Parlement oefent met Eurogrondwet

De nationale parlementen in de 25 lidstaten van de Europese Unie gaan `oefenen' met de Europese Grondwet.

Op initiatief van de parlementen zelf selecteert elke volksvertegenwoordiging de komende maanden een belangrijk, maar politiek niet al te controversieel onderwerp dat op zijn agenda staat en dat uit Europese wetgeving voortkomt. Van dat onderwerp wordt bekeken of de parlementariërs het terecht vinden dat Europa hiervoor regels stelt of dat het toch beter nationaal geregeld kan worden (de zogeheten subsidiariteitstoets). Vervolgens wordt onderzocht of de relevante Kamercommissies tijdig op de hoogte waren van de Brusselse plannen en of het overleg met betrokken maatschappelijke instellingen moet worden aangepast.

Het Nederlands parlement gaat later deze maand de proef doen met het zogeheten derde Spoorwegpakket, dat de liberalisering van het internationale passagiersvervoer over het spoor regelt. De Europese Commissie heeft dit pakket maart vorig jaar gepresenteerd.

De Europese Grondwet, die overigens nog in veel lidstaten geratificeerd moet worden, biedt nationale parlementen de kans in een vroeg stadium bezwaar te maken tegen plannen van de Europese Commissie. Als minimaal eenderde van de (nu nog 25) nationale parlementen van de landen van de Europese Unie het oneens is met een voorstel van de Europese Commissie, kunnen de parlementen de Europese Commissie verzoeken dit voorstel opnieuw te bezien. Het bezwaar moet binnen zes weken van publicatie van het Commissie-voorstel kenbaar worden gemaakt.

,,Deze bepaling uit het Grondwettelijk Verdrag heeft voor ons veel voeten in de aarde'', zegt G. van Heteren, Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Zij is voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken die de proef in Nederland organiseert. ,,Voor veel parlementen zal het bijvoorbeeld een hele toer worden om die termijn van zes weken te halen. Het betekent dat – in dit geval – de vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat in een vroeg stadium moet weten wat het voorstel inhoudt en wat de achtergronden zijn. Ook kan de verdragsbepaling gevolgen hebben voor het overleg met sociale partners en in dit geval bijvoorbeeld de Nederlandse Spoorwegen.''

Daarnaast zal het parlement in Den Haag, mocht het bezwaar willen maken tegen een voorstel uit Brussel, medestanders moeten zoeken in de rest van de Europese Unie. Mede met het oog hierop hebben de nationale parlementen hun onderlinge contacten de laatste tijd aangehaald. Hetzelfde geldt voor de vaste Kamercommissies van Europese zaken, verenigd in het zogeheten Cosac-overleg. Het idee voor de proef is afkomstig uit dit Cosac-overleg.