Thaise spiesjes met coquilles

Kleine coquilles zijn tegenwoordig in de diepvriesafdeling in de meeste grote supermarkten en viswinkels verkrijgbaar. De kwaliteit kan variëren en mijn ervaring is dat ze na het ontdooien soms erg waterig van smaak zijn. Onthoud ook dat, als u diepgevroren coquilles gebruikt, u net als bij garnalen eerst de donkere darmadertjes verwijdert. Die hebben een nare gruizige structuur en dat kan uw eetplezier bederven als u steeds het gevoel krijgt dat u in zand hapt. Zelf koop ik liever mooie verse, grote coquilles waarvan ik de kwaliteit niet in twijfel trek. Die snijd ik dan horizontaal in twee of drie plakjes.

Doe de knoflook, het sjalotje, de chilipeper, gember, het citroengras, de verse koriander, kokosmelk en vissaus in een kom. Pers het sap uit een van de limoenen en giet het ook in de kom. Schep alles goed door elkaar.

Rijg de coquilles en garnalen om en om aan acht satéstokjes (rijg elke garnaal door de dikke bovenkant en ook door het uiteinde van het staart, zodat ze goed blijven zitten). Leg de spiesjes in een laag in een zuurbestendige schaal en schep er de marinade over. Dek de schaal af en zet ten minste 2 uur in de koelkast, waarbij u de spiesjes een paar keer omdraait.

Bekleed een bakplaat met aluminiumfolie en zet er een rooster op. Leg de spiesjes op het rooster en zet circa 2 tot 3 minuten onder een voorverwarmde grill. Neem ze uit de grill, draai ze om en laat ze nog 2 tot 3 minuten grilleren, of tot ze net gaar zijn. Grilleer deze spiesjes vooral niet te lang, omdat de garnalen en coquilles anders heel snel droog worden. Schik de spiesjes op een dienschaal. Snijd de overgebleven limoen in partjes en schik ze op de schaal zodat de eters ze zelf over de spiesjes uit kunnen persen. Dien onmiddellijk op.

Morgen: clafoutis.