met zijn lekkende hartkleppen had hij de handicap dat hij fysiek buitengewoon matig kon presteren.''

,,Hij was optimistisch over zijn ingreep'', zegt ook Bart Kuiper van het reclamebureau Leukwerkt in Blaricum. ,,Hij verwachtte dat daardoor zijn kwaliteit van leven zou toenemen. Nu was hij snel moe.'' Michels had enkele dagen voor zijn vertrek naar het Belgische Aalst, waar hij werd geopereerd, met Kuiper en diens zoon Richard nog gewerkt aan een nieuw reclamespotje voor Peijnenburg-koek. De nieuwe televisiereclame zal volgens Kuiper niet meer worden uitgezonden, ,,uit piëteit met de overledene''.

Voor de firma Peijnenburg verrichtte Michels zijn laatste kunstje. De koekreclames waaraan hij sinds het najaar van 2003 zijn stem leende zijn klassiekers in het genre: onmiddellijk herkenbaar en niet grijs te draaien. Michels was volgens Kuiper een natuurtalent: ,,We hoefden er niet veel aan te veranderen. Het enige wat we hem zo nu en dan op het hart drukten was: `Zou u misschien wat meer als Rinus Michels willen klinken.' Dan lachte hij en zei: `Ja, anders hadden jullie net zo goed de Spanjerd kunnen vragen.''' Een verwijzing naar acteur en Michels-imitator Maarten Spanjer, die aanvankelijk voor de spotjes was benaderd.

Michels stak daar persoonlijk een stokje voor. ,,Ik wilde weten of hij bezwaar had'', zegt Kuiper. ,,Hij zei: `Ja, dat heb ik.' Toen vroeg ik of hij het dan misschien zelf wilde doen. Dat hing er vanaf hoe de spotjes eruit zagen, zei hij. Ik legde uit dat baby's er een rol in zouden gaan spelen. Waarop hij antwoordde: `Baby's, wat heb ik nou met baby's?''' Nadat Kuiper het concept had verduidelijkt, ging Michels met hem in zee. ,,Hij vond het idee interessant: een generaal die een nieuwe generatie aan het koekhappen krijgt.''

De spotjes roepen volgens hem veel reacties op: ,,Iedereen wil weten: is het echt Michels? Als je nu ziet hoe de mensen na zijn dood reageren, dan is het toch heel bijzonder dat hij het heeft gedaan.''

Na het overlijden van zijn vrouw, in november 2003, stond Michels er alleen voor. Dat viel niet mee. Wil, met wie hij aan het eind van het seizoen 1966-1967 in het huwelijk was getreden, onderhield voor een aanzienlijk deel de contacten met de buitenwereld. Volgens boezemvriend Rolf Leeser, die hem bijna zestig jaar kende, was Wil ,,extrovert, net als ik zelf. Rinus was gesloten. Of beter: hij was voorzichtig. Hij wist dat zijn uitlatingen door de pers konden worden opgevangen. Na de dood van Wil raakte hij gedeprimeerd. Dat heeft een maand of acht geduurd. Daarna krabbelde hij op. Het eerste wat terugkwam was zijn humor. Hij toonde ook weer meer interesse in wat er om hem heen gebeurde. Hij las veel, en niet alleen over sport. Hij was ook in kunst geïnteresseerd.''

,,Na de dood van Wil'', bevestigt internist Stork, ,,raakte hij in een dip. Daarbij kwam: hij kon steeds minder. Als hij bij ons een hapje kwam eten kon hij met moeite de trap op. Bij thuisduels van Ajax schuivelde hij door de Arena.''

Zijn hart vertoonde kuren, maar geestelijk veerde hij op. Stork: ,,De laatste weken was hij juist weer heel goed. Hij was opgewekt, hij maakte weer grappen.''

Dat was – op afstand – ook mijn ervaring. Voor mijn boek over Ajax in de jaren zestig en zeventig sprak ik hem het afgelopen jaar met enige regelmaat. Het waren altijd korte gesprekken, variërend van een enkele zin (,,Ik heb geen tijd, meneer'') tot enkele minuten. Tot hij, in het een na laatste gesprek, over het onderwerp sport en psychologie, bijna een kwartier sprak.

Hij begon met een misverstand uit de weg te ruimen: sportpsychologie, zei hij, ,,bestaat niet'' als apart vak. ,,Het zit in het pakket van de coach. Het is de taak van de trainer een zo gezond mogelijke mentaliteit te ontwikkelen bij de sporters. Bij voetballers heb je in principe te maken met gezonde mensen – fysiek en mentaal. Als men niet precies weet wat er met een speler loos is zegt men nu: `het zit tussen de oren'. Maar dat is een zwaktebod van de coach.''

Voor de psycholoog – zonder het voorvoegsel sport – zag hij alleen een rol op afstand: bij depressiviteit of grote stress. ,,Bij iemand als (Sebastian, MdG) Deisler van Bayern, dan heeft het zin als een psycholoog er naar kijkt. Maar dan is zijn taak niet wezenlijk anders dan die van een medisch specialist.'' In zijn tijd bij Ajax (1965–1971) wilde clubarts John Rolink de werkzaamheden van mental coaches ,,dichter bij'' de spelers brengen. Het was, zei Michels, ,,een inbreng die in mijn ogen niet de meest welkome was''. Hij had zich er schoorvoetend bij neergelegd, maar er zodra zich de gelegenheid voordeed een einde aan gemaakt. Wat er na zijn vertrek naar Barcelona gebeurde, was een andere zaak: ,,Toen stonden er andere motoren in de baan.''

Zestien dagen geleden brachten Michels en Stork een bezoek aan het graf van zijn vrouw, Wil. Stork: ,,We gingen erheen om bloemen neer te leggen. En hij wilde met mij praten over zijn hart, over een mogelijke operatie. De hartchirurg in Aalst had hem tachtig procent kans op succes in het vooruitzicht gesteld. Hij vroeg: `Wat denk je?' Ik zei: `Het is jouw besluit, maar ik zou het niet doen. Je bent zo broos. Je haalt het niet.''' ,,Vind je het erg als ik het toch laat doen?'', wilde hij weten. ,,Nee'', zei ik, ,,je moet het zelf beslissen.''

Meteen na de operatie kreeg Stork een telefoontje: alles was succesvol verlopen. Twee dagen daarna wist hij beter: ,,Hij raakte niet van de beademing af. Toen ik dat hoorde kreeg ik de kriebels. Ik wist: dit loopt niet goed af.''