`Mensen bellen sneller'

De cv-ketel weet niet dat het buiten de koudste nacht ooit is, maar mensen bellen wel sneller als de verwarming kuren vertoont. ,,Mensen willen niet in de kou zitten.''

,,Moet je ruiken, verbrand plastic'', zegt Sander Oosterlee op een zoldertje in Rotterdam-Zuid. ,,De driewegklepmotor is doorgebrand.'' Hij vervangt het gesmolten zwarte doosje routineus en neemt afscheid van de bewoners van het nog koude huis aan de Valkeniersweg. Door naar het volgende adres. Op de koudste avond van het jaar was het bijzonder druk voor de verwarmingsmonteur.

Buiten vriest het hard, de weg is glad. Oosterlee manoeuvreert zijn bedrijfswagen voorzichtig door een woonwijk. ,,Het is nu erg druk'', vertelt de monteur terwijl hij naar de volgende klant rijdt. ,,Het is niet zo dat bij deze temperaturen meer ketels kapot gaan. Zo'n apparaat ziet niet wanneer het koud is en draait gewoon. Mensen bellen sneller, ze willen niet graag in de kou zitten.''

Deze avond rijden Oosterlee en vier collega's hun normale dienst tot negen uur 's avonds. Daarna zijn ze oproepbaar voor noodgevallen. ,,Bij een gaslek of een oud vrouwtje in de kou komen we direct. Maar een jongen van 27 kan natuurlijk ook gewoon een trui aantrekken en in het café gaan zitten'', zegt de verwarmingsmonteur, die zelf 27 jaar is. Voor de deur bij een huis met een kapotte centrale verwarming rommelt Oosterlee tussen de dozen achter in zijn busje. ,,Dat krijg je in zo'n koude week'', klinkt het vanuit de laadruimte. ,,Door de drukte donder je alles zo in je bus en kan je daarna niks meer vinden.''

Op de bovenste verdieping van een flat aan de Thomas à Kempisstraat werkt het warm water niet. De jonge vrouw die opendoet trekt van leer tegen de monteur, terwijl vanuit de woonkamer de rest van het gezin toekijkt. Er is volgens de vrouw vaak naar het probleem gekeken, maar opgelost is het nooit. Oosterlee hoort haar geduldig aan en bekijkt de warmwaterinstallatie in de keuken. In de gootsteen staat een grote stapel vuile borden en glazen – bij gebrek aan warm water. Er blijkt van alles mis met de installatie. Deze avond valt het euvel niet te verhelpen, maar Oosterlee verzekert de vrouw dat er de volgende dag iemand langs zal komen. Terug bij zijn busje vertelt hij dat mensen wel eens boos kunnen worden. ,,Gewoon even uit laten razen is het beste. Als iemand echt te ver gaat, ben ik weg. Wij zijn ook gewoon mensen. We doen ons best.''

Onder het rijden gaat Oosterlees mobiele telefoon regelmatig af. Hij blijkt een rijdende hulplijn voor zijn collega's. ,,Foutcode nul-twee? Dat moet de branderautomaat zijn.''

Na in Barendrecht een filter schoongemaakt te hebben voor een mevrouw die met een dikke sjaal om door huis loopt, kan Oosterlee naar huis in Dordrecht. Dan wordt hij gebeld voor een spoedklus: lekkage. Bij aankomst blijkt de overstroming uit een paar druppels te bestaan. De verwarmingsmonteur kan weer naar huis. Tot de volgende spoedoproep.