Vakantiehuisje

Stel, je woont ergens op een bovenhuis in, laten we zeggen, Rotterdam. Zoals veel Randstadbewoners droom je soms van rust, ruimte, groen en landelijkheid. Je zoekt op internet naar sites van makelaars op de Veluwe of in Overijssel en je wijst je echtgenoot op vrijstaande huisjes die te koop staan in de buurt van Renkum, Nunspeet of Raalte. Die prijzen! Voor de prijs van jullie bovenhuis in Rotterdam zou je in Rijssen-Holten een vrijstaand huisje kunnen kopen met een behoorlijke lap grond!

We kunnen niet in Rijssen-Holten gaan wonen, legt je man geduldig uit. We moeten immers werken voor de kost en forensen vanuit Rijssen-Holten naar Rotterdam is ondoenlijk. Daar heeft hij gelijk in, maar de plaatjes van bos en frisse lucht laten zich niet zo makkelijk verdrijven. Op zeker moment valt je oog op een park met recreatiehuisjes, die half zo duur zijn als de officiële woningen in Rijssen-Holten. Zo'n recreatiehuisje zou je kunnen betalen naast je vaste bovenhuis in Rotterdam. Is dat niet een mooi idee? Lekker af en toe een weekend of vakantie kunnen doorbrengen in je eigen woninkje op het platteland?

Zo gezegd, zo gedaan. Er volgen gezellige weekendjes in Rijssen-Holten. Bij nadere inspectie van het park valt je op dat er nogal wat huisjes permanent bewoond lijken te worden door vutters en gepensioneerden, die ook genoeg hadden van de Randstad. Is dat wel in de haak, informeer je. Dit huisje was immers zo goedkoop, omdat het een recreatiehuisje was. Voor een echte woning op deze fantastische locatie zouden we veel meer hebben moeten betalen. Permanente bewoning van dit soort huisjes komt veel voor, zegt je man. Maar ze willen het nu gaan aanpakken.

Deze week debatteerde minister Dekker van Volkshuisvesting met de Tweede Kamer over de permanente bewoning van recreatiewoningen. De minister stelde zich op het standpunt dat gemeenten hierin een eigen beleid mochten voeren. Gemeentelijke overheden die een eind wilden maken aan illegale bewoning, hadden haar volledige sympathie. Mochten gemeenten in sommige gevallen de illegale bewoning willen laten voortbestaan bijvoorbeeld omdat bij de verkoop of de verhuur van de huisjes in kwestie onvoldoende was duidelijk gemaakt dat het hier niet ging om serieuze woningen dan kon men een `persoonsgebonden woonvergunning' afgeven. Verstandig beleid, zo leek mij, maar de Kamerfracties van PvdA, VVD en LPF dachten daar anders over. Zij wilden toe naar een soort generaal pardon. Voorzover ik kon ontdekken waren er drie argumenten die zouden pleiten voor een coulantere behandeling van de illegale bewoners:

(1) de gemeente heeft er toch alleen maar baat bij als mensen zich het hele jaar in Rijssen-Holten, Lochum of Olst-Wijhe vestigen? Denk maar aan alle extra verkoop in de winkels.

(2) Veel gemeenten hebben de illegale bewoning jarenlang gedoogd. Gaat het dan niet te ver om nu opeens mensen uit hun huisje te zetten?

(3) Als de ene gemeente strenger uitzet dan de andere, zou rechtsongelijkheid kunnen ontstaan tussen illegale bewoners.

Nemen we deze argumenten punt voor punt door. Het eerste argument is misschien economisch wel juist, maar gaat voorbij aan de mogelijkheid dat gemeenten woningen voor vast verblijf graag op een eerlijke manier zouden willen verdelen. Jonge starters in Rijssen-Holten hadden misschien graag een recreatiehuisje gekocht, als zij hadden geweten dat je daar ook vast in zou mogen wonen. Recreatiehuisjes achteraf tot officiële huizen verklaren doorkruist een rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.

Argument 2 (gedogen schept verplichtingen) veronderstelt dat elke wettelijke regel actief moet worden gehandhaafd om zijn geldigheid te behouden, wat echt een misverstand is. Regels die gericht zijn op (tamelijk) fatsoenlijke burgers, hoef je niet telkens af te dwingen. Gemiddelde burgers doen over het algemeen gewoon wat een regel verlangt, zonder dat daar politieagenten en deurwaarders aan te pas hoeven te komen. Vandaar dat fatsoenlijke burgers zo gebeten reageren als zij opeens wel met actieve overheidsdwang worden geconfronteerd, wanneer zij zich een enkele keer niet aan de regels houden. ,,Ga toch boeven vangen'' wordt er gezegd tegen de dienaar der wet, die het gemunt heeft op de doorgaans brave burger.

Als die fatsoenlijke burger zich echter jarenlang niets gelegen laat liggen aan brieven en mededelingen van de gemeente waarin hem wordt uitgelegd dat permanente bewoning van vakantiehuisjes niet is toegestaan, dan verandert deze burger geleidelijk aan in een hardnekkige wetsovertreder, zeg maar een boef. Die transformatie maakt een beroep op de rechtsgelijkheid (argument 3 uit het rijtje) direct minder toepasselijk. Bij boeven spreken wij niet over rechtsongelijkheid maar over hoge en lage pakkansen, veroorzaakt doordat overheidsinstanties verschillende prioriteiten stellen. Een fietsendief die in Raalte wordt opgespoord en vervolgd, komt daar niet weg met het excuus dat fietsendieven in Amsterdam nooit worden gepakt. Als Den Haag kinderprostitutie actiever opspoort dan Rotterdam, noemen we dat ook geen schrijnende rechtsongelijkheid tussen Haagse en Rotterdamse criminelen. Als Rijssen-Holten de illegale bewoners gedoogt en Olst-Wijhe actief tegen hen optreedt, dan hebben de wetsovertreders in Rijssen-Holten geluk en die in Olst-Wijhe pech. Met rechtsongelijkheid heeft dit niets te maken.