De verzuilde plantage

Hoe gaat het met Suriname? Jongere generaties zullen er steeds moeilijker een antwoord op weten, maar zich er misschien ook niet voor interesseren, ook al overwogen de Amerikanen ooit (1983) er een coup te plegen om de militairen te verjagen. Het land is onafhankelijk, de hulpgelden raken op, en dat Desi Bouterse een boef is die hier werd veroordeeld wegens drugshandel, dat zal best. Wat maakt het uit?

Toch is Suriname een onmisbaar hoofdstuk in de vaderlandse geschiedenis. Niet alleen omdat het nu eenmaal ooit een Rijksdeel was, maar vooral omdat het land veel meer dan de nationale parel Indonesië, een creatie is van Nederland, waar de codes en instituties van de Nederlandse samenleving en politieke cultuur veel nadrukkelijker sporen hebben nagelaten. Dat gaat verder dan het bordje `gezelligheid kent geen tijd' dat je langs de weg in het Surinaamse bos wel aantreft boven de deur van geïmproviseerde drinkgelegenheden.

Over Suriname zijn na de militaire coup van 1980 tientallen boeken geschreven door Nederlandse journalisten. Wie in één klap alles wil weten, moet te rade gaan bij de uitstekend gedocumenteerde Geschiedenis van Suriname (Het Spectrum) van Hans Buddingh', redacteur van deze krant. John Jansen van Galen (Kapotte Plantage, Balans) en Gerard van Westerloo (De laatste dagen van een kolonel, De Bezige Bij) schreven indringende reportages. State-of-the-art historisch onderzoek is gedaan door onder anderen Gert Oostindie (Het paradijs overzee, De Bezige Bij), Peter Meel (Tussen autonomie en onafhankelijkheid, KITLV) en Alex van Stipriaan (Surinaams contrast, KITLV) over uiteenlopende thema's als koloniale politiek, dekolonisatie, cultuur en plantage-economie.

Allemaal producten van eigen bodem. Maar wie één boek wil lezen waarin Suriname met de blik van een echte buitenstaander wordt onderzocht, kan niet zonder de opmerkelijke studie van de Amerikaanse politicoloog Edward Dew, The Difficult Flowering of Surinam (Nijhoff). Het boek van Dew verscheen in 1978, drie jaar na de omstreden onafhankelijkheid.

Dew had het gouden idee om het verzuilingsmodel van de politicoloog Lijphart toe te passen op de etnisch-politieke verhoudingen in Suriname. Ook daar werken politieke elites van Creoolse, Hindoestaanse en Javaanse partijen samen om de etnische vrede te bewaren, terwijl het electoraat aan de basis vooral gescheiden blijft. Die `etnische politiek' hield de vrede in stand, maar de noodzaak van afstemming en consensus droeg ook bij aan nationale verlamming. Halverwege de jaren negentig schreef Dew een aanmerkelijk minder geslaagd vervolg, The Troubles in Suriname over de periode-Bouterse. Zijn eerste en beste werk is nooit vertaald, wel is een (Engelstalige) Surinaamse herdruk verschenen, met een extra `e' in `Suriname'. Nationale trots wil ook wat.

Edward Dew: The Difficult Flowering of Surinam. Ethnicity and Politics in a Plural Society [1978].