En ongezond weer op!

Als je in de jaren zestig aan de goede kant van de generatiekloof stond en niet al te veel puistjes had, dan waren het leuke jaren. Een boek over the sixties in Nederland moet eigenlijk hetzelfde doen als een wasmiddel ons enige tijd geleden voorhield: vergeet de vlekken, onthoud de gezelligheid. En er is maar één boek dat dit vermogen bezit: Het beste uit Hitweek. Dit roemruchte blad verscheen op 17 september 1965 met een eerste nummer dat gezaghebbend opende met de mededeling: `(FLASH) WANT WE ZIJN van mening, dat de ouderen bang voor ons, tieners, zijn. Er is angst voor de vasthoudendheid en het razendsnel improvisatievermogen waarmee wij de dingen aanpakken.'

Dat was een mooi begin, zoals ook het motto van het eerste jaar veel steun gaf in het leven: `De jaren, nee: eeuwenlang volgehouden onderschatting van de jeugd is ongeveer met het verschijnen van Hitweek tot 'n absolute stop gekomen.' Vooral dat `ongeveer' was goed. Naar schatting zijn er 300.000 vijftien- tot vijfentwintig-jarigen met dit prachtblad opgegroeid. Daarmee hebben ze hun muzikale smaak ontwikkeld (al die inspirerende brieven van Breathless Henk uit Den Bosch over Jerry Lee Lewis, Boterman over Bob Dylan, de talloze pleidooien voor de nederbeat), daar hebben ze de pest leren krijgen aan De Telegraaf (de Telegier of de Telesgoft) en daar werd ernstig geschreven over het probleem van de vlekken in de lakens. Daar moest mevrouw Zeldenrust-Noordanus nog aan te pas komen met een verhandeling over `Fijn met elkaar naar bed', wat vervolgens enigszins afgezwakt werd met de boodschap: `Sex is niet iets wat je met de eerste de beste doet!...dan kan je wel direct op de walletjes gaan zitten.' Kortom, het was een blad waarin goede discussies werden gevoerd en dat een beheerste modernisering over het land verspreidde. En het ging niet alleen over muziek en seks, maar ook over wat toen `politiek' was. Nadat Bram de Swaan bij voorbeeld had uitgeroepen dat `we' best een bijdrage konden leveren aan de revolutie in andere landen, kreeg hij te horen: `Gewelddadige revolutie: je komt er voor jezelf niet verder mee.' Misschien wat beknopt allemaal, maar toch ook heel precies.

Maar het beste in Hitweek was de filosofie, de manier waarop levensbeschouwing naar een zeker niveau werd getild. Neem het prachtstuk van Simon Vinkenoog van 7 januari 1966 over outsiders: `Laten mijn lezers en ik duidelijk weten, waar wij aan toe zijn, stellen wij dus ineens en onweerlegbaar voorop: de strijd tussen de machten van de Duisternis en die van het licht is nog niet ten einde gestreden! Wij zitten er nog middenin, als wij tenminste onze koppen niet in het zand steken.' Nog steeds relevant, lijkt me. Het is kortom een blad waarvan ik regelmatig in de lach schiet, dat me soms ook ontroert en waardoor ik al met al in een uitstekend humeur kom.

Willem de Ridder & Frank Dam (samenstelling): Het beste uit Hitweek 1965-1969 [2003].