Licht en nevel rond Jan Campert

Het bericht `Verzet bracht Campert om' in de krant van 19 februari kwam als een schok, die zich dagenlang door de Nederlandse media voortplantte. Van verschillende kanten is kritiek geuit op de manier waarop NRC Handelsblad het verhaal presenteerde. Was die kritiek terecht?

Laten we de gang van zaken reconstrueren.

Op 25 november 2004 verscheen Hans Renders' biografie van journalist en dichter Jan Campert Misschien slaag ik in de dood. Daarin wordt het verblijf van Campert in concentratiekamp Neuengamme in enkele bladzijden samengevat met als conclusie dat hij op 12 januari 1943 is bezweken als gevolg van ,,de verschrikkelijke leef- en arbeidsomstandigheden in het kamp''.

Oud-verzetsman Gerrit Kleinveld wendde zich vervolgens tot freelance journalist Godert van Colmjon, omdat hij vond dat deze lezing niet onweersproken mocht blijven. Kleinveld wist van de in 1987 overleden Jan van Bork, die blokoudste was in de barak van Campert, dat medegevangenen hem hadden vermoord, omdat hij `verraad' zou hebben gepleegd. Hij zou namen van leden van een geheime kampraad hebben doorgegeven aan de Duitsers.

Kleinveld kende Van Colmjon sinds 1980. Ze spraken elkaar verschillende malen, één keer in het bijzijn van een andere verzetsman, Piet Laros. Bij die gelegenheid kreeg Van Colmjon, toen nog in dienst van de Amersfoortse Courant, het verhaal over Campert te horen op voorwaarde dat hij er niet over zou schrijven. Dat was in 1991.

Een jaar later, op 5 mei 1992, dook het verhaal opnieuw op, nu wel in de openbaarheid. Het maandblad Plus Magazine had een interview met Kleinveld, en min of meer terloops werd daarin over Campert gezegd dat hij ,,medegevangenen verraadde en hun eten stal''. Maar het verhaal trok verder geen aandacht, ook niet van biograaf Renders of van Van Colmjon.

Zo kon Van Colmjon denken dat het verhaal waarover Kleinveld hem eind november belde, buiten de kring van enkele verzetsmensen onbekend was gebleven. Hij besloot daarop tot verder onderzoek en polste of De Groene Amsterdammer daar belangstelling voor had. Hoofdredacteur Hubert Smeets vond het ruwe materiaal op dat moment niet voldoende. Op basis van één bron, de overleden Jan van Bork en dan nog uit de tweede hand, kon je niet de reputatie van Campert beschadigen.

Van Colmjon ging verder met zijn onderzoek, maar trok het aanbod aan De Groene in, omdat hij Smeets te weinig geïnteresseerd vond. Na lezing van het definitieve verhaal vindt Smeets overigens nog steeds dat de bron onvoldoende is.

In het door NRC Handelsblad gepubliceerde artikel heeft Van Colmjon heel wat circumstantial evidence bijeengebracht. Niet alleen Kleinveld maar ook zijn zoon heeft het verhaal van Jan van Bork gehoord, onafhankelijk van zijn vader. Twee communistische verzetsmensen (niet zelf bekend met Neuengamme) getuigden dat Van Bork weliswaar een ,,moeilijke man'' en een ,,orthodoxe stalinist'', maar ook ,,volstrekt loyaal'' was.

Hans Blom en Hans de Vries van het NIOD bevestigden dat in concentratiekampen vaker onderlinge liquidaties voorkwamen als men – al dan niet terecht – vond dat iemand niet te vertrouwen was. Het zou dus zo gegaan kunnen zijn als Kleinveld zegt, maar harde bewijzen zijn er niet.

Terwijl Kleinveld de biografie van Campert wilde corrigeren, probeerde Van Colmjon ook de dilemma's te illustreren van mensen in doodsnood. Voor een deel is dat gelukt, niet alleen door het artikel zelf en de inbreng daarin van het NIOD, maar ook door de reacties die daarna in verschillende media verschenen.

In deze krant schreef een andere NIOD-medewerker, Jolande Withuis, op de opniepagina een verhelderend stuk onder de kop `Moord op Campert laat veel vragen open'. Naast onderlinge steun waren er in concentratiekampen inderdaad ruzies tussen gevangenen om een stuk brood of conflicten tussen groepen, bijvoorbeeld verzetsmensen en misdadigers. Soms kwam iemand in conflict met een geheime kampraad. Hier en daar oefenden communisten een soort `terreur' uit. Wie zal zeggen wat er met Campert is gebeurd?

Die tegengeluiden zaten wel in het artikel van 19 februari, maar de toon werd toch gezet door de kop op de voorpagina: `Verzet bracht Campert om'. Alsof Van Bork en zijn medestanders (`verzet') daar reden toe hadden. Die indruk werd versterkt doordat het hoofdverhaal stellig poneerde: ,,Wegens misdragingen en verraad werd Jan Campert vermoord. Door Nederlandse medegevangenen. Dat onthult Gerrit Kleinveld.'' `Verzet' tegenover `verraad'. Er had beter kunnen staan: ,,Kleinveld is ervan overtuigd dat medegevangenen Campert hebben vermoord, omdat hij verraad zou hebben gepleegd.''

Ook na publicatie ging er iets mis. Pas een week later publiceerde de krant in de zaterdagbijlage (pagina 39) de ingezonden brief van Martijn Eickhoff en Judith Schuyf, die maandag al bij de krant arriveerde.

Ondertussen opende de Volkskrant op dinsdag de voorpagina met de visie van Schuyf: `Karaktermoord met als wapen onbewijsbare feiten'. Schuyf is eindredacteur van een boek over Neuengamme dat binnenkort wordt gepubliceerd. Zij heeft voormalige gevangenen geïnterviewd en meent op grond daarvan dat de `terreur' van `gepriviligieerde' blokoudsten soms gruwelijk was.

Tijdens de voorbereiding van zijn eerste artikel heeft Van Colmjon mevrouw Schuyf indirect benaderd, maar door misverstanden over en weer is het niet tot een gesprek gekomen. Dat is jammer, want via haar hadden overlevenden uit Neuengamme, ook als ze pas na de dood van Campert arriveerden, een beter beeld kunnen geven van het kampleven. Nu kwam die nuancering pas een week later tot ons.

De krant heeft wel gepoogd zorgvuldigheid te betrachten, ook door het concept-verhaal nog eens aan het NIOD en biograaf Renders voor te leggen. Maar het beeld was evenwichtiger geweest als tegengeluiden als van Schuyf en Withuis al in het eerste verhaal tot hun recht waren gekomen.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf