VN-uitbreiding in Congo

Twee recente incidenten met een VN-missie in Congo, waarbij tientallen doden vielen, laten zien hoe moeilijk het werk van de blauwhelmen van de internationale gemeenschap ter plaatse is. Bij een confrontatie tussen Pakistaanse soldaten van de Verenigde Naties en militieleden in het noordoosten van het land kwamen afgelopen dinsdag meer dan vijftig gewapende strijders om. Vorige week werden in hetzelfde gebied, Ituri genaamd, negen VN-soldaten uit Bangladesh gedood. De Verenigde Naties zijn sinds eind 1999 actief in de onrustige streek. De volkerenorganisatie probeert met een vredesmacht van circa veertienduizend man, waaraan meer dan veertig landen militaire bijdragen leveren, de vrede te handhaven. Nederland doet met één militair mee aan deze missie – de plaatsvervangend commandant – die uitgevoerd wordt door landen zo uiteenlopend als Algerije, Indonesië, Pakistan, Peru, Zambia en vele andere.

Het werk van de blauwhelmen in Congo is zwaar en ondankbaar. Vrede is het nog lang niet in het land. Het nuttige werk van de VN heeft de oorlogvoerenden en opstandige milities er niet van weerhouden te stoppen met hun moordpartijen. De VN-troepenmacht (MONUC) heeft een uitgebreid mandaat. De blauwhelmen opereren onder hoofdstuk 7 van het handvest van de VN. Dat betekent dat ze bij de uitoefening van hun taak geweld kunnen gebruiken. Hun wapens zijn daarop afgestemd – althans op papier. Het is geen geheim dat lang niet alle detachementen van de diverse landen even goed bewapend zijn. Bij incidenten waarbij de vredesmacht in Congo de achterliggende jaren betrokken was zijn inmiddels enkele tientallen VN'ers omgekomen. Het is een missie vol problemen, die ondanks de slachtoffers en het loodzware werk toch moet worden voortgezet.

Sterker, de missie verdient meer aandacht van de landen die nu geen bijdragen leveren, zoals de Verenigde Staten. Gelet op de kans dat de oorlog in het gebied zich uitbreidt, verdient het aanbeveling de vredesmacht te versterken, zowel in manschappen als bewapening. In Ituri vechten al zes jaar lang twee stammen hun bloedige strijd uit. Tienduizenden mensen hebben moeten vluchten, tienduizenden zijn gedood. De strijd heeft zich uitgebreid en mag inmiddels een volwassen burgeroorlog heten, waarbij meerdere stammen zijn betrokken alsmede de legers van verschillende Afrikaanse landen. Tussen hen in staan veertienduizend VN'ers. Ze proberen met de moed der wanhoop iets van vrede te bewerkstelligen. Terecht heeft de Veiligheidsraad van de VN laten weten de actie te steunen die de blauwhelmen deze week tegen de milities uitvoerden. Het is uiteraard betreurenswaardig dat er zoveel doden zijn gevallen. Onderzoek naar de toedracht is nodig.

In oktober vorig jaar nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan ter uitbreiding van de Congolese missie. De huidige troepensterkte ligt echter altijd nog ruim onder de aanbevolen 25.000 man. De `vergeten oorlog' in Congo vergt internationaal in ieder geval dat dát niveau wordt gehaald.