Het ouds ligt op straat

Murw door alle historische boeken? Geschiedenis is ook op straat te vinden.

Te voet door het vaderland.

Het begint al aan de rand van Brielle. De glanzende letters van Businesscenter Geuzenstaete (`waar ondernemers aan ondernemen toekomen') maken direct duidelijk dat het welvarende vestingstadje zich nog graag laat voorstaan op de inname door de watergeuzen in 1572. Maar de scherpe randjes zijn er na ruim vierhonderd jaar wel vanaf. De gewelddadige gebeurtenissen van toen zijn een vorm van goedaardige folklore geworden. Zo prijkt voor de deur van lunchroom De Gulle Geus, in het oude centrum, feestelijk een plastic Spaans harnas. En boekhandel Hoofdstuk Een verkoopt maar liefst twee Spaanse kranten: El Mundo en El País.

Bij de eerste kennismaking lijkt een bezoekje aan Brielle meer iets voor winkelende dagjesmensen dan voor een historisch geïnteresseerd publiek. Maar voor wie over de juiste aanwijzingen beschikt, kan door de keurige winkelstraatjes en hofjes van nu nog steeds het Den Briel van 1572 zien. Geschiedenis op straat. Wandelen door historisch Nederland van de Amsterdamse historici Herman Beliën, Paul Knevel en Ineke van Tol, biedt zulke aanwijzingen. In dit boek laten zij de collegezalen voor wat ze zijn en tronen zij de lezer mee de straat op. Dat loont de moeite, want hoewel het aanzicht van het huidige Nederland onvergelijkbaar is met dat van een paar eeuwen geleden, zijn er nog genoeg sporen van het verleden te vinden.

Neem het Asylplein. Op het eerste gezicht een mooi hofje, met in het midden een standbeeld van een vrouw, verder niets bijzonders. De meeste mensen zullen zich niet afvragen waarom dit hofje bestaat, wat de bouwers er destijds mee hebben beoogd, en wat het zegt over Nederland. Daarvoor moet je die plek kunnen `lezen' en dit boek biedt daarvoor de code.

In 1872 werd de inname van Den Briel driehonderd jaar geleden herdacht. Men pakte op grootse wijze uit om dit jubileum te vieren, onder andere met aankomst per schip van koning Willem III. Er zou onder andere een standbeeld worden onthuld, om de inval van de Geuzen te gedenken. Maar dat leverde al direct een probleem op, want katholieke Nederlanders koesterden weinig warme gevoelens bij de inname. De Geuzen, onder leiding van Willem van der Marck, waren namelijk als beesten tekeer gegaan. Geestelijken waren gemarteld en vermoord, burgers beroofd en nonnen verkracht. Een standbeeld van Van der Marck, die er door zijn mannen nog maar net van kon worden weerhouden om de stad in brand te steken, was daarom uitgesloten. Een plaatselijke commissie koos daarom voor een ontwerp van J.Ph. Koelman, dat de opstand op een even abstracte als vage manier weergaf: een half-ontblote waternimf, die met een arm naar de zee wijst en in de andere de vlag van het Huis van Oranje vasthoudt. Men hoopte met dit esthetiserende ontwerp, waarbij goed naar het Franse voorbeeld Marianne was gekeken, de gevoelens van het katholieke volksdeel enigszins te ontzien.

Afgekraakt

Het beeld werd echter massaal afgekraakt in de pers en een Utrechtse commissie ging aan het werk om een alternatief monument te bedenken. Dat werd uiteindelijk geen standbeeld, maar een tehuis – het Asyl – voor oude en verminkte zeelieden, dat rondom het standbeeld werd gebouwd en waarmee de onafhankelijkheid volgens de commissie `waardiglijk' werd herdacht. Zo zijn hofje en standbeeld bij nader inzien een treffend voorbeeld van de eeuwenlange bestuurlijke traditie van `schikken en plooien' dat Nederland bijeen heeft gehouden.

Geschiedenis op straat begint met een inleiding, waarin de auteurs de fundamentele vraag stellen waarom Nederland eigenlijk bestaat als zelfstandige politieke eenheid. Argumenten als taal, religie of de strijd tegen de Spanjaarden bieden volgens hen geen afdoend antwoord op deze vraag. Het is een lezenswaardige en heldere opmaat voor het volgende deel: de wandelingen. Beliën, Knevel en Van Tol hebben 17 historische wandelroutes uitgezet, waarvan twee in België. Daar lag in de zestiende eeuw immers het economische en politieke zwaartepunt van de Lage Landen. Iedere route voert langs gebouwen, pleinen, straten of standbeelden, en de auteurs voorzien de lezer van uitvoerige informatie over hun geschiedenis. Soms ruimen ze voor een onderwerp een apart kader in, zoals over de waterschappen of de optredens van het joodse artiestenduo Johnny and Jones in kamp Westerbork.

Boeken met historische wandelroutes zijn er wel meer. Wat Geschiedenis op straat onderscheidt, is dat de auteurs bij het selecteren van de wandelroutes niet zomaar een greep uit de geschiedenis hebben gedaan, maar systematisch te werk zijn gegaan. Ze hebben gekozen voor twee hoofdthema's, te weten `Het ontstaan van Nederland' en `Een land van burgers'. Deze thema's zijn vervolgens verder opgesplitst in `het water', `de Nederlandse Opstand' (zes wandelingen), `koophandel en zeevaart in de Gouden Eeuw' (drie wandelingen) en de Tweede Wereldoorlog. Wie alle routes lansloopt, heeft een beter inzicht verkregen in dit land, haar bewoners en haar instituties. Fraaie hoofdstukken zijn die over religieuze pluriformiteit (Dordrecht) en over de laat negentiende-eeuwse burgerij (Museumpleinbuurt in Amsterdam). Een beetje mager is de wandeling door Leiden. Daar had zonder twijfel een bezoek aan de Leidse universiteit – de oudste van het land en hét symbool van de emancipatie van de Noordelijke Nederlanden in de zestiende eeuw – in moeten staan. Speelt hier Amsterdamse vooringenomenheid mee? Maar ondanks deze omissie is Geschiedenis op straat een goed boek geworden – veelzijdig, verhelderend en inzichtgevend.

Standbeelden

In tegenstelling tot de auteurs van Geschiedenis op straat neemt Henk ten Berge in zijn Spiegel van de Lage Landen uitsluitend standbeelden als uitgangspunt. In 25 korte verhandelingen blaast Ten Berge het stof af van historische figuren als Jan Pieterszoon Coen, Kenau Simonsdochter Hasselaer, maar ook van minder bekende Nederlanders. Het is een aardig boekje voor de borreltafel, met veel faits divers, maar is geen samenhangend geheel. Op de achterflap staat dat het (povere?) historisch besef van de Nederlander `karikaturale en opwindende momenten oplevert'. Inderdaad was Michiel de Ruyter geen Friese schaatskampioen, zoals een bekende Nederlander schijnt te hebben gezegd. Als Ten Berge dat publiek wilde bedienen heeft hij het juiste boek geschreven.

Herman Beliën, Paul Knevel, Ineke van Tol: Geschiedenis op straat. Wandelen door historisch Nederland. Amsterdam University Press/ Salomé. 352 blz. €19,50 Henk ter Berge: Spiegel van de Lage Landen. Conserve, 213 blz. €18,–