Nog lang niet voorbij

Wie naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland wordt afgevoerd en één boek mag meenemen over de Nederlandse geschiedenis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, kiest vanzelfsprekend L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Het is een beetje smokkelen om lekker wat te lezen te hebben, want het gaat om veertien delen, samen dertig banden omvattend. Maar het is één titel en dus één boek.

De prestatie van De Jong is door de meeste critici zeer lovend beoordeeld. Dat geldt ook voor mij. Het inmiddels ter ziele gegane Het Vrije Volk kopte na mijn oratie in 1983 `Jong hoogleraar valt L. de Jong aan'. Maar dat was een misvatting. Ik liep juist over van bewondering en doe dat nog steeds. De vraag die ik aan de orde stelde, was of er wetenschappelijk nog iets interessants te beleven was aan de oorlog nu de De Jong bijna klaar was.

De Jong heeft immers de vrucht van verscheidene decennia onderzoek, van hemzelf en van een groot aantal andere historici in en buiten het toenmalige Rijksinstituut (nu Nederlands Instituut) voor Oorlogs-documentatie, bijeengebracht in een zeer veelzijdig, op vele onderdelen zeer gedetailleerd en steeds door de concreetheid en precisie heel vlot leesbaar relaas. In alle omvang bleef het een coherent verhaal, geschreven vanuit het zinrijke perspectief van onderdrukking, collaboratie en verzet. De overtuigingskracht van dat relaas wordt nog vergroot omdat dit perspectief nagenoeg naadloos samengaat met een politiek-moreel perspectief van goed en fout.

Het motto van mijn oratie (getiteld `In de ban van goed en fout?') was dus in zekere zin: `Mijn god, De Jong is klaar, wat nu'. Mijn betoog was dat er wel degelijk nog veel zinvol onderzoek was te doen, niet zozeer omdat je altijd nog weer nieuwe details nader kunt onderzoeken, maar vooral omdat er andere, evenzeer inzicht gevende vragen en perspectieven zijn waarmee men die bezettingstijd ook kan benaderen, zoals ik aan de hand van enkele voorbeelden liet zien.

Dat is dan ook door een reeks fascinerende en fraai analyserende studies bevestigd. Daarbij maakte de morele appreciatie veelal plaats voor de verklarende analyse. Zo is het niet moeilijk op de beperkingen en soms ook de fouten van De Jong te wijzen, op wat bij alle omvang toch ontbreekt. Maar tegelijk blijkt bij bijna al die nieuwe studies hoezeer De Jong een Fundgrube blijft. Zijn werk bevat ook tal van deelstudies die pionierswerk waren en nog nauwelijks door vakgenoten zijn geëvalueerd.

Daarom is de dertigdelige De Jong hét boek om mee te nemen. Het is behalve in bewondering, ook kritisch te lezen. Men kan de verschafte feiten zelf anders rangschikken en interpreteren dan De Jong deed. Bovendien wordt in deel 14 alle tot dan verschenen discussie en kritiek van enige betekenis bijgeleverd, met instemming van de auteur, die ten volle onderschreef dat die kritiek deel was van het eeuwig durende proces van geschiedschijving.

Tegen de tijd dat Het Koninkrijk helemaal uit is en de kritiek via herlezing en nog eens herlezing onder ander perspectief is verwerkt, zal voor de eilandbewoner de tijd van aflossing of bevrijding zijn aangebroken.

L. de Jong: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog [1969-1991, register 1994].