Machtswissel

Hardop uitgesproken is het nooit, maar sinds de Bretton Woods-conferentie in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog is sprake van een vaste personele verdeling bij de twee belangrijkste internationale economische instituten. De Europese landen leveren de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, de Amerikanen mogen de president van de Wereldbank benoemen. De rest van de wereld nam daar lange tijd genoegen mee, al was het maar omdat zij geen eensluidende stem had, en weinig macht om de daad bij het woord te voegen. Dat is de laatste jaren aan het veranderen. Telkens als de termijn van een van de twee zittende functionarissen zijn einde nadert, klinkt nu de roep om een opvolger te benoemen op basis van geschiktheid, in plaats van nationaliteit.

Zo ook nu. Per juni neemt de huidige Wereldbankpresident James Wolfensohn afscheid na twee termijnen van in totaal tien jaar te hebben gediend. Eerder klonk het appèl om een kandidaat van buiten Europa of de VS te benoemen al toen Wolfensohn zijn eerste termijn van vijf jaar had uitgediend. Dat herhaalde zich toen de Fransman Michel Camdessus in 2000 afscheid nam als IMF-directeur, en toen diens opvolger Horst Köhler tussentijds zijn functie verruilde voor die van president van Duitsland.

In alle gevallen was er weerstand tegen het uitoefenen van het Amerikaans-Europese privilege. In alle gevallen werd die genegeerd. De kans is klein dat de Europese landen en de VS, die samen de vereiste meerderheid van de stemmen hebben bij de twee instituten, afstand zullen doen van hun verworven recht. Wie betaalt, bepaalt: dat geldt kennelijk ook voor internationale organisaties.

Realisme is dan ook een beter uitgangspunt. Dan kan, binnen de grenzen van wat mogelijk is, gekozen worden voor de kandidaat die zich het beste kwalificeert. Op dat vlak is er al een precedent. Bij de opvolging van Camdessus in 2000 schoof Duitsland zijn financieel specialist Caio Koch-Weser naar voren. De Amerikanen bevonden hem te licht, zodat pas in tweede instantie de kandidaat Köhler werd gelanceerd en benoemd. Aan de Europese landen is het nu de beurt om een Amerikaanse kandidaat voor het presidentschap van de Wereldbank te wegen.

Het belooft een onstuimig proces te worden, gezien de kandidaten die de afgelopen anderhalve maand hebben gecirculeerd. De meest verrassende naam die vorige week in het geruchtencircuit van Washington opdook is die van Paul Wolfowitz, de onderminister van Defensie van de VS, de `havik' binnen het team van Bush en een van de architecten van de Amerikaans-Britse invasie van Irak. Zijn kandidatuur was gisteravond pas na een week officieel ontkend, maar toen kwam de naam van Carly Fiorina, de vorige maand opgestapte topvrouw van het Hewlett-Packardconcern alweer bovendrijven.

Er is al een langer bestaande informele lijst met kandidaten, maar het Witte Huis heeft er tot nu toe voor gewaakt om die officieel naar buiten te brengen. Het zal niet de eerste keer zijn dat informeel namen worden gedropt, om de reactie te peilen. Europa zal de kandidaten nuchter moeten beoordelen op hun geschiktheid. Dat zal, gezien de schok die Wolfowitz' veronderstelde kandidatuur deze week teweegbracht, misschien lastiger worden dan voorheen. Als dan straks maar niet, uit pure opluchting, de eerste de beste tweede kandidaat kritiekloos wordt aanvaard.