Verbod op knipselkrant ministeries

Ministeries mogen knipsels van kranten niet meer in digitale vorm aanbieden aan ambtenaren. Dat heeft de Haagse rechtbank gisteren bepaald in een zaak van de krantenuitgevers tegen de overheid.

Volgens de uitgevers komt het steeds vaker voor dat ministeries zonder toestemming krantenartikelen inscannen en via een intern computernetwerk distribueren zodat alle ambtenaren er kennis van kunnen nemen. Het ministerie van Justitie, zo memoreerde de rechter, heeft zelfs een knipselkrantarchief aangelegd dat ,,tot een reeks van jaren'' met ,,uitgebreide zoekmogelijkheden'' te raadplegen is. De rechter zegt dat ministeries hier onmiddellijk mee op moeten houden, op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag en per ministerie dat in gebreke blijft. Dit is conform de eis van de uitgevers.

Ook veroordeelt de rechter de Nederlandse staat tot het betalen van de auteursrechterlijke schade die uitgevers sinds eind 2002 hebben geleden als gevolg van het digitaal verspreiden van krantenknipsels.

De digitale knipselkranten die zonder enige financiële vergoeding voor de krantenuitgevers worden gemaakt, berokkenen de uitgevers op twee manieren schade, zo stelde de rechter de uitgevers gisteren in het gelijk. De eerste schadepost ligt voor de hand: de digitale knipselkranten drukken de verkoop van (complete) papieren kranten. Maar het in digitale vorm aanbieden van de inhoud van de krant, waardoor het aanleggen van een digitaal archief met zoekfunctie eenvoudig wordt, schaadt ,,op onredelijke wijze'' de normale exploitatie van uitgevers. Daar valt volgens de rechter ook de digitale exploitatie voor de zakelijke markt onder, ,,die nog in een beginfase verkeert, maar allengs belangrijker wordt''.

Uit het vonnis blijkt dat de landsadvocaat meent dat de digitale knipselkranten op den duur in de plaats komen van papieren knipselkranten. Die zijn en blijven wel toegestaan. De rechter oordeelt echter dat de digitale knipselkranten een ongewenste plaats naast de papieren versies aan het veroveren zijn. Ook wijst de rechter in zijn vonnis op de ,,negatieve voorbeeldfunctie'' die er van de centrale overheid uitgaat naar lagere overheden en private sector.