Olie en de ijstijd

Het wordt menens op de wereldwijde oliemarkt. Gisteren bereikte de prijs van een vat Noordzee-olie van 159 liter een recordprijs van 53 dollar, en in de Verenigde Staten is de olieprijs dichtbij zijn record van ruim 55 dollar van oktober vorig jaar. Wie dacht dat de prijspiek van vorig najaar slechts vooruitliep op het winterweer in het noordelijk halfrond, komt bedrogen uit. De hardnekkig hoge olieprijs heeft meer dan alleen incidentele oorzaken.

De jongste prijspiek valt samen met uitspraken uit de olieproducerende landen die een bleke toekomst beloven. Vorige week was er de Saoedische olieminister Ali Naimi die zei te verwachten dat de prijs dit jaar tussen de 40 en 50 dollar per vat zou blijven. Gisteren waarschuwde de waarnemend voorzitter van de organisatie van olie-exporterende en -producerende landen OPEC, Adnan Shihab-Eldin, dat bij verstoringen in de productie prijspieken kunnen optreden van 75 tot 80 dollar per vat. Zo ver is het nog niet, maar een dergelijk prijspeil zou de extreem hoge olieprijs evenaren van begin jaren tachtig, gecorrigeerd voor tussentijdse inflatie.

Het `goede' nieuws is dat de stijgende olieprijs vooral het gevolg is van een toenemende vraag. De economische groei van China bijvoorbeeld houdt in grote lijnen gelijke tred met de energiebehoefte van dat land, die dus verwacht mag worden zo'n tien procent te stijgen. De economische groei in de Verenigde Staten is onverminderd hoog. En hoewel India in harde dollars nog geen majeure speler is, kan het eerder zijn stempel drukken op de wereldeconomie – en dus op de energiehuishouding – dan vaak wordt gedacht.

De hoge olieprijs is dus goeddeels het gevolg van een gunstige economische groei, en niet zozeer van politieke problemen bij de productie zoals begin jaren tachtig. Maar daar houdt het goede nieuws wel op. Behalve dat de verbranding van fossiele brandstoffen bijdraagt aan de mogelijke verstoring van het klimaat, krijgt olie een steeds politiekere lading. Dat geldt voor de vraagzijde: China en India pogen met langlopende contracten hun energievoorziening voor de toekomst veilig te stellen. De Verenigde Staten zien de eigen olieproductie sterk teruglopen en worden afhankelijker dan ooit van aanbod van overzee. Dat geldt ook voor Europa en natuurlijk voor Japan. Het aanbod van olie zal zich steeds verder concentreren in regio's die door het Westen als instabiel of zelfs vijandig worden beschouwd: het Midden-Oosten, maar in toekomst wellicht ook het Rusland van Vladimir Poetin.

Het schrikbeeld van een scenario waarin dorstige industrielanden vechten (of smeken) om de laatste druppel olie werd tot nu toe comfortabel weggeschoven naar een verre toekomst. Die toekomst komt nu angstvallig dichterbij. Nederland en Europa zullen een samenhangender strategie moeten ontwikkelen. Veiligstellen van de toevoer op de lange termijn is daarvan onderdeel, maar zeker ook de ontwikkeling en toepassing van andere vormen van energie. Daarbij mag, ook in Nederland, geen enkel alternatief bij voorbaat worden uitgesloten.