Ook de peren hielpen niet

Iemand moest Johan van Oldenbarnevelt belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan werd hij op een morgen gearresteerd. Hij werd gevangengezet in een torenkamer aan het Binnenhof, maar een aanklacht bleef aanvankelijk uit. Wel mocht de bejaarde raadspensionaris vanaf zijn arrestatie in augustus 1618 tot zijn executie op 13 mei 1619 zijn knecht Jan Francken bij zich hebben. Francken verzorgde hem en schreef zijn ervaringen naderhand op.

Dat Het einde van Johan van Oldenbarnevelt soms aan Kafka's Het Proces doet denken heeft behalve met de kennelijke willekeur van de rechtsgang vooral ook te maken met de verteller. Want Van Oldenbarnevelt mag verrast zijn geweest door het gebeurde, dat veranderde toen na enkele maanden gevangenschap de verhoren begonnen. Hij werd van landverraad en hoogverraad beschuldigd, waar stadhouder Prins Maurits verantwoordelijk voor was. Enige weken voor zijn dood was zijn conclusie dan ook: `De mensen zijn hardvochtig, ik heb niets goeds van ze te verwachten.'

Veel hedendaagse lezers van de door Thomas Rosenboom dienstbaar en zonder literaire opsmuk hertaalde tekst, zullen ook de precieze achtergrond niet kennen van Van Oldenbarnevelts executie (tenzij ze beginnen met het nawoord van René van Stipriaan). Maar ze kennen wel de slechte afloop: de wetenschap van de aanstaande dood van de raadspensionaris maakt diens aanvankelijke optimisme extra wrang. De scène waarin de knecht blij wordt van de mededeling van een van de bewakers dat ze voor het eind van de week buiten zullen staan (uiteraard met weglating van het detail dat daar buiten een schavot zal wachten) is het pijnlijkste moment uit het boek. Daarnaast bevat het onderhoudende passages over de manieren die werden gebruikt om informatie naar binnen en naar buiten te krijgen. In brandstofpakketten, maar ook in peren, waar zorgvuldig het klokkenhuis uit was geboord.

Rosenboom ziet blijkens zijn nawoord iets als vriendschap opbloeien tussen de oude meester en zijn knecht, maar die vonken spatten er eerlijk gezegd niet vanaf, daarvoor zijn de aanknopingspunten aangaande het innerlijk van Van Oldenbarnevelt te gering – of men zou de psalmen 3, 5, 41, 52, 54, 55, 59, 62, 63, 82, 88, 101 en 146 intensief moeten bestuderen. Die las de raadspensionaris aan Francken voor in de weken dat hij werd verhoord. Het einde van Johan van Oldenbarnevelt leent zich vooral om de noodzaak van een ordelijke rechtsgang van binnenuit inzichtelijk te maken – het soort tekst dat je liever niet als `actueel' bestempelt.

Het einde van Johan van Oldenbarnevelt beschreven door zijn knecht Jan Francken en hertaald door Thomas Rosenboom. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 104 blz. €11,50