Hoogmoed en hebzucht

De geschiedenis van Nederland is beschreven in naslagwerken,dagboeken, proefschriften, handschriften en biografieën. De redactie van Boeken vroeg zestien kenners welk werk ze zouden nemen als ze over `hun' onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis één boek moesten kiezen.

De historicus Johan Huizinga schreef zeer beeldend. Dat is zoals bekend een van de grote kwaliteiten van zijn beroemdste boek, Herfsttij der Middeleeuwen, dat handelt over de Bourgondische landen in de late Middeleeuwen. Huizinga had het vermogen de atmosfeer, het levensgevoel van een bepaalde periode op te roepen. Het lijkt of hij eerder intuïtief dan systematisch te werk ging. Zijn proza is een mengsel van geleerdheid en retoriek. In zijn tijd was dat in wetenschappelijke teksten niet ongewoon.

De moderne lezer wordt door al die krullen eerder afgeleid. De vele oorspronkelijke ideeën in Herfsttij der Middeleeuwen vallen daardoor eerst niet zo op. Maar ik zou niet aarzelen dit boek, op grond van juist die kwaliteiten, onovertroffen te noemen. Elke keer als ik erin lees, zie ik weer iets anders dat me fascineert, en ook als ik het uiteindelijk niet helemaal of helemaal niet met de auteur eens blijk te zijn, heeft hij me toch weer aan het denken gezet of aan het twijfelen gebracht over wat ik meende te weten.

Huizinga was nauwgezet en vindingrijk bij het interpreteren van teksten uit het verleden en hij had vooral een talent om interessante grote lijnen te destilleren uit vrij weinig bronnenmateriaal. Een voorbeeld daarvan is te vinden in het eerste hoofdstuk van Herfsttij. Hij constateert dat in de loop van de Middeleeuwen eerst de hoogmoed als de gevaarlijkste zonde beschouwd werd en later de hebzucht. Waarom? In de overwegend agrarische en sterk hiërarchische maatschappij van de vroege Middeleeuwen was het geweld van de aristocratische beroepskrijger het meest acute probleem. In de latere Middeleeuwen nam de handel toe, er kwamen meer steden, er ontstond een geldeconomie. Nu werd ongeremd streven naar winst, inhaligheid het centrale probleem. De hebzucht begon de hoogmoed te verdringen van haar eerste plaats onder de zonden.

Scherp gezien, mooi bedacht, heel plausibel. Maar is het waar? De Amerikaan Lester K. Little heeft, gebaseerd op een veel groter bestand aan middeleeuwse teksten en beeldmateriaal, Huizinga's stelling enigszins gerelativeerd, maar in grote lijnen overeind gelaten: eerst meer hoogmoed, later meer hebzucht. Hij had dus in wezen gelijk. Is dat toeval? Nee, het is de vrucht van trefzekere intuïtie, gecombineerd met een immense hoeveelheid kennis.

Ik ben opgegroeid met `mentaliteitsgeschiedenis', die vanaf de jaren zestig in Frankrijk opbloeide. Daar is veel goeds uit voortgekomen, vooral een frisse, democratische kijk op het leven en denken in het verleden, van mensen van vlees en bloed. In Huizinga's boek – uit 1919! – zit dat al helemaal. Met een meesterschap, waardoor hij de evenknie is van grote historici als Le Goff en Le Roy Ladurie. En dat zo vroeg, in zijn eentje, en in subliem Nederlands. Wat wil je nog meer?

J. Huizinga: Herfsttij der Middeleeuwen. Studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden [1919].