Je blijft een exoot

Ze maken cd's op niveau, winnen prijzen, geven concerten door het hele land en regelen hun eigen zaakjes. Vier jonge `jazza's' over hun plaats in een mannenscene. ,,Ik ben gewoon mijn eigen visitekaartje.''

Altsaxofoniste Susanne Alt schopte het vorig jaar met haar band tot de finale van de Dutch Jazz Competition. In het gastenboek op internet viel te lezen dat de muzikante alleen maar in de finale stond vanwege haar borsten. Jaloezie, denkt Alt. En toch steekt het haar. Jaren moest ze zich wapenen tegen geroddel in de kantine van het conservatorium en bokste ze op tegen vooroordelen. Het heeft jaren geduurd voordat ze de mening van anderen, `een meisje kan niet spelen', kon loslaten. ,,Ik heb me er op een gegeven moment over heen gezet'', zegt Alt. ,,Ik had twee keuzes: ik voeg me naar het beeld en laat me eronder krijgen. Of: ik kan me er niets van aantrekken en dat geroddel zelfs tegen ze gebruiken. Makkelijk, je neemt dat machoachtige gedoe een beetje van ze over en gaat net zo praten. Ik ben muzikant en ik ben een vrouw. Ik wil dat laten zien. Ik gooi mijn vrouwelijkheid nu helemaal in de strijd en gebruik het in mijn voordeel.''

De in Duitsland geboren maar in Amsterdam woonachtige Susanne Alt behoort tot een lichting jonge meiden in de jazz die zich de laatste tijd in de spotlights weet te spelen. Na jaren van stilte, waarin het leek of er na gevestigde Nederlandse jazznamen als Corrie van Binsbergen (gitaar), Carolyn Breuer (saxofoon), Esmée Olthuis (saxofoon), Saskia Laroo (trompet), Amina Figarova (piano) en Anna Elis de Jong (piano) nauwelijks nieuwe namen bijkwamen, is nu weer een nieuwe generatie jonge jazzvrouwen opgestaan. Deze jazza's hebben de juiste combinatie skills, lef, doorzettingsvermogen en looks – de eisen om het te kunnen maken in de van oorsprong door mannen gedomineerde jazzwereld. Ze maken cd's en opnames op niveau, winnen prijzen, krijgen beurzen om te studeren in het buitenland, geven concerten door het hele land met hun eigen bands of als begeleider van anderen en regelen hun eigen zaakjes.

Zoals Alt, die net haar eerste eigen cd heeft gemaakt in eigen beheer, dus de public relations, marketing en distributie regelt ze allemaal zelf. Ze verkoopt haar cd's na afloop van concerten en via jazzwinkels. ,,Het is kleinschalig, maar ik kan wel alles zelf beslissen. Bij een platenmaatschappij moet je de rechten afstaan en krijgt ook weinig betaald. Nu houd ik alles in de hand.''

Alt speelt regelmatig met haar eigen jazzkwartet. Daarnaast is ze een vast groepslid van de vrouwelijke houseformatie Female Force en treedt ze op met diverse deejays in clubs. Haar doelgerichte aanpak bij podia en media bezorgde haar de reputatie `overal wel een mannetje te kennen'. Zelf weet ze: ,,Ik ben gewoon mijn eigen visitekaartje.''

Wie de programmering van de jazzpodia in Nederland bekijkt, trekt de conclusie: weinig vrouwen bespelen op professioneel niveau een instrument. De jazzopleidingen op de conservatoria bestaan net vijfentwintig jaar en de eerste afgestudeerde vrouwen, veelal zangeressen, die mondjesmaat op de markt kwamen, zijn pas twintig jaar bezig. Zo'n tien jaar geleden kwam de echte uitstroom op gang. Ook daar zaten nog heel weinig instrumentalistes bij: fluitiste Ellen Helmus was één van de eersten.

,,De school was destijds een echt mannenbolwerk'', zegt Wouter Turkenburg, hoofd jazz van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. ,,De eerste vrouwelijke studentes zorgden voor een heel andere, soms broeierige sfeer.''

Verscherpte eisen

Hoewel het aantal vrouwelijke studenten aan de conservatoria met de jaren toeneemt, kiezen de meesten voor de popmuziek of klassieke muziek. Het aandeel jazzinstrumentalistes is mager. Een voorbeeld: van de honderdvijfenvijftig studenten aan de jazzafdeling op het Koninklijk Conservatorium zijn er zesentwintig vrouw, van wie er eenentwintig zangeres zijn en vijf instrumentalistes. Gemiddeld beginnen er per jaar zes zangeressen en één instrumentalist. De eisen voor zang zijn onlangs verscherpt: van toekomstige studenten wordt verwacht dat ze ook de piano kunnen bespelen.

Wie kiest voor de harde autonome wereld van de jazz met weinig financiële zekerheid en voortdurende verandering, beschikt volgens Wouter Turkenburg in elk geval over bijzondere kwaliteiten. Turkenburg: ,,Het is uitzonderlijk als een jong persoon zich aangetrokken voelt tot jazzmuziek. Klassieke muziek vinden de studenten stijf en pop is te dom. Jazz betekent avontuur. Alleen die keuze zegt al: die komt er wel in het leven.''

Neem Tineke Postma. De Heerenveense altsaxofoniste timmert flink aan de weg met haar hedendaagse hardbop. Haar debuut-cd First Avenue zag het licht al tijdens haar studie aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze twee jaar terug cum laude afstudeerde. Binnenkort verschijnt haar tweede cd, waarvoor ze, naast Darryl Hall, Rob van Bavel and Edoardo Righini, met de grote Amerikaanse drumster Teri Lynne Carrington de studio indook. Tot haar grote vreugde heeft diezelfde Carrington de Nederlandse saxofoniste nu uitgenodigd voor een tournee komende zomer.

Carrington, drumster in de band van Herbie Hancock en bandleider van eigen formaties, is volgens Postman een belangrijk voorbeeld. ,,Zij is heel vrouwelijk, maar tegelijk ook heel stoer. Ze doet zich niet anders voor om erbij te horen. Ze vertelde me bij de opnames van mijn cd dat je `het', het vrouwzijn dus, niet moet horen in je spel. Aan de andere kant, zei ze, hebben vrouwen juist iets emotioneels in hun spel, wat het juist zo speciaal maakt. Zoiets moet je misschien juist gebruiken in je muziek.''

Postma was één van de weinige meisjes op het conservatorium met een instrument. Ze stond daardoor meer in de belangstelling. ,,Maar ik zag mezelf niet als de uitzondering.'' En ze merkte al vrij vroeg het voordeel: ,,Als je goed speelt, val je eerder op.''

Dat ziet ook trompettiste Sanne van Hek, die langzaam terrein aan het winnen is in de Nederlandse jazzscene. ,,All eyes are on you. Mensen letten eerder op je en onthouden sneller wat je doet.'' Van Hek volgt de Masteropleiding van het Conservatorium van Amsterdam en studeert, net als Tineke Postma deed in 2002, een half jaar aan de Manhattan School of Music als uitwisselingsstudent. Een droom voor Van Hek, want met zijn kleine jazzafdeling is de beroemde muziekopleiding in New York een must voor jazzmusici aan de vooravond van een carrière in de muziek. De lessen van zeer bekende professionals uit het vak, zijn er nagenoeg één op één.

Van Hek is het type `eigenzinnig met grote bek', dat zich niet gauw in de hoek laat zetten. Volgens bassist Hein van de Geyn, producer van haar cd, `een beetje lijp, sterk wijf dat zich makkelijk een plek tussen de guys verwerft'.

Vanuit New York laat Van Hek weten eigenlijk niet over de positie van vrouwen in de jazz te willen nadenken. ,,Het boeit me werkelijk niet of er genoeg vrouwen in de jazz zijn en ik voel me ook geen ambassadeur voor vrouwen in jazz. Er zijn maar weinig goedspelende instrumentalistes, maar er zijn wat mij betreft andere aspecten die het lastig maken. Jazzmuzikanten lijken wel allemaal in hogere mate seksueel gefrustreerd, dus er zijn wel eens gecompliceerde situaties of dubbele agenda's. Het is soms lastig om uit te vinden wat mensen nou echt van je spel vinden, omdat ze het idee hebben dat ze aardig tegen je moeten zijn en je ziel niet mogen krenken. Alle meisjes krijgen op jamsessies van het hele huis een daverend applaus, ook al hebben ze niet veel te melden. Dat is soms een beetje denigrerend.''

Rolmodel

Hoewel er toch wel wat klinkende namen zijn, de pianistes Geri Allen, Mary Lou Williams en Marian McPartland en de drumsters Teri Lynne Carrington en Cindy Blackman, ontbreekt het de jonge instrumentalistes aan een goed internationaal rolmodel op topniveau, is de conclusie van Wouter Turkenburg van het Koninklijk Conservatorium. ,,Er zijn maar weinig voorbeelden die tot de verbeelding spreken, zoals bij zangeressen wel het geval is.'' Susanne Alt beaamt dit. ,,Wat had ik graag van een vrouw les gehad. Ze waren er alleen niet.''

Aimée Povel noemt de Deense percussioniste Marilyn Mazur haar voorbeeld. De drumster beweegt zich weer in andere scene dan haar eerdergenoemde collega's. Povel, voor zover zij weet de eerste vrouw die op drums is afgestudeerd in Den Haag, zoekt het vooral in modern panoramische sfeerjazz met een lyrische inslag. Zoals ze het zelf zegt: ,,Ik houd ervan met kleine dingen een draagvlak of ruimte te creëren binnen de muziek. Dat kan zijn om openheid of een sfeer te ondersteunen, maar ook vruchtbare chaos of een tegenwicht voor wat er muzikaal al gebeurt. In die zin ben ik geen drummer in de traditie van een stijlgerichte ritmische puls.''

Een half jaar terug verruilde ze haar huis in Nederland voor een plek in Denemarken. Vanuit een monumentale watermolen wilde ze concerten en workshops organiseren en hoopte ze contacten in de muziek op te doen. Een grote sprong in het diepe voor de drumster, die `altijd al iets had met Scandinavische jazz'. Het is haar daar echter tegengevallen iets van de grond te krijgen op muziekgebied. Door omstandigheden zal zij het Deense avontuur moeten loslaten. Maar er zijn al weer nieuw ideeën. In april verhuist ze met haar partner naar Duitsland, richting Kleve, net over de grens bij Nijmegen. Een avontuur dat haar in staat stelt haar Nederlandse jazznetwerk weer nieuw leven in te blazen.

Er is volgens haar op het conservatorium nooit een essentieel verschil gemaakt tussen man en vrouw. Wel zag ze dat muzikale onzekerheid zich vaak anders manifesteert bij vrouwen. ,,Ze nemen het eerder persoonlijk, als een gegeven en niet zozeer iets wat overwonnen kan worden door hard studeren.'' Ze heeft zich nooit achtergesteld gevoeld. ,,Ik heb van een man gehoord dat hij het idee had dat ik op het conservatorium minder gevraagd werd omdat ik vrouw ben. Hij werd daar razend om. Ik heb toch meer de neiging om te denken dat het vooral met persoonlijkheid te maken heeft. Ik schuif dingen niet graag af op mijn vrouwzijn omdat ik daar voor mijn gevoel niemand recht mee doe; mezelf niet en mijn medemuzikanten niet.''

Zowel Tineke Postma en Aimée Povel, als Susanne Alt en Sanne van Hek spelen veelal in mannenbands. Als enige vrouw tussen de mannen moet je wel de gedragscodes kennen. ,,Mannen onder elkaar zitten natuurlijk veel met elkaar te lachen en grove grappen te maken'', zegt Postma. ,,Als je dan op hetzelfde niveau mee wilt gaan zitten doen, is dat toch niet helemaal de bedoeling. Jij bent een meisje, dus zo moet je je ook wel blijven gedragen vinden de jongens.''

Van Hek: ,,Volgens mij moeten ze je op een gegeven moment echt serieus nemen als muzikant, anders blijf je maar `een meisje' . Als ze respect hebben voor wat je muzikaal gezien doet, dan zit het wel goed.''

Povel: ,,De nadelen zijn vooral sociaal, en hebben daarmee een gevolg voor de muziek. Ik hoor soms dat er een soort vanzelfsprekendheid van gedrag verdwijnt onder mannen wanneer er een vrouw bij is. Medemuzikanten hebben het idee dat ze met vrouwen erbij bijvoorbeeld geen vieze moppen kunnen vertellen. Dat alleen creëert al een soort ongemak, maar dat is zeker te doorbreken. Bovendien ken ik ook een aantal vrouwelijke instrumentalistes dat banalere moppen vertelt dan menige man.''

Wie denkt dat de enige vrouw in een mannenband zo haar eisen heeft wat de kleedkamer betreft, heeft het mis. Een eigen verkleedruimte? Nee zeg, reageren alle vier, al hebben ze allemaal zo hun eigen strategie. Ze verkleden zich thuis al, wachten op een moment van privacy of kleden zich zonder blikken of blozen even snel om. ,,Daar heb ik echt geen moeite mee'', zegt Alt. ,,Je gaat toch niet naakt en het is zo gebeurd.''

En hoe gaan de jazza's om met rolbepalende reacties van spottende machotypes, zoals `je speelt best leuk, voor een vrouw'. ,,Een kopstoot volstaat!'' grinnikt Van Hek. ,,Nee hoor, ik zeg meestal `dankjewel' en dan kap ik het gesprek af. Ik hoorde ook eens: `it takes a penis to play jazz'. Vond ik wel weer humor.''

Alle vier hebben ze zo hun negatieve ervaringen. ,,Ik kwam eens binnen bij een jamsessie in New York'', vertelt Alt. ,,Vroeg een Amerikaan: voor wie ik dat instrument droeg? Ik keek hem ijskoud aan.'' Postma: ,,Ja, er zijn legio voorbeelden. Een ober die aan je vraagt of je de zangeres bent van de avond. Oneerbare voorstellen over sexy outfits en veel geld. En ik hoorde eens dat ik alleen maar succes heb omdat ik een meisje ben.'' Povel: ,,Bij dat soort opmerkingen lijkt degene die hem maakt vaak nog oncomfortabeler dan ik. En zoiets komt alleen uit het publiek, nooit van medemuzikanten. Ik kan je niet vertellen hoe vaak mensen me al gezegd hebben dat ze mij veel steviger en gespierder hadden verwacht omdat ik drum. In die zin associëren mensen drums wel met fysieke kracht en een mannelijke energie. Dat kan ook zo zijn, maar is bij mij niet het geval.''

Een cd uitbrengen levert de jazzvrouwen extra aandacht op. Wel is de toon van de recensies door de heren jazzcritici typerend. Alt: ,,Je warme, zachte geluid wordt als `vrouwelijk' omschreven. Ik heb over mannen nog nooit gelezen dat ze zulke `mooie mannelijke noten' spelen. Je blijft een exoot.'' De voordelen zijn vooral commercieel, volgens Povel. ,,Er is een flink aantal vrouwenbands dat door het simpele feit dat het vrouwelijke muzikanten zijn, goed draait. En omdat er niet veel jazzdrumsters zijn bezorgt mij dat regelmatig invalwerk. Er zijn daarnaast ontelbaar veel uitzonderlijk goede drummers. Om jezelf binnen die massa zichtbaar te maken, kan het helpen als vrouw in de minderheid te zijn.''

Jamsessies

En dan zijn er nog de jamsessies, waar ieder voor zijn plekje vecht. Komen de vrouwen makkelijk aan de beurt? Povel: ,,Naast de ontelbaar veel goede ervaringen was er één keer waarbij ik met twee mannen het podium betrad om te jammen, waarbij zij mij volkomen negeerden en vervolgens een onmogelijk tempo inzetten. Ik heb een paar maal geprobeerd mee te spelen en ben toen weggegaan. Dat was de enige keer dat ik ervan overtuigd was, dat ze niet met mij wilden spelen omdat ik een vrouw ben.''

Alt: ,,Als een mannelijke collega bij een sessie of optreden met de band net een schitterende solo heeft gespeeld, ben ik eerder geneigd een korte solo te spelen. Juist omdat ik er niets aan toe heb te voegen. Dat wordt soms geïnterpreteerd als gebrek aan durf. Een man zou er nog eens overheen willen blazen of houdt zich rustig en dat wordt nauwelijks opgemerkt.''

,,Hoe traditioneler de stijl, hoe traditioneler de verhoudingen'', concludeert Povel. ,,Jazz is een breed begrip waarbinnen veel verschillende richtingen vallen. Ik ben meer gericht op nieuwe Europese muziek en daar merk ik niet veel onderscheid tussen man en vrouw. Ik zie daar vrij veel opvallende bandleidsters zoals Esmée Olthuis en Marilyn Mazur. Maar er is absoluut altijd ruimte voor goede muzikanten, man of vrouw, in welke stijl dan ook.''

Postma: ,,Het is goed om te zien dat er toch steeds meer meiden zijn met een instrument. Ik geef nu af en toe les en kom echt hele combo's tegen met meiden.Die geef ik hierover maar een boodschap mee: niet lullen maar spelen. Laat je muziek spreken.''

Sanne van Hek: sannetyclause@hotmail.com

Susanne Alt: www.susannealt.com

Tineke Postma: www.tinekepostma.com

Aimée Povel: Info over Yeast op: www.esmeeolthuis.nl/bands/yeast.php.

Nimbus: www.wolfertbrederode.com