Een roestig stuivertje

Maarten Spanjer wekte als kind ooit de toorn van Rinus Michels. Als acteur imiteerde hij later met veel succes de gisteren overleden voetbalcoach. Herinneringen aan de generaal.

Enige weken geleden zat ik met een aantal Amsterdamse vrienden te lunchen in een chique restaurant in Zuid. We zaten aan een tafel bij het raam onder een goed glas wijn het leven door te nemen, toen Michels voorbij fietste. Het gesprek stokte en het hele gezelschap keek eerbiedig naar buiten. Michels bereed zijn rijwiel alsof het glad was. De generaal was een breekbare man geworden en ook zijn fiets verkeerde in een gebrekkige staat van onderhoud. Achteraf gezien namen wij alvast één minuut stilte in acht die Ajax ongetwijfeld in zijn eerstvolgende wedstrijd zal houden. Er was een levende legende gepasseerd.

Mijn gedachten gingen terug naar een trainingsdag van Ajax in 1965. De club moest zijn grote Europa-Cupsuccessen nog behalen. Samen met hulptrainer Cor Brom droeg ik de pylonen en de stapel rode trainingshesjes het veld op. Ik had van hem speciale toestemming om de verdwaalde ballen terug te schieten. Dat kon je niet zomaar aan iedereen overlaten. Het was heel belangrijk dat je de bal niet plompverloren terugschopte, waardoor je het spel kon verstoren. Ik probeerde het altijd zo mooi en zuiver mogelijk te doen. Als je ze in het hart raakte kwam er muziek uit. En eens zou toch het moment komen dat Michels zou denken: `Wie is toch die stille jongen achter het doel met die geweldige wreeftrap?'

Die middag in maart stuiterde een bal mijn richting uit en in een flits besloot ik om hem in een `dropvolley' naar Piet Keizer te retourneren. Ik raakte het leder niet helemaal lekker en door een vreemd effect kreeg de bal een enorme vaart. De bal raakte Michels, die wijdbeens op de middenstip stond, vol in de rug. Heel even hapte hij naar adem. Toen draaide hij zich om en bulderde over het gras: ,,Wil dat ellendige klapkauwgompie onmiddellijk van de velden verdwijnen!''

Door de jaren heen heb ik Michels een paar keer de hand mogen drukken. Tot een echt gesprek is het nooit gekomen.

,,Wie bent u en wat doet u'', vroeg hij steeds. Een uitgebreide ontmoeting vond pas plaats toen mij in 1995 werd gevraagd de rol van Michels te spelen in het voetbalspektakel `Abe' ter ere van die andere legende in de Nederlandse voetbalhistorie. Michels had als voorzitter van het comité van aanbeveling zijn zegen uitgesproken over mijn rol, met de toevoeging dat het wel stijlvol moest gebeuren. Er zouden publiciteitsfoto's worden gemaakt en ik kreeg een uur lang de kans zijn aanwezigheid in te drinken.

De kennismaking vond plaats op een terras aan de Bosbaan in het Amsterdamse Bos. De fotograaf en ik hadden al plaatsgenomen aan een tafeltje toen Michels op een glimmende Gazelle het pad kwam opgefietst. Een sportief overhemd met korte mouwen en een mooie vouw in de Terlenka pantalon. Hij keek strak voor zich uit, maar ik merkte dat hij ons allang gezien had. Iets te enthousiast probeerde de jeugdige fotograaf zijn aandacht te trekken. Verstoord keek hij onze kant op alsof hij niemand verwachtte. Kort schudde hij onze handen, voor hij aanschoof. Het barse, ronde gezicht, waaraan hij de bijnaam `De Bul' te danken had, was vermagerd, maar gebronsd door de zon. ,,Ik hoop niet dat het verhaal over kampeervakanties gaat'', opende hij met een veelbetekende blik op de safaribroek van de fotograaf die van kleur verschoot.

Even later volgden wij de jongeman naar de lege tribunes langs de Bosbaan voor de foto. Hij wilde ons naast elkaar op de bank laten zitten. Michels bleef staan en keek over het water uit.

Dat schijnt óók een sport te zijn, mijmerde hij, toen een hengelaar in het vizier kwam.

,,En dat schijnt het hoogtepunt in die sport te zijn'', liet hij er naadloos op volgen toen de man net een vis aan de haak had geslagen. ,,Niet voor die vis natuurlijk.'' Voldaan ging hij zitten. Na de opnamen stond hij abrupt op. Ik merkte dat hij het mooi genoeg vond zo. ,,Ik moet er weer eens vandoor'', zei hij, ,,er staat mij nog een hoop te doen vandaag.''

In de wetenschap dat wij toekeken, sprong hij zo kwiek mogelijk op zijn fiets en reed op zijn gemak het bos uit.

Onlangs werd ik benaderd voor een televisiecommercial van Peynenburg. Ik zou de stem van Michels moeten doen onder beelden van een baby die vanuit zijn wiegje naar brokken ontbijtkoek hapt. Leuker konden ze het niet maken. De producent belde Michels nog even voor toestemming.

,,Mocht deze merkwaardige reclame-uiting een roestig stuivertje opleveren, dan doe ik het liever zelf'', opperde deze. ,,Tegenhouden kan ik het toch niet.''

Bij het zien van de commercial moest ik tot mijn spijt constateren dat zijn stem niet meer opwoog tegen de mijne. Het leek me verstandig dat hij de rol van Michels in de toekomst beter aan mij kon overlaten.