Onderzoekers en blauwe ogen

Wat krimpt sneller: de salarisstijging van de topman of de omvang van de onderzoekjes van werkgeversorganisatie VNO-NCW die de sobere inkomensontwikkeling van bestuurders aantonen? Adviesorganisatie Towers Perrin berekende in opdracht van VNO-NCW dat Nederlandse bestuurders er in 2004 slechts 1 procent op vooruitgingen. De uitkomst biedt tegenwicht aan het beeld van de graaicultuur waartegen de werkgevers zich verzetten. Prettig nu de salarissen binnenkort in de jaarverslagen worden geopenbaard.

De opzet van de jaarlijkse werkgeversonderzoeken wordt steeds bescheidener. Ditmaal werden 50 ondernemingen onderzocht, tegen 250 vorig jaar. In 2001 waren dat er nog 400. De uitkomst van het onderzoek roept vragen op. Gisteren werd een `mediaan' gepresenteerd in plaats van het gemiddelde van de salarissen. Een mediaan is kort gezegd de middelste van een aantal waarnemingen. Maar een populatie van vijftig bedrijven heeft geen midden. Toch heeft Towers Perrin die ergens gevonden. Medianen filteren bovendien uitschieters uit de cijfers, terwijl de discussie over topsalarissen juist vaak om de uitschieters gaat. En het gemiddelde? Dat willen de onderzoekers niet verstrekken, evenmin als gegevens over spreiding binnen de populatie. Hoe Towers Perrin 50 ondernemingen selecteerde is ook onduidelijk, net als de identiteit van de bedrijven. Buitenstaanders moeten het doen met de belofte van Towers: het garandeert dat het onderzoek representatief is. De onderzoeken in opdracht van VNO-NCW doen een beroep op een oude arbeidsdeugd: geloof de baas op zijn blauwe ogen. Ook als hij met verrassende verhalen komt.