Bitterzoete koek

Mijn held is J.G. Kikkert. Prins Bernhard gruwde bij leven van hem en ook postuum wees hij hem na – deze `nephistoricus Kikkert', die zoveel vuile Oranje-was publiekelijk te drogen heeft gehangen.

Kikkert is de man van de twee Londense bastaardzonen van prins Bernhard. Inderdaad: zonder ooit controleerbaar bewijs van beide heren te hebben geleverd. Kikkert heeft geschreven dat koningin Wilhelmina in het voorjaar van 1940 net op tijd haar dikke aandelenportefeuille in veiligheid heeft gebracht, als zou haar vanuit Hitlers hoofdkwartier de nodige voorkennis zijn verschaft over de precieze aanvalsdatum. Bronnen? Van horen zeggen. Kikkert heeft het gerucht genoteerd dat baby Beatrix een doodgeboren tweelingzusje heeft gehad dat stiekem in de Soestdijker paleistuin begraven zou zijn. Het verhaal gaat...

Ik bewonder J.G. Kikkert om exact dezelfde reden waarom prins Bernhard het idool is geweest van ex-verzetsstrijders, militairen en alle lezers van het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf. Deugnieten zijn het, allebei, dekselse kwajongens. Maar ze déugen wel, heus.

Heeft J.G. Kikkert altijd de waarheid geschreven over de Oranje-dynastie? Nee, vast niet. Heeft prins Bernhard altijd de waarheid gesproken over zijn wisselende contacten in privé-domein en zakenwereld? Ik wil maar zeggen: koekjes van eigen deeg hebben de heren voor elkaar gebakken.

Mijn bewondering voor J.G. Kikkert is ouder dan de meeste van zijn boeken. Hij was mijn leraar geschiedenis in het historische Den Briel, vijf jaar achtereen. Maakte ik een lijstje met de beste leermeesters die ik in mijn leven heb gehad, dan zou J.G. Kikkert hoog in de top-vijf staan.

De relatie tussen Nederland en de familie Van Oranje-Nassau vult massa's kasten in bibliotheken. De oude literatuur is overwegend van een slijmerige ernst. De afgelopen decennia is daarnaast ook veel moois verschenen, met Fasseurs ruim geprezen Wilhelmina-biografie als een van de hoogtepunten. Maar ik blijf trouw aan J.G. Kikkert. Ik kies voor zijn bundel Oranje bitter, Oranje boven.

Kikkert is een klassieke schoolmeester, een verhalenverteller. Hij doet dat meeslepend in de bundel, die een compilatie is van de tien Oranje-biografieën die hij sinds 1983 heeft geschreven. Wahrheit und Dichtung spelen in dit boek een vermakelijk spel met elkaar. Het gaat over de Oranje-familie in de beeldvorming – lijdend en strijdend in het belang van ons vaderland. En over de Oranjes als aardse stervelingen – druk zakken vullend en overspel plegend zoals dat in de beste families voorkomt.

De lezer moet niet alles wat Kikkert schrijft voor zoete koek willen slikken. Maar wel dit. De afgelopen viereneenhalve eeuw hebben zeven Oranje-stadhouders (plus een handjevol Friese filiaalhouders), drie koningen en drie koninginnen een centrale plaats bezet in het Nederlandse staatsbestel. Als zij inderdaad bij de gratie Gods hebben gehandeld, dan heeft het Opperwezen via Oranje een soort Risk met Nederland gespeeld.

J.G. Kikkert: Oranje bitter, Oranje boven [2001].