Martelaren met stip

De geschiedenis van Nederland is beschreven in naslagwerken,dagboeken, proefschriften, handschriften en biografieën. De redactie van Boeken vroeg zestien kenners welk werk ze zouden nemen als ze over `hun' onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis één boek moesten kiezen.

Vrolijke kost is het niet, maar mijn boek wordt toch Adriaen van Haemstede's, De gheschiedenisse ende den doodt der vromer martelaren uit 1559. Voortdurend bijgewerkt, aangevuld, herzien en herdrukt, was dit martelaarsboek anderhalve eeuw eeuw lang een van de onverbiddelijkste bestsellers in de Nederlandse Republiek. De Utrechtse savante Anna Maria van Schurman las de verhalen van de `bloedgetuigen' als elfjarige, in 1618, en zou zich later herinneren dat die haar hadden doen hunkeren naar een kans om ook voor het geloof te mogen sterven. (ongeveer zoals ik op die leeftijd wel zeker wist dat ik in het verzet zou zijn gegaan). Ik las De gheschiedenisse voor het eerst toen ik vijfentwintig was, en keer er voor nieuwe projecten steeds naar terug, als een ingang in de denkwereld van de eerste generatie Protestanten in de Nederlanden.

Van Haemstede schreef zijn martelaarsboek in Antwerpen, waar hij als predikant in de illegaliteit werkte. Hij baseerde zich niet alleen op de vele verhalen uit zijn directe omgeving maar ook op de geschriften die de martelaren zelf in hun gevangenschap hadden geschreven. Omdat het niet zozeer het lijden zelf is, als wel de motieven voor zijn of haar offer, die de martelaar tot martelaar maken, was het voor de gevangen ketters belangrijk te laten zien dat zij hadden getuigd van hun geloof. Ze vertelden hoe ze weerstand hadden geboden aan vrienden die hadden getracht hen over te halen om hun overtuigingen te herroepen, en baden om standvastig te mogen blijven. Maar ze verhaalden vooral graag en in detail hoe ze, als `eenvoudige handwerksman', als `jongeling', of `simpele vrouw', hun geleerde katholieke ondervragers in het stof hadden doen bijten door hun superieure kennis van het Woord Gods. Daarom zijn deze verhalen niet alleen ontroerend, maar ook een vorm van onverwacht spannend geloofsonderricht, waarin kennis van de juiste bijbelpassage steeds opnieuw de doorslag blijkt te kunnen geven in de strijd tussen goed en kwaad. Uiterst geschikte kost dus voor kinderen als Anna Maria. Maar ook ik heb veel van mijn kennis van de debatten uit de hervormingstijd opgedaan door het lezen van Van Haemstede. Tegenwoordig zijn het andere, ontastbaarder, dimensies aan dat boek die me intrigeren, zoals de onpersoonlijkheid van deze persoonlijke maar toch onderling zo inwisselbare verhalen of de verwijzingen naar toverij. Een boek om over na te denken, op zak te hebben en te houden.

Adriaen van Haemstede: De gheschiedenisse ende den doodt der vromer martelaren die om het getuygenisse des evangeliums haer bloedt ghestort hebben (Antwerpen, 1559). Meest recente herdruk: Historie der Martelaren naar de editie van 1671, 5 dln. [1997].