Twintig vaderlandse geschiedenissen...

Melis Stoke: Rijmkroniek van Holland (1305)

De grafelijke klerk Melis Stoke beschreef aan het begin van de veertiende eeuw de geschiedenis van Holland. Hij bouwde daarbij voort op een oudere kroniek, die hij aanvulde met levendige beschrijvingen van gebeurtenissen uit zijn eigen tijd, zoals de moord op graaf Floris V. Onlangs wetenschappelijk uitgegeven, zie pagina 19 van deze bijlage.

Cornelius Aurelius: Die cronycke van Hollandt Zeelandt ende Vrieslant (Leiden, 1517)

Beter bekend als de Divisiekroniek. Vroeg voorbeeld van humanistische geschiedschrijving. Er is geput uit oude kronieken, volksverhalen, waarbij al een zekere bronnenkritiek werd toegepast.

Hugo de Groot: Liber de antiquitate reipublica Batavicae (Leiden 1610)

Propagandistisch traktaat waarin het zelfstandige Holland rechtstreeks afgeleid wordt uit een onafhankelijk Batavia. Deze `Bataafse mythe' dateerde al uit de zestiende eeuw.

Jan Wagenaar: Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af (1749-1759)

Succesvol werk in 21 delen geschreven door de erudiete Amsterdamse houthandelaar Wagenaar met als leidend thema de vrijheid. Eigenlijk de eerste kritische nationale geschiedschrijving. Gebaseerd op nieuw bronnenonderzoek.

Simon Stijl: De opkomst en bloei van de Republiek der Vereenigde Nederlanden (Amsterdam/Harlingen 1774)

Stijl leunt zwaar op Wagenaar en deelt diens nadruk op de vrijheidsliefde der Nederlanders. Hij schreef beknopter en met minder oog voor details. geschiedenis bestond voor hem dan ook vooral uit grote lijnen en patronen waaruit men lering kon trekken.

N.G. van Kampen: Verkorte geschiedenis der Nederlanden, of der XVII Nederlandsche gewesten, van de vroegste tijden, tot op den vrede te Parijs in 1815 (Haarlem 1819-1821)

Eerste overzichtswerk in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Weinig opwindend tweedelig pleidooi voor de eenheidsstaat.

Willem Bilderdijk: Geschiedenis des Vaderlands (Amsterdam 1832-1851)

Niet echt een eenheid, deze tien delen Bilderdijk. Ze werden samengesteld uit zijn colleges en verspreide opstellen door H.W. Tydeman. De monarchist Bilderdijk putte uit Wagenaar en leverde tegelijk hevig commentaar op diens staatsgezinde geschiedbeeld.

J.P. Arend: Algemeene geschiedenis des vaderlands van de vroegste tijden top op heden (Amsterdam 1840-1879)

Acht dikke delen gedetailleerde opwekking tot vaderlandsliefde tot 1585. Het werk werd door anderen voortgezet, maar kwam nooit verder dan 1741.

E. van der Maaten: Geschiedenis der Nederlanden van den vroegsten tot op den tegenwoordigen tijd (Amsterdam 1853)

Aanzienlijk beknopter en leesbaarder overzicht dan de vorige titel.

Guillaume Groen van Prinsterer: Handboek der geschiedenis van het vaderland (Leiden 1846)

Grondige, gereformeerde visie op het vaderland. De strijd tegen Spanje was vooral een religiestrijd, de Oranjes zijn de grote helden. Het boek was zeer succesvol en had dan ook grote invloed.

W.J.F. Nuyens: Algemeene geschiedenis des Nederlandschen volks (Amsterdam 1871-1882)

De reactie op Groen van Prinsterer kon niet uit blijven. Nuyens presenteerde in twintig delen – en dat nog maar tot 1815 – de katholieke visie op het verleden.

P.J. Blok: Geschiedenis van het Nederlandsche volk (Groningen 1892-1908)

Acht delen van wat een groot synthetisch en verzoenend werk moest worden. Maar de nadruk ligt op de zestiende en zeventiende eeuw en Bloks voorliefde lag duidelijk bij de politieke geschiedenis.

Pieter Geyl: Geschiedenis van de Nederlandsche stam (Amsterdam 1930-1959)

Geyl was de pleitbezorger van de Groot-Nederlandse gedachte. Omdat voor hem de taal en de cultuur het gemeenschappelijke was, moesten Noord en Zuid tezamen beschreven worden. Veel details, stilistisch niet altijd even consistent en een eindpunt in 1798.

H. Brugmans (red.): Geschiedenis van Nederland (Amsterdam 1935-1938)

Bij Blok bleek al dat één persoon nooit de gehele vaderlandse geschiedenis op een gedegen, vernieuwende en uitgebreide wijze kon beschrijven. Brugmans boek in negen delen werd dan ook geschreven door een team van vakhistorici.

Jan en Annie Romein: De Lage landen bij de Zee (Utrecht 1934)

Na de protestante, katholieke en conciliante visies kon een linkse geschiedschrijving niet uitblijven. De lage Landen, op marxistische leest geschoeid, werd een onmiddellijk succes en beleefde zeven drukken.

J.A. van Houtte e.a. (red.): Algemene geschiedenis der Nederlanden (Utrecht 1949-1958)

Deze zogeheten `oude AGN' was een gezamenlijk product van Nederlandse en Belgische historici, waarvoor de plannen al van voor de Tweede Wereldoorlog dateerden. Belangrijke twaalfdelige synthese met auteurs met uiteenlopende confessionele en politieke achtergronden.

E.H. Kossmann: De Lage Landen 1780-1940. Anderhalve eeuw Nederland en België. (Amsterdam 1976)

Even grondige als genuanceerde geschiedenis van de beide buurlanden, waarbij overeenkomsten en verschillen helder aan het licht komen. Vooral politieke geschiedschrijving. Later volgde een deel tot doorliep tot 1980.

D.P. Blok e.a. (red.): Algemene geschiedenis der Nederlanden (Haarlem 1977-1983)

Deze `nieuwe AGN' is veel uitvoeriger opgezet dan de oude. Met een keur aan specialisten en veel aandacht voor relevante illustraties. Een nuttig naslagwerk al wreekt zich hier en daar de versnippering in tijd en thema's.

H.P.H. Jansen: Levend verleden. De Nederlandse samenleving van de prehistorie tot in onze tijd. (Utrecht 1983)

Tegenover het geweld van de AGN stelde de mediëvist Jansen dit beknopte, enige malen herdrukte werk, waarin de nadruk ligt op het dagelijks leven van de gewone burger. Het is een voorloper van latere vaderlandse geschiedenissen in zakformaat zoals Bas Blokker, Gijsbert van Es en Hendrik Spiering Nederland in een handomdraai. De vaderlandse geschiedenis in jaartallen (Amsterdam 1999) en Herman Beliën en Monique van Hoogstraten De Nederlandse geschiedenis in een notendop (Amsterdam 1999).

De geschiedenis van Nederland

(Amsterdam 2004)

Het concept van het meerdelige seriewerk opgebouwd uit specialistische artikelen is losgelaten. Nu is gekozen voor tien monografieën over telkens één periode, geschreven door kenners van die tijd. Het eerste deel uit deze serie, door A. Th. van Deursen, is al verschenen: De last van veel geluk. De geschiedenis van Nederland, 1555-1702.