Nog een golfje graag

`Toen ik tien jaar was werd mijn drieënveertig-jarige moeder ,,handelingsbekwaam''.' Zo begint de in 1992 verschenen dissertatie van politicologe Marianne Braun, onder de titel De prijs van de liefde. Je begint direct te rekenen als lezer. Toen ik zes was werd mijn 39-jarige moeder handelingsbekwaam. Dat was 1957. Tot dat jaar waren gehuwde vrouwen `handelingsonbekwaam' – zij mochten niet zonder toestemming overeenkomsten sluiten – en verder waren ze ook `gehoorzaamheid verschuldigd' aan hun man. `De man is het hoofd van de echtvereniging', luidde de hoofdregel van het Nederlands huwelijksrecht, vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek van 1838. De vrouw had geen zeggenschap over haar kinderen noch over de `gemeenschap van goederen' en zij genoot slechts `inwoning' in het huis van haar echtgenoot.

Als ik mij zou moeten beperken tot één boek over de geschiedenis van het Nederlandse feminisme, dan koos ik voor De Prijs van de liefde. De ondertitel van dit doortimmerde en goed geschreven wetenschappelijke werk luidt: De eerste feministische golf, het huwelijksrecht en de vaderlandse geschiedenis. Mijn exemplaar staat inmiddels vol strepen en aantekeningen waaruit blijkt hoe vaak ik het als naslagwerk heb gebruikt. Toen ik het voor de eerste keer las, kon ik me eigenlijk nauwelijks voorstellen dat generaties vrouwen, onder wie mijn eigen moeder, zich hadden onderworpen aan een wet die hen gelijkstelde aan minderjarigen en onder curatele gestelden.

Natuurlijk kende ik in grote lijnen de geschiedenis van de eerste feministische golf en de voorvrouwen daarvan zoals Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker, naar wie begin jaren zeventig de feministische actiegroep Dolle Mina werd genoemd. Ik had Van moeder op dochter gelezen, een overzichtswerk uit 1948 en in 1977 herdrukt door uitgeverij Sun, over de positie van de vrouw in Nederland vanaf de Franse tijd, onder redactie van de befaamde W.H. Posthumus-van der Goot en Anna de Waal. Dat boek zou ik ook moeilijk kunnen missen, maar De prijs van de liefde heeft meer te bieden. Alles wat door haar voorgangers is verzameld, heeft Braun bovendien in De prijs van de liefde verwerkt.

Haar boek gaat in de eerste plaats over het huwelijksrecht van weleer en het protest daartegen, maar is zo breed van opzet (tot en met uitstapjes naar de romanliteratuur en de betekenis voor de vrouwenbeweging van koningin Wilhelmina) dat het beschouwd kan worden als een feministische herschrijving van de vaderlandse politieke en sociale geschiedenis.

Overigens is de discriminerende hoofdregel uit de aftandse Nederlandse huwelijkswet – `de man is het hoofd van de echtvereniging' – pas in 1970 geschrapt. Ik vraag me wel eens af of mensen die de islam `achterlijk' noemen, beseffen hoe kort geleden in Nederland nog geen rechtsgelijkheid van gehuwde vrouwelijke staatsburgers bestond. De prijs van de liefde leert ons hoe lang en taai de strijd voor de rechten van vrouwen in Nederland is geweest en het boek geeft ook hoop: het is een strijd die wel degelijk te winnen valt.

Marianne Braun: De prijs van de liefde. De eerste feministische golf, het huwelijksrecht en de vaderlandse geschiedenis [1992].