Aids-campagne als dorpsfeest

Bijna 10 procent van de volwassen Ivorianen is besmet met het aids-virus. Een promotiecampagne moet de ziekte bespreekbaar maken.

Aids geeft normaal gesproken weinig aanleiding tot vrolijkheid. Maar vandaag is het feest. Het is alsof het circus zijn tenten heeft opgeslagen. Iedereen is in rep en roer. Popmuziek dreunt door manshoge luidsprekers die aan de rand van een grasveld staan. Stamhoofden, herkenbaar aan hun kronen met nep-goud, zoeken een stoel onder het baldakijn dat wel de zon maar niet de hitte weert. Een groep vrouwen op leeftijd voert schuddend met het achterwerk een traditionele dans uit. Een gesoigneerde stadsdame kondigt de gastsprekers aan.

Het onaanzienlijke Obodroupa, een dorp in het hart van Ivoorkust, is het toneel van de lancering van een promotiecampagne voor een aids-woordenlijst in zestien lokale talen. De voertaal van Ivoorkust is Frans, maar op het platteland wordt doorgaans de eigen taal gesproken. De woordenlijst is een initiatief van het landelijke netwerk van mediamensen tegen aids, een organisatie die Repmasci heet. De campagne wordt gesteund door de vrouw van de president, Simone Gbagbo. Haar man is in de regio geboren. Een Amerikaanse hulporganisatie heeft 25.000 dollar in het project geïnvesteerd. Het is een eer dat Obodroupa is uitgekozen voor de ceremonie. Voor één dag worden de dorpelingen uit de vergetelheid getild.

Het hele dorp is uitgelopen. Geflankeerd door de sloom wapperende nationale vlag aan een bamboestok zingen de dorpskinderen het volkslied. Een priester wijdt de grond. Dan beginnen de toespraken. Iedereen die betrokken was bij de totstandkoming van de woordenlijst houdt een praatje. De baas van de verzekeringsmaatschappij deelt T-shirts en visitekaartjes uit. Hij is zo belangrijk dat hij naast de stamhoofden mag zitten. Hij heeft fortuin gemaakt in de grote stad.

In Afrikaanse dorpen als Obodroupa zijn trouwerijen en begrafenissen de enige festiviteiten die de harde routine van het boerenleven doorbreken. Elke gelegenheid om zich mooi aan te kleden, te dansen en vervolgens goed te eten wordt met beide handen aangegrepen, ongeacht wat de aanleiding is. Promotiecampagnes op het platteland zijn daarom een evenement van kermisachtige proporties, of ze nu over een wasmiddel, een politieke partij of aids gaan. Met 9,5 procent van de bevolking heeft Ivoorkust in West-Afrika het hoogste percentage volwassenen dat met het aids-virus besmet is. Maar in Obodroupa hebben de meeste mensen geen flauw idee waar de toespraken over gaan. Het enige wat iedereen begrijpt, is dat het iets met aids te maken heeft.

Aids is iets wat je vermijden moet, zoveel wordt in ieder geval duidelijk uit een sketch die het hoogtepunt van de ochtend vormt. Een dwerg dribbelt over het grasveld met een houten penis waarover een condoom getrokken is. ,,Die ziekte waar je het over hebt, kunnen maîtresses daar dood van gaan?'', gilt een opgewonden actrice. Dat vindt zij een hoopgevend vooruitzicht. ,,Jazeker, maar je moet wel weten dat echtgenotes er óók aan doodgaan'', roept hij terug. Het volume van de muziek gaat omhoog tot honderden handen meeklappen. De dwerg danst triomfantelijk.

De woordenlijst die bedoeld is om een beter begrip van aids te bevorderen, is nergens te zien. Waarom een promotiecampagne voor iets dat nog niet eens verschenen is? Wanneer komt de lijst uit? Binnenkort, zegt een hevig zwetende Youssouf Bamba, de voorzitter van Repmasci. ,,Veel boeren zijn analfabeet dus het heeft geen zin om een woordenlijst in brochurevorm te verspreiden. Vandaag vieren we het feit dat we een manier hebben gevonden om aids bespreekbaar te maken in de eigen taal van boeren en dorpelingen.'' Lokale radiostations gaan de lijst in ieder geval ontvangen, zegt Bamba.

Met een dorpshoofd of een notabele kun je niet zomaar over seks praten, zegt taalkundige Yeboua Kouassi Ban die de woordenlijst in het Bete heeft samengesteld. Op het platteland is seks nog altijd een taboe. ,,We zouden moeten waarschuwen tegen prostitueebezoek'', zegt hij. ,,Maar dat is heel moeilijk. Je moet het onderwerp omzichtig benaderen, verpakken in iets anders.'' Het woord voor aids is in het Bete vertaald als ayeblenegou, wat `de ziekte waarvan de oorsprong onbekend is' betekent. Condooms heten `rubberen zakjes'.

De heetste uren van de dag naderen. Een paar jonge mannen hebben hun heil gezocht in de enige bar die het dorp rijk is, al is bar een groot woord voor een golfplaten afdak waaronder twee houten tafels en vijf plastic stoelen staan. Zien zij aids als een bedreiging? Een van hen draait verschrikt zijn hoofd weg en onderdrukt een nerveuze giechel. Na een korte aarzeling durft zijn kameraad wel iets te zeggen. ,,Tja, het zou goed zijn als het genezen kon worden, dan hoeven we ons daar niet meer druk over te maken.'' Verscheidene dorpsgenoten zijn overleden aan een mysterieuze ziekte waarvan hij denkt dat het aids is, zegt hij desgevraagd. ,,Maar zeker weet niemand het, want ze zijn allemaal in het ziekenhuis in de grote stad gestorven.'' Hij neemt de laatste teug van zijn literfles bier. Twee meisjes zijn intussen aan het tafeltje achter hen komen zitten. Ze zeggen geen woord. Als de buitenlandse bezoekers vertrekken, staan zij op en schuiven bij de mannen aan. In de verte klinkt dansmuziek.

`Met een notabele praat je niet zomaar over seks'