Vadim Repin blijft virtuoos

Het Koninklijk Concertgebouworkest wordt dezer dagen voor het eerst gedirigeerd door James Conlon, van 1983 tot 1991 chef-dirigent in Rotterdam, daarna Generalmusikdirektor in Keulen en muzikaal directeur van de Parijse Opéra. Nu woont Conlon weer in Amerika, waar hij chef-dirigent is van het Ravinia Festival en het zomerfestival van de Chicago Symphony Orchestra. Het komend seizoen wordt hij tevens chef-dirigent van de Los Angeles Opera.

Conlons enthousiasme voor het Concertgebouworkest vertaalde zich in een gedenkwaardige avond, waarin Conlon zich profileerde als een ervaren vakman en een animerende muzikale inspirator. Het was alsof Conlon al vaak voor het Koninklijk Concertgebouworkest had gestaan, zo vanzelfsprekend en zo soepel volgden de musici zijn geestdriftige aanwijzingen. Met een opmerkelijk warm en sonoor orkestkoloriet omlijsten Conlon en het orkest het magnifieke vioolspel van Vadim Repin in het Vioolconcert van Sibelius.

,,Simpelweg de beste, de meest volmaakte violist die ik ooit heb gehoord'', verklaarde Sir Yehudi Menuhin over Repin, toen deze eind jaren tachtig het Koningin Elisabeth Concours in Brussel won. Zo'n vijftien jaar later is Repin nog steeds het meest solide viooltalent van de jongere generatie. Zijn spel is technisch onwaarschijnlijk virtuoos, maar muzikaal bescheiden en ingetogen.

Repin overziet de partituur volkomen in verticale én horizontale richting, en streeft daarbij van nature klassieke verhoudingen na. Hij excelleert in een fonkelende toonvorming en stijlvolle fraseringen, maar hij is ook een meester in spanningsopbouw en timing. Zijn Sibelius klonk nobel en viriel, integer en gepassioneerd. Repin zwierf als het ware door de Finse wouden met de nimmer haperende stappen van een stoere Noorderling, gewapend tegen ijs en verlatenheid, maar diep van binnen gloeiend van beheerste passie.

Daarna dirigeerde Conlon een spectaculaire uitvoering van de door hemzelf in 2002 samengestelde suite uit de opera Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj, een absoluut meesterwerk waarin het orkest zich uitleefde in apocalyptische orakeltaal, ijle lyriek en alles daar tussenin. De in bloed gedrenkte taal van Sjostakovitsj sprak optimaal tot de verbeelding door de natuurlijke wisselwerking tussen Conlon en het intens musicerende orkest.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. James Conlon, m.m.v. Vadim Repin, viool. Gehoord: 2/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 3/3. Op 4/3 een deels ander programma.