Door mannen voor mannen

Shunga-prenten zijn erotische fantasieën voor een mannelijk publiek. De standjes zijn soms zo virtuoos dat het lijkt alsof het onderlichaam een eigen leven leidt.

In de Shunga-prenten strijden twee dingen om de aandacht: rijkgedecoreerde, gekleurde stoffen, en seks. Het is een geraffineerd spel van verhullen en tonen, in complexe composities van gebloemde, gestippelde en gestreepte kimono's en (meestal sterk uitvergrote) geslachtsdelen. Op een van de beroemdste Shunga-prenten – een houtdruk van Kitawaga Utamaro uit 1788 getiteld Het gedicht van het hoofdkussen – is, in tegenstelling tot de meeste Shunga-illustraties, de eigenlijke daad niet te zien. Een courtisane ligt halfopgericht met haar rug naar ons toe, haar kimono is tot op haar schouders afgezakt. Prachtig is haar neklijn en het hoogopgestoken zwarte haar dat met een dwarsgestoken pen wordt vastgehouden. Een naakt dijbeen, deels bedekt door een doorzichtige witgestippelde sluier, omklemt zijn onderlichaam.

De compositie, met al die beweeglijke lijnen van textiel, wordt in balans gehouden door de strakke horizontale structuur van een houten balkonhek, waarachter een elegante groene struik met fijngestileerde bladeren groeit. Aan de linkerkant wordt het beeld beëindigd door de dunne latjes van een rolgordijn. De man houdt houdt een papieren waaier vast waarop een gedicht staat van Yadoya (no) Meshimori (1752-1830). Het luidt, in het Engels vertaald: `Its beak caught firmly/ In the clamshell,/ The snipe cannot fly away,/ an autumn evening.'

Prachtig is het wanneer de scène gedeeltelijk aan het oog onttrokken wordt door een dun gordijn of een muskietennet, zodat de naakte lichamen zich in de schaduw bevinden, achter een ragfijn raster van lijnen. Geheel naakte lichamen zijn trouwens zeldzaam in deze prenten. Heel mooi is een smal, verticaal `pillar picture' van Suzuki Harunobu (circa 1770). Een jonge vrouw stapt, één been hoog opgeheven, in een ronde houten waskuip. Haar lichaam, gedraaid omdat zij over haar schouder kijkt, is weergegeven met enkele vloeiende lijnen en in wit uitgespaard tegen een kamerscherm waaraan haar kledingstukken hangen. Een dikke pad zit bij haar voeten op de grond en kijkt omhoog, tussen haar benen.

In de meeste van deze prenten is het één en al virtuoos gewemel van bloemen, bladeren, geblokte, gestreepte en abstracte motieven, in rood, geel, paars, groen, oranje. Hiertussen vindt dan ergens een penetratie plaats, in zwarte lijnen getekend op wit, omzoomd door fijngedetailleerd schaamhaar en rozerode schaamlippen. De lust tot decoreren kent hier geen grenzen.

Bekijk bijvoorbeeld een serie van twaalf houtdrukken getiteld Lentegenoegens, van Kikugawa Eizan uit 1815. De zijden stoffen golven over elkaar heen in vrolijke uitbundigheid. Het is onbegrijpelijk dat de geliefden niet verstrikt raken in de lange slippen van mouwen en brede sjerpen. Vaak ziet een van de twee ook nog kans zichzelf koelte toe te waaien met een waaier.

In de Kunsthal in Rotterdam zijn zo'n tweehonderd Shunga-prenten te zien. De tentoonstelling is gemaakt door Chris Uhlenbeck, handelaar in Japanse prenten in Leiden. Bijna alle werken zijn afkomstig uit particuliere verzamelingen. Deze Lente-beelden, zoals Shunga wordt vertaald, zijn pornografische prenten, afgedrukt op enkele bladen, in boeken en op rollen. Vaak zijn de beelden aangevuld met teksten en gedichten. Shunga is een van de zes genres van Ukiyo-e, dat `zwevende wereld' betekent. De andere vijf genres zijn: prenten van Kabuki acteurs, mooie vrouwen (vooral courtisanes en serveersters in `theehuizen' of bordelen), landschappen, beroemde krijgers en vogels-en-bloemen.

In de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw hebben Japanse kunstenaars duizenden pornografische prenten vervaardigd. Onder hen zijn zeer beroemde kunstenaars als Kitagawa Utamaro en Katsushika Hokusai. Er waren talrijke uitgeverijen in Edo (het tegenwoordige Tokyo), Kyoto en Osaka. Alleen al in Edo waren meer dan duizend uitgevers gevestigd. En ook al beschouwden de heersende shoguns de shunga als een bedreiging voor de publieke moraal en waren de afbeeldingen officieel verboden, desalniettemin was er een levendige handel in pornografie. Het was een belangrijke bron van inkomsten voor de kunstenaars. Volgens een schatting bestaat tien procent van het oeuvre van Hokusai uit Shunga, en bij Utamaro is dit zelfs dertig procent.

Censuur

In de twintigste eeuw is pornografie in Japan streng gecensureerd. In de afgelopen twintig jaar zijn Shunga geclassificeerd als `erotica', en de verkoop van ieder type erotica waarop genitalia of schaamhaar zichtbaar, of dit nu hedendaagse artefacten zijn of historische kunstwerken, is verboden. Er is dus in Japan nauwelijks kunsthistorisch onderzoek gedaan naar deze prenten, en tentoonstellingen van Shunga kunnen tot op heden in Japan niet worden georganiseerd. Overigens lijkt in de laatste jaren de controle op de naleving van de regels te versoepelen, met als direct gevolg dat er momenteel via internet druk in Shunga-prenten gehandeld wordt.

Aan het einde van de zeventiende eeuw telde Edo, de zetel van de Shogun-regering, ongeveer een miljoen inwoners. De keizerlijk hoofdstad Kyoto had vierhonderdduizend inwoners, evenals de handelsstad Osaka. Het `shoganaat' kende vier klassen: samurai, boeren, handwerklieden en kooplieden. De Shunga waren vooral bestemd voor de kooplieden, die gaandeweg de achttiende eeuw steeds rijker werden en eigen culturele identiteit ontwikkelden waarmee ze zich wilden onderscheidden van de aristocratie. Het was een cultuur van vermaak, van Kabukitheater, lichte literatuur en betaalde seks.

De Japanse traditie van erotische afbeeldingen is heel oud. Het vroegste voorbeeld, De Fallische Wedstrijd, een handrol beschilderd met seks-taferelen, is van de hand de boeddhistische abt Toba Sojo, die leefde aan het begin van de elfde eeuw. Dit werk is via een negentiende-eeuwse kopie overgeleverd. De eerste in boekvorm gedrukte Shunga verschenen rond 1660 in Kyoto. De Ukiyo-e albums werden in snel tempo razend populair. In 1719 bezocht een Koreaanse gezant, Sin Yu-Han, zelf een Neo-Confuciaan met hoge morele opvattingen, Japan. De gezant verbaasde zich over de vrije zeden die in de hele Japanse maatschappij heersten, van de laagste tot de hoogste klassen. Sin Yu-Han vertelt in een brief dat het in Japan volkomen normaal was dat echtparen hun liefdesleven op peil hielden met stimulerende middelen (allerhande liefdesdrankjes en -pillen) en pornografie.

De meeste Shunga-prenten hebben horizontale formaten, wat gezien de thematiek begrijpelijk is. De vroegste prenten zijn in zwarte inkt gedrukt, waarbij soms een lak-kleur met de hand werd aangebracht. Vanaf 1710 konden drie kleuren worden toegevoegd door twee kleurblokken te drukken, waarbij de derde kleur ontstond door een van de blokken over te drukken. Rond 1765 werden full-colour boeken gepubliceerd. De belangrijkste kleur is saffraanrood, en verder groen, geel, blauw en grijs. De teksten bij de afbeeldingen variëren van klassieke verhalen en gedichten uit de `hoge' literatuur tot schunnige verhaaltjes.

De wereld die wordt afgebeeld in Shunga is de wereld van Yoshiwara, Het veld van onstuimigheid. Yoshiware was een uitgestrekt, ommuurd bordelengebied buiten Edo. Halverwege de zeventiende eeuw bevonden zich hier 125 bordelen, 36 huizen waar men een rendez-vous kon maken, en ongeveer duizend courtisanes. Yoshiwara was een maatschappij binnen de maatschappij, met eigen regels en een etiquette die zo ingewikkeld was dat speciale instructieboekjes werden uitgegeven. Hierin stond beschreven hoe men zich diende te kleden, hoe men diende te spreken, welke cadeaus men mee moest brengen voor zijn courtisane en haar huishouden, of voor de bordeelhoudster, en hoe men moest onderhandelen.

De enorme hoeveelheid bordelen in Edo wordt verklaard door het feit dat Edo een overwegend mannelijke bevolking had, van ongeveer 170 mannen op 100 vrouwen. Het shogunaat eiste namelijk, in een poging om de feodale heren aan zich te binden, dat deze ieder ander jaar doorbrachten in de hoofdstad. Vrouwen en families bleven thuis op het landgoed. Edo was zodoende een stad van alleenstaande of eenzame mannen. In de achttiende eeuw waren het vooral de rijke kooplieden die Yoshiwara bezochten, maar ook boeren en priesters waren geregelde bezoekers.

Yoshiwara was de belichaming van de hedonistische cultuur van de Zwevende Wereld (Ukiyo). De schrijver Asai Ryoi (1612-'91) omschreef Ukiyo als volgt: `Alleen leven voor het moment, alle aandacht richten op het genot van de maan, de sneeuw, kersenbloesem en esdoornbladeren, liederen zingen, wijn drinken, onszelf amuseren door te zeven, te zweven ...' Maan, sneeuw en kersenbloesem komen overvloedig in Shunga voor. Maar ook al spelen de Shunga-taferelen zich in Yoshiwara af, pornografie was tegen de etiquette van Yoshiwara en Shunga-boeken werden daar niet gelezen. Er was de eigenaren van de bordelen veel aan gelegen om een decorum op te houden van orde, fatsoen en hoffelijkheid.

Zo mocht een nieuwe klant pas bij het derde bezoek aan de courtisane met haar naar bed. De ontmoeting met de courtisane werd altijd voorafgegaan door een uitgebreid verblijf in het theehuis, waar de klant zijn vrienden (een klant bezocht Yoshiwara in principe niet alleen) op een maaltijd onthaalde en waar geisha's het gezelschap onderhielden met zingen, dansen en verhalen. Zwaarden werden in het theehuis achtergelaten. Een klant mocht er slechts één courtisane op na houden; hij kon pas een andere vrouw bezoeken na een soort scheidingsritueel en na een afkoopsom betaald te hebben.

Op de Shunga-prenten zien we hoe mensen de liefde bedrijven in bed, op het balkon terwijl de vrouw gemoedelijk over rand leunt, op de trap of tegen een ladder, op een plezierboot, op een terras aan de rivier, op een bank voor het raam terwijl daarbuiten de regen in een waas van loodrechte lijnen naar beneden plenst, in bad met pillen en glijmiddel binnen handbereik, in een tuin terwijl de vrouw zich vastklampt aan een boom. Hoewel er ook prenten zijn waarop sex in meer expliciet huiselijke omgeving is afgebeeld. Zoals op een houtdruk van Suzuki Harunobu (ca. 1768), waarbij een vrouw die op het moment van penetratie haar hoofd onder het muskietennet uitsteekt om met een fluitje haar kruipende baby zoet te houden.

Boomstammen

Het is even wennen, al die grotesk uitvergrote penissen en vagina's. De penissen zijn boomstammen en het is een gespetter dat het een lieve lust is. Het is duidelijk dat Shunga-prenten erotische fantasieën zijn, bestemd voor een mannelijk publiek.

Wellicht is dat typisch Japans, het gedoe met zwaarden en grote penissen en meer in het algemeen, de fixatie op het mannelijk geslacht. Er is bijvoorbeeld een oud vollemaans-feest op de vijftiende van de Eerste Maand, waarbij men volle-maanpap bereidde die werd geroerd met een geschilde vliertak. Men geloofde dat een vrouw die een tik met zo'n tak op de heupen kreeg, een baby van het mannelijk geslacht zou baren. Vandaar ook dat de gewoonte bestond om elkaar in huis achterna te zitten en aan te tikken. Deze gewoonte, die in agrarische gebieden tot voor kort is blijven bestaan, heeft waarschijnlijk een fallische orsprong en zou verwant zijn aan volksdansen waarbij men elkaar met grote houten penissen sloeg (aldus een voetnoot in Het Hoofdkussenboek van Sei Shonagon).

In de Shunga-prenten zijn de standjes soms zo virtuoos en ingewikkeld dat het lijkt alsof het onderlichaam een eigen leven leidt en niets te maken heeft met de rest van de mens. Dit wordt versterkt door het feit dat de kapsels altijd keurig zijn – warrig, lang los haar komt maar heel af en toe voor – en de gezichten uitdrukkingsloos. Een heel enkele keer is ergens uit een mond een puntig rood tongetje te ontwaren. En voor zover er een uitdrukking van passie op het gezicht is te zien, met gefronste wenkbrauwen en een halfgeopende mond, volgt deze gezichtsuitdrukking een standaardformule die keer op keer wordt toegepast. De afbeeldingen van gezichten zijn bij de verschillende kunstenaars grotendeels inwisselbaar.

Kapsels

Het gaat in deze pornografische prenten uitsluitend om de handeling die voltrokken wordt; de erotische aantrekkingskracht zit hem niet in een verleidelijke weergave van de lichamen. De figuren zijn schematisch weergegeven, ook al kan de lijnvoering soms zeer verfijnd en de contour sierlijk zijn. Het onderscheid tussen mannen en vrouwen is, afgezien van de geslachtsdelen, nihil. Voor een westerse beschouwer zijn de verschillen tussen kapsels van mannen en vrouwen en tussen hun kleding nauwelijks waarneembaar. Hier en daar zijn plotseling rare realistische details, zoals haren op de billen van een lelijke oude man, of gruwelijk lange, puntige nagels van de handen van een Hollandse zeekapitein.

De zinnelijkheid zit hem niet in de manier waarop de lichamen en de seksuele handeling worden afgebeeld, maar in de weelderige overdaad aan kleuren en patronen. Sei Shonagon, die rond het jaar 1000 hofdame was in het gevolg van keizerin Sadako, beschrijft in haar beroemd geworden dagboeknotities Het Hoofdkussenboek die fetisjistische, wellustige omgang met zijden stoffen. Zoals: `De ochtend gloort en een vrouw ligt in bed; haar minnaar heeft zojuist afscheid genomen. Een licht mauve kleed met een donker violette voering bedekt haar tot haar kin; de kleuren van de stof en de voering zijn helder en glanzend. De vrouw, die lijkt te slapen, draagt een ongevoerde, oranje hitoe [kimono] en een donker karmozijnrode rok van stevige zijde waarvan de koorden los naast haar liggen, alsof ze nog niet zijn vastgebonden. Haar volle lokken liggen als een waterval om haar hoofd en men kan zich voorstellen hoe lang haar haar is als het los hangt. Niet ver daarvandaan zoekt de minnaar van een andere vrouw zijn weg door de nevelige morgen. Hij is gekleed in een violette sashinuki, een jachtkostuum dat zo licht zalmkleurig is dat men zich afvraagt of het geverfd is of niet, een wit kleed van stijve zijde en een scharlakenrood kleed van glanzende, geslagen zijde. Zijn kleding is vochtig van de mist en hangt los om hem heen ...'

Een luisterrijke, kerskleurige broek met wijde pijpen, een donkere, blauwpaarse hakama met een stoutmoedig dessin van blauwe regen-takken, een helderrode kimono die zo glanst dat hij lijkt te stralen, talloze lagen van verblindend witte en lichtpaarse hitoe (onderkimono's), Shonagons boek en, zevenhonderd jaar later, de Shunga-prenten zijn er vol van. Het is niet alleen Yoshiwara, maar ook de oeroude Japanse wereld zoals beschreven door Sei Shonagon die hier is afgebeeld. Een geheimzinnige wereld van kamerschermen, halfgeopende blinden waar onderdoor wordt gegluurd, van mensen die zich verstoppen en elkaar bespioneren. Geschuifel op de gang, een klop op een venster, geheime afspraakjes en geluiden die door de papieren wanden tot in alle andere kamers doordringen. Kersenbloesem en perenbloesem en maanlicht op een open veranda en een schaamteloze overgave aan zinnelijk genot.

`Shunga, Japanse erotische fantasieën uit de Edo-periode', Kunsthal, Museumpark, Rotterdam. T/m 17 april. Di-za 10-17 uur, zo 11-17 uur. Catalogus 256 blz., €49,50