Duitse fabrieken Opel blijven open

Het voortbestaan van de Duitse autofabrieken van het Amerikaanse concern General Motors, de grootste autoproducent ter wereld, is voor de komende jaren veiliggesteld. Na maanden onderhandelen kwamen personeel en directie een reddingsplan overeen: in ruil voor lagere lonen, flexibelere arbeidstijden en vermindering van het aantal banen is het moederconcern bereid om in de Duitse vestigingen te investeren.

Tussen de GM-fabrieken in Europa was een felle concurrentiestrijd ontstaan. De Opelfabriek in Rüsselsheim en de Saabfabriek in het Zweedse Trolhättan probeerden beide de opdracht te krijgen voor de bouw van een nieuwe middenklasser. Rüsselsheim sleepte de opdracht uiteindelijk binnen omdat de offerte 200 miljoen euro lager uitviel.

In Rüsselsheim zullen daarom vanaf 2008 een nieuwe middenklasse auto van Opel worden gebouwd, evenals een nieuwe middenklasse auto van Saab. Het gaat om de opvolgers van de Opel-Vectra en de Saab 9-3. In Zweden zal vanaf volgend jaar een nieuwe, relatief Cadillac (BLS) worden gebouwd, evenals een aantal Saab-modellen. In de verouderde fabriek in Bochum zal de vijfdeurs Opel-Astra gebouwd worden. Bochum moest concurreren met fabrieken in België en Groot-Brittannië.

De Duitse fabrieken wonnen het interne gevecht onder andere omdat het personeel bereid was om de komende jaren af te zien van loonsverhogingen. Ook wordt de kerstgratificatie verlaagd en worden de arbeidstijden flexibeler. Met deze bezuinigingen hoopt GM de verliesgevende dochter Opel weer winstgevend te maken. De werknemers van Opel verdienen nu tot 20 procent meer dan de CAO voorschrijft.

Vorig jaar kondigde het Amerikaanse concern aan in Europa 12.000 banen te zullen schrappen. Ook maakte het bedrijf bekend de productie van middenklassers – nu nog in Rüsselsheim én Trolhättan – in één fabriek te willen concentreren. Bij Opel verdwijnen op den duur 10.000 banen.