Clafoutis met worst en tomaatjes

Oorspronkelijk is de Franse clafoutis een zoet gerecht, een in de oven gaar gemaakte grote pannenkoek, gemaakt van beslag van bloem, melk en eieren, waaraan kersen zijn toegevoegd. Maar een clafoutis is ook heel geschikt om er een hartig voor- of hoofdgerecht van te maken. In het recept van vandaag worden als vulling kleine tomaatjes en plakjes worst gebruikt. Het Italiaanse worstje kan ook worden vervangen door een andere soort worst, bijvoorbeeld chorizo of Brabantse of boerenmetworst. Er zijn talrijke clafoutis-variaties mogelijk. Een paar suggesties. Vervang de tomaatjes en worst door plakjes rauwe courgette en gebakken spekjes of door ansjovisjes (uit blik) en stukken geroosterde rode paprika of door blokjes feta, kleine, gare artisjokkenharten en wat olijven. Zo kan ik nog uren doorgaan.

Vandaag geen bloem. De stevige consistentie wordt verkregen door het gebruik van eidooiers en maï-zena.

Bereiding: halveer de tomaatjes. Ontvel de worst en snijd hem in dunne plakken. Besmeer een ronde of rechthoekige vuurvaste vorm met een inhoud van circa driekwart liter, in met boter. Klop in een kom de eieren en eidooiers los met de melk, slagroom en maïzena. Roer de oreganoblaadjes, een beetje cayennepeper en zout door dit mengsel. Verdeel de tomaatjes en worst over de bodem van de schaal. Giet het eimengsel er voorzichtig op, zodat de tomaatjes en worst over de gehele schaal verdeeld blijven. Laat de clafoutis in ongeveer 40 minuten in een oven met een temperatuur van 190 graden Celsius gaar worden. Steek een satésprikker in de clafoutis om, net als bij een zelfgebakken cake, te controleren of deze gaar is. Van deze clafoutis kunnen 4-8 personen eten. Serveer, als de clafoutis als hoofdgerecht bedoeld is, er een groene salade bij.

Morgen: muffins.