Kosten van nieuwe geneesmiddelen 1

In de discussie over de toegankelijkheid van nieuwe geneesmiddelen wordt voorbijgegaan aan de vraag van kosteneffectiviteit. Wat is de gezondheidswinst van een aan gezondheidszorg uitgegeven euro. Het valt op dat pleitbezorgers voor een onbelemmerde beschikbaarheid van geneesmiddelen zich die vraag niet stellen. Prof.dr. Gunning-Schepers (Opiniepagina, 25 februari) spreekt wel over nieuwe geneesmiddelen die `een enorme gezondheidswinst opleveren' of aan het basispakket moeten worden toegevoegd als ze een `redelijke gezondheidswinst' opleveren, maar de vraag wat `enorm' en `redelijk' is, wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. Toch heeft kosteneffectiviteit een rol gespeeld bij de `samenstelling van het basispakket' (van de ziektekostenverzekeringen), maar hoe de expliciete keuzes tot stand zijn gekomen blijft duister. ,,Maar de verantwoordelijkheid voor die keuzes en de procedure die gevolgd wordt, zijn nu onduidelijk'', aldus Gunning-Schepers.

De discussie over de toegankelijkheid van kostbare behandelingen kwam op gang naar aanleiding van een zeer duur medicijn tegen een bepaalde vorm van kanker, waarmee het leven van de patiënt vier tot zes maanden zou kunnen worden verlengd. De vraag is in hoeverre deze vorm van gezondheidszorg kosteneffectief is. Is er bij een andere besteding mogelijk meer `gezondheidswinst' te behalen? Want daar gaat het om als wij die gezondheidswinst, wat dat dan ook precies moge zijn, willen optimaliseren. We gunnen iedereen alles, maar niet alles kan. De budgetten zijn beperkt en we bezuinigen als gevolg daarvan dusdanig op de handen aan het bed dat overbelaste verpleegkundigen hun motivatie dreigen te verliezen. Waarom zouden we dan voor extreem kostbare medicijnen geen beperkingen willen of kunnen accepteren? Wie maakt die afweging? Zou de discussie daar niet over moeten gaan?