Nederland is segregatieland geworden

De gemeente Tiel is vorige week door de Commissie Gelijke Behandeling op de vingers getikt omdat zij met enkele schoolbesturen afspraken had gemaakt om het ontstaan van zwarte scholen tegen te gaan. Tielse schoolbesturen verwijzen allochtone kinderen door naar andere scholen als het percentage allochtone kinderen op een school hoger is dan in de wijk waar de school staat. Deze afspraken bestaan al meer dan tien jaar en hebben er voor gezorgd dat de witte vlucht is gestopt en dat Tiel inmiddels geen zwarte scholen meer kent. Toch acht de Commissie Gelijke Behandeling de afspraken in strijd met de Algemene Wet Gelijke Behandeling omdat onderscheid wordt gemaakt op grond van etnische afkomst.

Tiel en andere gemeenten die gemengde scholen willen, worden door de Commissie Gelijke Behandeling voor een duivels dilemma gesteld. Als ze een wachtlijst voor allochtone leerlingen instellen, lopen ze grote kans om vanwege discriminatie voor de Commissie te worden gedaagd. Als ze géén wachtlijst instellen, is de kans groot dat hun scholen volledig verzwarten en zelfs op den duur moeten sluiten wegens gebrek aan leerlingen.

Het duivelse in dit dilemma is dat het verbod op het stellen van quota, ook al beoogt dit segregatie tegen te gaan, de segregatie juist sterk bevordert. Wanneer het aantal allochtonen op een school boven een bepaald percentage stijgt is er meestal geen houden meer aan en wordt de school een `zwarte' school. Niemand is daar gelukkig mee. Allochtone ouders sturen hun kinderen graag naar gemengde scholen. Autochtone ouders hebben geen bezwaren tegen gemengde scholen, als maar duidelijk zou zijn dat `ergens een grens is'. Hun kind mag best in de klas met allochtone medeleerlingen, maar moet geen wit kindje worden op een zwarte school. Veel autochtone ouders nemen het zekere voor het onzekere. Omdat er geen enkele garantie is dat de instroom van nieuwkomers ooit zal worden gestopt, vertrekt men maar vast, voordat de school helemaal zwart is.

En zo is Nederland een segregatieland geworden. Vaak wordt verondersteld dat de segregatie bij ons niet zo erg is als in de VS, maar dat is niet zo als je de Nederlandse situatie vergelijkt met Amerikaanse steden met een Nederlandse omvang in plaats van met de getto's in Amerikaanse miljoenensteden. In het onderwijs is de segregatie in Nederland erger dan in de VS. In steden en wijken met een gemengde bevolking staan soms zwarte scholen en witte scholen naast of tegenover elkaar. Aanvankelijk was dit vooral een grootstedelijk probleem, maar tegenwoordig neemt ook het aantal zwarte scholen in middelgrote gemeenten toe – met uitzondering, tot nu toe, van Tiel.

De hoge mate van segregatie valt voor een deel terug te voeren op een al te strikt anti-discriminatiebeleid in ons land. De recente uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling staat namelijk niet op zichzelf. De CGB heeft al eerder schoolbesturen verboden een quoteringsbeleid te voeren. Zo voerde een christelijke school in IJmuiden een quotumbeleid voor allochtone leerlingen van 25 procent, vanuit de gedachte dat de schoolpopulatie een afspiegeling zou moeten zijn van de buurt waarin de school stond. Allochtone leerlingen die werden aangemeld voor een klas waarin het quotum gevuld was werden op een wachtlijst geplaatst. De CGB bepaalde dat het spreidingsbeleid van het schoolbestuur op onrechtmatige wijze onderscheid maakte tussen personen op grond van afkomst.

Wrang is ook het dilemma waar de jurisprudentie van de Commissie bijzondere scholen voor stelt. Bijzondere scholen hebben het recht om leerlingen te weigeren op basis van het geloof van hun ouders. Als een school daarvoor kiest moet zij echter alle anders-gelovende kinderen afwijzen. Een school die aanvoert dat een quotum van, zeg, 15 procent anders-gelovigen de identiteit van de school niet in gevaar brengt, krijgt het aan de stok met de CGB. Men dient te kiezen voor levensbeschouwelijke apartheid of voor een volstrekt open toelatingsbeleid met grote kans op verzwarting en witte vlucht. Het wordt hoog tijd dat de CGB zich bezint op de maatschappelijke gevolgen van haar jurisprudentie.

Mark Bovens en Margo Trappenburg zijn verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.