Tegen de dominee

De geschiedenis van Nederland is beschreven in naslagwerken,dagboeken, proefschriften, handschriften en biografieën. De redactie van Boeken vroeg zestien kenners welk werk ze zouden nemen als ze over `hun' onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis één boek moesten kiezen.

Het boek verscheen in 1950. Ik wist in dat jaar niet beter dan economie te gaan studeren. Haar boek las ik pas dertien jaar later toen het als betaalbare paperback op de markt kwam. Op 14 november 1963 telde ik ƒ8,45 neer voor de 148 bladzijden bondige tekst. Ik was toen doende met mijn zwaarwichtig proefschrift van wel 514 bladzijden. Het ging over het ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt. De hele wereld bestond in die tijd uit het ondernemersgedrag in de Gouden Eeuw. Eigenlijk is dat ook zo gebleven. Ik zou er wel duizend bladzijden over kunnen schrijven. 't Is maar goed dat ik dat niet doe.

Neem daarentegen de bewonderenswaardige Violet Barbour. Doeltreffend, drong zij in elegante zinnen door tot de kern van het Amsterdamse handelskapitalisme. Door oorspronkelijke literatuur- en bronnenstudie had deze buitenlandse zich een fenomenale kennis verworven van relevante personen, zaken en feiten. Met haar indrukwekkend analytisch vermogen verwerkte zij de brei van gegevens tot een samenhangend verhaal van factoren, toestanden, omstandigheden, verhoudingen, ontwikkelingen, processen, structuren en al wat dies meer zij. Ach, ik wou dat ik dat ook kon. Het is waar dat haar 148 bladzijden tekst de wat uitgelopen neerslag vormt van een enkel hoofdstuk uit een ander boek dat ze aan het schrijven was. Dát boek is nooit afgekomen.

Intussen prijs ik de dag dat zij zichzelf overwon door dan maar in arren moede dit uit de hand gelopen hoofdstuk los te laten. Ik lees en herlees. De eerste zin smaakt telkens opnieuw naar meer: `Mediaeval capitalism, precocious and adventurous as it was, was sporadic in incidence.' Voorlijk en gedurfd – ja, hoe zou je het anders kunnen zien? Dan de laatste zinnen. Europa heeft veel van Amsterdam geleerd, schreef zij, maar de Gouden Eeuw vormde veeleer het hoogtepunt van een overgangsperiode dan het begin van een nieuwe tijd. Je legt het boek neer en je blijft nadenken. In sommige opzichten achterhaald blijft het desondanks een onthullend werk.

Tussen begin en eind sleept het verhaal de lezer mee met een zorgvuldig uitgelezen massa sprekende details. In onderlinge samenhang leggen zij in beeldende vignetten de diverse essentiële kenmerken van het Amsterdamse kapitalisme bloot. Het is een wat ouderwetse aanpak, die uitmunt door zijn gedegen ambachtelijk vakmanschap. Theoretische hoogdraverij was niet aan Barbour besteed. Zelf had ik anders geleerd. Ik zal haar voor altijd dankbaar blijven dat zij mij door haar werk een notie heeft bijgebracht van de waarde van geschiedkundig bronnenonderzoek en bronnenkritiek. Waar het daaraan ontbreekt vervliegt de hoop op begrip en begrijpen van mens en samenleving.

Violet Barbour: Capitalism in Amsterdam in the 17th Century [1950].