Eerst mijn kopie terug

De geschiedenis van Nederland is beschreven in naslagwerken,dagboeken, proefschriften, handschriften en biografieën. De redactie van Boeken vroeg zestien kenners welk werk ze zouden nemen als ze over `hun' onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis één boek moesten kiezen.

In 1976 sloot ik mijn studie af met een scriptie over de invloed van Richard Wagner op de Franse schilderkunst in de negentiende eeuw. Ik combineerde daarin mijn vak van kunsthistoricus met mijn grootste passie: opera. De scriptie sloot af met een appendix gewijd aan het Nederlandse wagnerisme, met Jan Toorop en Berlage als voornaamste helden. Eén boek lag bij het schrijven permanent op mijn werktafel: Het symbolisme in de Nederlandse schilderkunst 1890-1900. Het was een onmetelijk rijk boek, een onmisbare bron en voortdurende inspiratie. Het voerde me op erudiete wijze binnen in de ongemeend spannende en intrigerende gedachtenwereld van het broeierige fin de siècle. Ik moest me daarbij wel behelpen met fotocopieën, want de boekuitgave van Bettina Spaanstra-Polaks dissertatie uit 1955 was toen al een zeldzaamheid en voor de smalle beurs van een student te hoog gegrepen. Ik heb het originele boek dan ook nooit zelf in bezit gehad.

Toen Spaanstra-Polak haar magnum opus schreef was het symbolisme nog een zwaar miskende stroming. Jan Toorop, de toonaangevende Nederlandse representant ervan, werd doorgaans om zijn vele stijlwisselingen als stuurloos of opportunistisch verguisd. Zijn hermetische voorstellingen bleven ongeduid en wekten veeleer irritatie. Literaire dimensies werden bij beeldende kunst niet gewaardeerd in een periode dat l'art pour l'art en abstractie hoog in het vaandel stonden. Bij Spaanstra-Polak was Toorop echter de centrale held en haar boek schiep een nieuw inzicht in die ongrijpbare wereld van het fin de siècle en zijn `femmes fatales'.

Pas echt veel gelezen werd Spaanstra-Polak in de jaren zeventig, toen het Symbolisme en de Art Nouveau weer in de mode kwamen. In ons land wijdden toen Boijmans-van Beuningen, het Haags Gemeentemuseum en het prentenkabinet van het Rijksmuseum grote tentoonstellingen aan deze stromingen. Sindsdien volgden talloze exposities en werden deelstudies gewijd aan de meest uiteenlopende aspecten van het Nederlandse Symbolisme. Maar geen ervan, hoe fraai ook uitgegeven en hoe wetenschappelijk ook verantwoord, kon het pionierswerk van Spaanstra-Polak van de troon stoten. Het was dan ook een daad van rechtvaardigheid dat vorig jaar, na een halve eeuw, bij THOTH een ongewijzigde heruitgave van deze kunsthistorische klassieker verscheen. Met enige weemoed belandde toen mijn zwaarverbleekte stapel fotokopieën in de prullenmand. Toch blijft het verlangen alsnog over een exemplaar van de oer-editie te beschikken: je wilt toch het echte ding in je hand houden! Daarbij speelt geen geringe rol dat ik jaren na mijn afstuderen de auteur persoonlijk ontmoette en in haar – nee, geen femme fatale – één van de liefste en hartelijkste collega's in ons mooie vak leerde kennen.

B. Spaanstra Polak: Het Symbolisme in de Nederlandse schilderkunst 1890-1900 [1955].