WTO verwerpt steun voor katoenboeren VS

De Verenigde Staten zijn ook in hoger beroep veroordeeld wegens het verstrekken van onterechte subsidies aan hun katoenboeren. De beroepsinstantie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) bekrachtigde gisteren een eerdere uitspraak van een WTO-panel voor de beslechting van handelsgeschillen. Die had vorig jaar april Brazilië in het gelijk gesteld in een zaak die het land had aangespannen tegen de VS.

Volgens de zogeheten Appelate Body van de WTO hebben de VS in het oogstseizoen 2001/2002 ten onrechte subsidies tot 4 miljard dollar (3,1 miljard euro) verstrekt aan de ongeveer 25.000 Amerikaanse katoenboeren.

Die konden daardoor katoen blijven produceren tegen lage wereldmarktprijzen. Miljoenen katoenboeren in ontwikkelingslanden als Brazilië, maar vooral ook in West-Afrika, zijn hiervan de dupe geworden.

Hoewel de Afrikaanse katoenlanden, waaronder Benin, Burkina Faso, Tsjaad en Mali, geen partij waren in het geschil tussen Brazilië en de VS bij de WTO, is de veroordeling van de Amerikaanse subsidies voor hen van groot belang. De vier landen hebben binnen de huidige handelsronde van de WTO met succes het lot van hun katoenboeren onder de aandacht gebracht.

De katoenzaak was er mede oorzaak van dat de WTO-ministersconferentie in september 2003 in Mexico op een mislukking uitdraaide.

Vorig jaar juli besloten de WTO-lidstaten alsnog katoen als apart onderwerp op de onderhandelingsagenda te plaatsen. Vorige maand begonnen deze onderhandelingen.

In een reactie op de uitspraak van gisteren zegt een woordvoerder van de ambassade van Benin in Genève (waar de WTO is gevestigd) dat ,,de overwinning van Brazilië er ook een voor ons is''.

Volgens eerste secretaris Naïm Akibou ,,versterkt dit ons bij de onderhandelingen; dit zou z'n weerslag moeten krijgen''.