Het zijn onze centen

Vrijheid van onderwijs is een typisch liberaal beginsel. Het was Thorbecke die het bij de herziening van 1848 in de grondwet opnam. Confessionelen hadden er vanouds meer moeite mee. Wat zij het liefste zagen, was publiek onderwijs naar eigen confessionele snit, zoals dat in vroegere eeuwen ook algemeen bestond. Openbaar onderwijs in Nederland was van origine gereformeerd en later verlicht protestants of algemeen christelijk.

De schoolstrijd die tussen ongeveer 1870 en 1920 woedde, draaide niet om het beginsel – dat was onomstreden –, maar om het gebruik ervan. Toen enkele radicale protestanten en katholieken de mogelijkheden wilden benutten die de wet hun bood, schrokken liberalen zich lam. De prachtige nationale, verlichte waarden van `hun' openbare school werden op die bekrompen sekteschooltjes geheel versmaad.

Gezien het belang van het onderwerp is het verrassend dat er geen goede monografie over de schoolstrijd bestaat. Het thema komt aan de orde in vele verzuilingsstudies, er zijn oude boeken met partijdige confessionele overwinningsverhalen, er is een proefschrift over de voorgeschiedenis, maar een overzicht van de schoolstrijd op nationaal niveau is nooit geschreven. De eenheid & de delen bevat tien artikelen waarin de auteurs betogen dat zuilvorming en natievorming geen tegenstelling vormden, maar elkaar juist versterkten – al die levensbeschouwelijke groepen mobiliseerden hun aanhangers immers landelijk –, maar meer dan een aanzet is het niet.

Geen historische studie, maar wel grappig is de dissertatie van Jan Kees Hordijk: De democratie van het respect. Schoolstrijd, levensbeschouwing en politiek debat (Delft 2001). Tegenover de opvatting van de politiek filosoof John Rawls dat je in het publieke debat geen beroep zou moeten doen op levensbeschouwelijke argumenten, betoogt Hordijk dat je die best kunt aanvoeren en daarbij zet hij de argumenten die confessionele voorlieden tijdens de schoolstrijd hanteerden, nog eens op een rij. Natuurlijk kun je elk argument inbrengen, ook `dat de wind purpelpaars is'; de vraag is alleen wat je toehoorders serieus nemen.

De schoolstrijd ging over de verhouding tussen negatieve en positieve vrijheid. Wat heb je aan vrijheid als je niet het geld hebt er gebruik van te maken? Abraham Kuyper vond het doorslaggevende argument: het ging niet om subsidie van bijzondere scholen, maar om `restitutie'. Die ouders moesten gewoon hun belastinggeld terugkrijgen in de vorm van bijzondere scholen voor hun kinderen. It's your money, in meer verantwoorde vorm.

Henk te Velde, Hans Verhage (red.): De eenheid & de delen. Zuilvorming, onderwijs en natievorming in Nederland 1850-1900 [1996].