Fotograaf

Frits Weeda, een wonderlijke fotograaf.

Hij is zeker niet de bekendste fotograaf van Nederland, maar hij heeft werk gemaakt dat nog lang zal voortleven. Voor de fotograaf Weeda waren de jaren tussen 1958 en 1965 in Amsterdam één grote, creatieve explosie. Daarna deed hij er het zwijgen toe, voorgoed. Sinds 1965 heeft hij geen fototoestel meer aangeraakt. Hij ging zwerven, raakte verslaafd aan medicijnen en drank en het duurde lang voordat hij zijn leven weer enigszins op orde had.

Hoe kan een kunstenaar zijn talent zó verzaken? Het is een vraag die je steeds weer bestormt als je over de indrukwekkende tentoonstelling loopt die het Gemeentearchief aan de Tolstraat in Amsterdam (nog tot 20 maart) aan het werk van Weeda wijdt.

In het `gastenboek' laten de vele bezoekers interessante reacties achter. ,,Dat we in deze rommel groot geworden zijn'', schrijft iemand. ,,Toch was het een leuke avontuurlijke jeugd! Prachtige foto's, leuke jeugdherinneringen. Zeker als je dit met je ouders bekijkt.'' ,,Geweldige tijd'', noteert een ander, ,,toen gebeurde er nog eens wat op straat. Wat een rotzooi, afbraak en vuilnis was er destijds. Het lijkt wel een derdewereldstad. Toch herinner ik het me zó niet.''

Voor de echte Amsterdammers, of de mensen die zich omstreeks 1960 in Amsterdam vestigden, moeten de foto's van Weeda een verwarrend feest van herkenning zijn. Hun ambivalente reacties geven het al aan. Weeda, een man met een sombere kijk op het leven, geeft een grimmig beeld van het toenmalige Amsterdam. Het is vooral een smerig, rommelig Amsterdam, een stad vol afval en afbraak. Weeda liep er met lede ogen rond en legde het als fotograaf bijna obsessief vast.

Achter die obsessie schuilt de kunstenaar, die je overreedt met zijn ogen te kijken. Dat lukt hem omdat hij zo'n goede fotograaf is. Maar je kunt aan de bezoekers merken dat zij zich met gemengde gevoelens gewonnen geven. Want het was toch, ondanks alles, `een geweldige tijd'.

De wederopbouw was in volle gang, Nederland bevrijdde zich van de sombere jaren vijftig. ,,Het waren de jaren van het grootschalig denken'', zei Weeda onlangs in Het Parool. ,,Huizen, straten, blokken, complete wijken werden gesloopt. Mensen kunnen het zich niet meer voorstellen, maar de Weesperstraat was ooit net zo mooi als de Utrechtsestraat. En Kattenburg en Wittenburg zagen eruit als de Jordaan.'' (Toenmalig wethouder Joop den Uyl heeft nog overwogen ook de Jordaan tegen de vlakte te gooien.)

Er worden vaak vergelijkingen gemaakt tussen Frits Weeda en Cas Oorthuys, die andere fotograaf van Amsterdam. Oorthuys' kijk op Amsterdam, neergelegd in het boek Amsterdam onze hoofdstad uit 1963, is veel onbezorgder en optimistischer. Bij hem veel zon, vlaggen en vrolijke mensen. Leg daar eens het fotoboek van Weeda (uitgeverij De Verbeelding) naast. De titel is veelzeggend genoeg: In de schaduw van de welvaart.

Ik heb beide boeken zorgvuldig na elkaar doorgenomen en mij rest maar één conclusie: Weeda was de grotere kunstenaar. Hij heeft een visie op de wereld die je tot nadenken dwingt. Oorthuys maakte kiekjes, briljante overigens.