Irak: geweld treft soldaten en agenten

Bij twee bomexplosies bij het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken in Bagdad zijn vanochtend zeker vijf politiemannen gedood en verscheidene gewond in het doorgaand geweld in het land.

Gisteren werden in de Iraakse hoofdstad 14 Iraakse politiemannen en militairen gedood bij drie aanslagen, die specifiek op leger en politieposten waren gericht. De veiligheidsdiensten zijn belangrijk doelwit van de rebellen, die op die manier de vorming van een betrouwbaar veiligheidsapparaat proberen te dwarsbomen. Een andere bom ontplofte vanochtend in Baquba , 60 kilomter ten noordoosten van Bagdad, maar er was niet meteen duidelijkheid over het aantal slachtoffers.

Hoewel Amerikaanse militaire autoriteiten zeggen dat tegenoffensieven resultaat opleveren en dat de verschillende groepen van rebellen en terroristen verzwakt raken, is dat in de dodencijfers nog niet terug te vinden. De zelfmoordaanslag van maandag in Hilla ten zuiden van Bagdad eiste met 125 doden het hoogste aantal levens bij één afzonderlijk incident sinds het begin van de oorlog in Irak in maart 2003.

Het aantal in Irak gesneuvelde Amerikaanse militairen is inmiddels tot 1.500 gestegen, zo heeft het Amerikaanse leger vandaag bekendgemaakt. De 1.500ste dode is een militair die gisteren in de provincie Babel ten zuiden van Bagdad sneuvelde.

Het geweld overschaduwt de pogingen om in de nasleep van de verkiezingen van 30 januari voor een grondwetgevende Nationale Assemblee een coalitieregering te vormen. Beoogd premier Ibrahim Jaafari van de shi'itische alliantie, die 140 van de 275 zetels heeft gewonnen, onderhandelde gisteren met Koerdische vertegenwoordigers. De alliantie heeft de steun van de Koerden (75 zetels) nodig om zaken zoals de grondwet die een tweederden meerderheid behoeven, erdoor te krijgen. Maar de Koerden eisen in ruil voor hun steun meer gebied ten zuiden van de oliestad Kirkuk bij hun autonome gebied en daarop wilde Jaafari zich gisteren niet vastleggen.