Amerika behoeft gangsterdom

In `Sweet Land Stories', de nieuwe verhalenbundel van E.L. Doctorow, wemelt het van de succesarme hoofdpersonen die het `andere' Amerika vertegenwoordigen. ,,Er is moed nodig om tegen dienstbevelen in te gaan.''

ls schrijver heb je geen plan, geen theorie. Alles wat ik schrijf begint bij een beeld, een staat van mentale opwinding, een stukje muziek, een woord. Dan ga ik schrijven om er achter te komen wat het me deed. Zo groeien verhalen en romans. Het is een improvisatieproces. Pas als je ergens goed in zit ontdek je je eigen veronderstellingen. Die moet je vervolgens zien waar te maken. Gewoon, door in de woorden te wonen.''

Luisteren naar E.L. Doctorow (73) is als het lezen van zijn laatste bundel, je krijgt het niet cadeau. De spreker is erudiet, hij formuleert zonder stemverheffing en geeft zijn waarnemingen slechts in lage doses prijs. De luisteraar worden zeldzame vergezichten in het vooruitzicht gesteld op voorwaarde dat hij zijn best blijft doen. Doctorow loopt in gedachten een eindje mee, maar verhalen vertelt hij in zijn boeken.

Wie is E.L. Doctorow? De schrijver die in 1975 furore maakte met Ragtime, het meeslepende portret van Amerika aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog is niet zo bekend. Een kleine steekproef leert dat wie toen nog niet las, hem niet kent. En wie Ragtime wel heeft gelezen, is het Doctorow-spoor sindsdien waarschijnlijk kwijtgeraakt.

Sommigen halen hun schouders op over Doctorow omdat zij niet van `historische romans' houden. Wat hem betreft is dat een ernstig misverstand. Al zijn boeken, ook de zogenaamd historische gaan over nu: ,,Ik accepteer geen enkele wijziging van het woord `roman'. Het verleden is een middel om het heden te beschrijven. Een historische roman is een roman die literaire geschiedenis maakt.''

Doctorow bewijst zijn eigen stelling in het eerste verhaal uit zijn jongste verhalenbundel Sweet Land Stories. Het speelt ongeveer een eeuw geleden. In `A House on the Plains' beschrijft hij een duivelse vrouw, aangeduid als Mama, die via advertenties alleenstaande mannen interesseert voor haar boezem en haar boerderij in het Middenwesten. Zij eindigen onder de grond en wij blijven ademloos achter, zonder besef van tijd.

Of lees `Jolene'. Haar leven, voorzover wij het mogen meemaken, duurt nog geen dertig pagina's. In die beperkte ruimte begint zij drie keer helemaal opnieuw, met een nieuwe man in een nieuwe stad. Tegen het einde werkt zij aan haar vierde doorstart. Het idee voor het verhaal ontstond toen Doctorow de naam Jolene ergens hoorde en zich afvroeg wat voor iemand er bij hoorde. Hij beschrijft haar leven vol vlak verdriet en stug optimisme in natureltinten, met zorg voor de details die haar interesseren.

Had hij een boodschap, wilde hij met deze zwerftochten door een tijdloos heden een fundamentele waarneming over Amerika onder woorden brengen? Doctorow heeft nog nooit nagedacht, zegt hij, over de vraag of Mama en Jolene, de babydievegge Karen en de andere succesarme hoofdpersonen in Sweet Land Stories iets met elkaar gemeen hebben. De verhalen in het boek ontstonden min of meer bij toeval over een periode van twee jaar.

Edgar Lawrence Doctorow zetelt in een kantoortje op de afdeling 'Creative Writing' van New York University. Hij vertelde een ondervrager vijftien jaar geleden dat Doctorow als auteursnaam ingewikkeld genoeg was. Dat wilde hij niet nog erger maken door zijn voornaam erbij te zetten. ,,Het zou klinken als iemand die van de trap komt vallen.'' Vandaar `E.L. Doctorow'.

Het complex in de buurt van Washington Square wordt ingrijpend verbouwd. De auteur verontschuldigt zich voor de beperkte oppervlakte van zijn kamer, die hoger is dan breed. Het is de vraag of hij zich breder zou maken als de ruimte het toeliet. Hij treedt op als een ingevoerde, maar allerminst alwetende waarnemer van E.L. Doctorow.

Professor Doctorow zegt over de auteur met dezelfde naam: ,,Het is interessant dat ik sympathie voelde voor een FBI-agent. Het is een man met een geweten, de held van het verhaal.'' Deze hoofdpersoon is geheim agent W.B. Molloy die kort voor zijn pensioen te maken krijgt met een jongenslichaam dat de ochtend na een Texaans feest gevonden is in de Rozentuin van het Witte Huis. Hij zoekt de zaak tot op de bodem uit, op den duur tegen de wil van `de heren die de lakens uitdelen'. ,,Er is moed nodig om tegen dienstbevelen in te gaan''.

`Child dead, in the Rose Garden' is een detectiveverhaal dat even rustig eindigt als het begint zonder een moment zijn aanzienlijke spanning te verliezen. Doctorow beoefende het thrillergenre eerder in The Waterworks (1994), een roman die aan sciencefiction grenst. Zonder waarschuwing bekent Doctorow: ,,Als ik erg gedeprimeerd ben lees ik detectives. Die zijn rustgevend omdat het onderwerp afgerond is en het recht zegeviert. In het echte leven zijn misdrijven vaak zo groot dat zij nooit worden opgelost en hoogstens studiemateriaal voor historici opleveren. Dan kunnen alleen bloemen op het graf worden gelegd.''

Doorbraak

Doctorow brak in 1975 door met Ragtime, zijn vierde roman. Vooral The Book of Daniel (1971), zijn derde, over twee volwassen kinderen geïnspireerd op de zoons van de wegens spionage veroordeelde Ethel en Julius Rosenberg, had al de ambitie een heel Amerikaans tijdperk te beschrijven, in dit geval de anti-communistische jaren vijftig.

De Broadwaymusical op basis van Ragtime was een succes. De gelijknamige film van Milos Forman is een eendimensionaal aftreksel dat zo weinig recht doet aan het boek dat Doctorow er niet eens meer over wil praten. Na een toneelstuk (Drinks Before Dinner, 1979), een romanportret van de Depressie (Loon Lake, 1980) en een bundel korte verhalen (Live of the Poets, 1984) schiep Doctorow in 1989 Billy Bathgate, een misdaadroman verteld door een vijftienjarige jongen.

Het laatste boek ontstond uit het beeld dat Doctorow had bewaard van mannen in avondkleding die op een sleepboot stonden in de East River bij New York. ,,Ik vond dat een gekke combinatie en besloot dat het gangsters moesten zijn. Zij stonden op de boot om zich van iemand te ontdoen in de haven van New York, verzon ik, iemand die hen had verlinkt. Wie kon dat zien? Iemand op de kade. Het moest een jongen zijn. De eerste paragraaf van het boek is exact hoe het idee ontstond. Ik had alles wat ik nodig had, de aanloopzinnen, de stem, de opwinding van de jongen, de invalshoek van het boek. De rest vloeide er uit voort. In mijn jeugd in de Bronx deed de mythe de ronde van Dutch Schultz, een gangster die al lang niet meer leeft. Hij was een pathologische aso, een fascist in het diepst van zijn ziel. Zo kwam die hoofdpersoon in het boek terecht.''

Op mijn suggestie dat The Sopranos het genre levend houdt, haalt Doctorow de schouders op. ,,Die serie heb ik maar een paar keer gezien. Het leek me vol clichés te zitten. Amerika schijnt een onbeperkte behoefte te hebben aan gangsterdom. Misdaad als extreme vorm van vrijheid. Mensen die een braaf bestaan leiden kunnen daar niet genoeg van krijgen.''

In 2000 publiceerde Doctorow een Wagneriaans epos in de vorm van City of God (2000). De roman is geschreven als het eclectische dagboek van de New Yorkse journalist Everett. Hij gaat achter het bericht aan over een kruis dat gestolen is uit een episcopale kerk in de Lower Eastside en opduikt op het dak van een soort huissynagoge in de Upper Westside. Onder de ontmoeting tussen de twee bijbehorende voorgangers gaat een verkenning schuil van de judeo-christelijke wortels van een wereld die de Tweede Wereldoorlog heeft kunnen produceren, verweven met Doctorows immigrantenverleden, tochten door de stad waar hij altijd heeft gewoond, over grote denkers van de twintigste eeuw, opgevrolijkt met schetsen van gevarieerd buiten- en overspel.

Vuilstortplaats

Het boek kreeg gemengde recensies. Doctorow: ,,Ik veronderstel dat City of God moeilijk is. De hoofdpersoon is iemand van een zekere leeftijd. Hij heeft de geschiedenis van de eeuw in zijn hoofd en draagt al het culturele slib van die tijd met zich mee. Maar hij spreekt ook herhaaldelijk over vogels, vertelt over een vuilstortplaats in Spanje waar allerlei soorten vogels jaarlijks bijeenkomen. Hij heeft het te druk om bloemen bij een graf te leggen. Het boek eindigt niet met een `hij rust in vrede'. Integendeel, het ergste moet nog komen.''

De stroom gedachten in City of God vormen pogingen tot het vinden van een Godsgeloof zonder specifieke aanbevelingen of veroordelingen. Sinds het boek uit is wordt in Amerika steeds nadrukkelijker gelovigheid als norm gesteld. Heeft hij een verklaring voor die toenemende dwang, gezien de gelijktijdige beschikbaarheid van een ongekend arsenaal materiële verlokkingen?

Doctorow veronderstelt dat het te maken heeft de `scheiding van kerk en staat' in de Amerikaanse Grondwet. ,,Die heeft een eindeloze stroom sektes en religieuze bewegingen een kans gegeven. Fundamentalisten zeggen vaak dat zij hun geloof ontlenen aan de Founding Fathers, maar die waren deïsten, die deden niet aan één bepaalde religie. Toen Dickens en Tocqueville hier kwamen, waren zij verbijsterd dat er zo veel God in Amerika was. In landen met een staatsgodsdienst, zoals in Denemarken, zijn de mensen vrij ontspannen over hun geloof.

,,In het verleden gebruikten de mensen God altijd om hun standpunt te ondersteunen. In de Burgeroorlog werd de bijbel door beide partijen geciteerd. Het Noorden las erin dat slavernij een zonde was. Het Zuiden beweerde dat de bijbel zei dat het goed was. In de jaren twintig beriep de Ku Klux Klan zich op de bijbel voor zijn blank-racistische suprematieleer. En de Burgerrechtenbeweging van de jaren zeventig kwam voort uit zwarte kerken. Het is dus van alle tijden.

,,Maar vandaag is het anders. Terwijl politici altijd hun geloof hebben aangevoerd als rechtvaardiging voor wat zij doen, willen de fundamentalisten nu dat de natie hun geloof goedkeurt. Bovendien verlangen zij dat iedereen leeft als een fundamentalist. Zij kunnen geen compromissen sluiten. Het zijn absolutisten. En iedereen moet volgen.

,,En er is nog iets anders gaande. Als je het politiek opportunisme van de politieke rechtervleugel in dit land combineert met het fundamentalistische kiezersvolk, dan zie je iets dat gevaarlijk kan worden. Het is de voorbode van een theologisch fascisme. Niet alle fundamentalisten hebben rechtse politieke ideeën, maar zij delen met conservatieven de afkeer van abortus en homohuwelijk en zij maken zich ook zorgen over het verval van wat zij `familiewaarden' noemen. Op die gronden kan politiek rechts hen overhalen tegen hun eigen economisch belang te stemmen. Zo kan het gebeuren dat mensen die van een uitkering leven of eenvoudig handwerk verrichten stemmen voor een belastingplan dat de rijken bevoordeelt.''

Na het verschijnen van City of God heeft Doctorow zich wel eens uitgelaten over de gekozen dagboekvorm als een antwoord op de fragmentatie van het dagelijks leven. Nu heeft hij verhalen gepubliceerd in Sweet Land Stories. Daarom de vraag of hij voorziet dat de roman als `lang verhaal' zijn langste tijd heeft gehad.

Doctorow moet er voor zijn doen smakelijk om lachen. ,,Sinds het ontstaan van de roman wordt gesproken over de dood van de roman.'' Hij heeft net een lezing gehouden ten gelegenheid van de vierhonderdste verjaardag Don Quichot. ,,Cervantes begon zonder groot schema. Hij heeft dat boek zichtbaar verzonnen terwijl hij bezig was. Al doende werd het donkerder en dieper. Het is een genot om te zien hoe een van de beste, misschien wel de beste romans aller tijden, de auteur begon te vertellen wat hij moest schrijven. Dat boek lezen geeft je weer enorm vertrouwen in de daad van het schrijven.''

Jaloers

,,Natuurlijk is er tegenwoordig veel dat lezers afleidt. Er waren geen televisie en internet toen Dickens, Mark Twain en al die anderen schreven. De mensen lazen 's avonds hardop boeken. Om jaloers op te worden. Maar wat de obstakels ook zijn, daar vind je als schrijver een oplossing voor. Toen ik in de jaren zeventig Ragtime schreef, was ik erg onder de indruk van het aanzien waarin beoefenaars van de sociale wetenschappen stonden als zij iets schreven. Ik dacht: als iedereen feiten nodig heeft dan geef ik ze feiten. Ik zal ze de beste feiten geven die ze ooit hebben gevonden.

,,Ik wil maar zeggen, wat de situatie ook is, de schrijver kleedt zijn werk zo aan dat de lezer doordrongen wordt van de authenticiteit. Soms is de dagboekvorm behulpzaam. Die maakt mensen niet bang, de suggestie is: `Dit is niet moeilijk'. The City of God is desondanks een moeilijk boek. Het is vrij veel gelezen in Amerika, maar afgaande op de kwaliteit van de kritieken begrepen de Fransen het beter.''

Het beste bewijs dat Doctorow nog gelooft in de roman is zijn voornemen deze week zelf de laatste delen van een nieuwe roman in te leveren bij zijn uitgever. ,,De titel weet ik als het laatste hoofdstuk af is.''

In een vraaggesprek met Vrij Nederland in 1976 vertelde Doctorow dat hij dankzij het succes van Ragtime het lesgeven eraan kon geven. Hij zei: ,,Allemaal onzin zo'n cursus schrijven. De goeden, die echt kunnen schrijven, hoef je niets te leren. Die leren het vanzelf. Maar dat zijn er maar een paar. Voor de rest is zo'n cursus meer een therapie.'' Bijna dertig jaar later is hij verbonden aan het `creative writing'-programma van NYU. Behoort hij niet meer tot de schrijvers die zeggen dat je schrijven niet kunt overdragen?

,,Ik geef een leescollege over `het schrijfambacht'. Daarin laat ik zien hoe grote romans zijn geschreven. Is schrijven te onderwijzen? Als je als basketball-coach een jongen ziet die snel en slim beweegt dan kan je hem wel een paar principes van het spel bijbrengen. Daar gaat hij beter van spelen. Zo is het hier ook. Wat ik kan vertellen is natuurlijk afhankelijk van wat de cursisten me laten lezen. Ik fungeer als een soort redacteur [wat Doctorow in het begin van zijn loopbaan is geweest bij twee uitgeverijen die niet meer bestaan, MC] Iedere jonge schrijver komt op een punt dat hij of zij zichzelf moet gaan blootgeven. Ik probeer ze daarbij wat moed in te spreken.

,,Er is een moment dat je als schrijver beseft dat je grenzen moet overschrijden en schrijven over vaders, moeders of vrienden. Als familieleden ontdekken dat een jong persoon schrijft worden zij vaak erg zenuwachtig. Een beetje aandacht geeft jonge schrijvers dan steun in de rug. Want zij moeten dingen schrijven die pijn gaan doen. `Moet ik dit opschrijven?', vragen zij dan. Daarop zeg ik; het gaat om twee afzonderlijke vragen. Opschrijven? Altijd doen. Een tweede vraag is of je het moet publiceren. Dat kan je later altijd bekijken.

,,Deze programma's hebben sinds de Tweede Wereldoorlog goede schrijvers voortgebracht die technisch beter onderlegd zijn dan veel schrijvers van eerste romans vroeger. Het enige is dat zij vaak academisch en verlegen zijn en de wereld niet aankunnen. Hun leven speelt zich binnenshuis af, met dichte rolgordijnen en een dichte deur. Buiten is geen straat en geen snelweg.''

Afgestudeerde `schrijvers' hebben de wereld niet gezien, constateert hij als gemis. Maar Doctorow kan weinig waardering opbrengen voor het soort realisme van Tom Wolfe, waar veel veldonderzoek voor is gedaan. Stellig: ,,Ik doe geen research. Als ik begin te schrijven zie ik wel wat ik nodig heb. Als je goed schrijft, creëer je een magnetisch veld waarin dingen langskomen die je nodig hebt. Je bent zo bezig met het boek dat je onderhanden hebt dat je een soort filter hebt dat feiten opvangt die je kunt gebruiken. Alles wat je hoort op straat of leest in de krant wordt gesorteerd. Als je je in iemand verplaatst kun je met gezond verstand het meeste wel bedenken. Als je wilt weten hoe gangsters iemand met zijn voeten in beton gieten, hoe onderzoek je dat? Stap je op een gangster af en vraag je: Pardon meneer, hoe vermoordt u mensen? Je leeft je in zo'n situatie in. Dan is er niet zo veel verschil tussen denken en doen.''

Arthur Miller

Welke plaats heeft de onlangs overleden toneelschrijver Arthur Miller in zijn universum? Doctorow stil: ,,We waren vrienden. Ik ben erg verdrietig over zijn dood. Het verbluffende was dat hij jeugdig was tot het eind. Hij schreef verhalen, toespraken. Hij was overal bij betrokken. Hij wist niet dat hij 89 was. Hij was even kwetsbaar als wij allemaal. Je denkt dat iemand met zijn staat van dienst daar boven staat, maar niets daarvan. Hij was even kwetsbaar als een jong schrijver. En erg geestig tot het laatst.''

Om aan te geven hoe hoog hij over het werk van Miller denkt, vergelijkt Doctorow A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams met Millers Death of a Salesman, de twee bekendste stukken van beide toneelschrijvers. ,,Blanche, de hoofdpersoon in Streetcar is een zenuwpatiënt, een verdrietige, pathologische vrouw. Het is een lyrisch, zuidelijk stuk over een vrouw die spiritueel aan haar eind komt. Het is erg klinisch. In Death of a Salesman beschrijft Miller een man die evenzeer door de mangel van het leven is gehaald. Maar het materiaal reikt verder omdat Willy Loman meedeed in het systeem en er in geloofde zonder dat hij doorhad dat het hem vernietigde. De commerciële samenleving gebruikt mensen en stoot ze weer uit als zij niet meer nodig zijn. De sociale resonantie van het stuk draagt veel verder. Daarmee is de gevoeligheid van Arthur Miller voor mij gedefinieerd. Hij was een moralist van het beste soort. Hij schreef over het geweten. En hij had er één.''

Na een uur is het mooi geweest. Zonder overgang staat Doctorow op en mompelt goedmoedig: ,,U heeft me flink laten werken''. Het klinkt alsof de bezoeker met een krappe zeven weer de straat op mag. Hij kent zijn plaats en klaagt niet.

`Verhalen van een beter land' (`Sweet Land Stories'), vertaling Sjaak Commandeur, is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij, €19,90