Inconsequenties tasten methode Brouwn aan

Stanley Brouwn meet afstanden, al sinds de vroege jaren zestig. Hij heeft daarbij zijn eigen subjectieve maatsysteem – de sb-voet, de sb-el en de sb-stap – tot standaard gemaakt. Deze eigen standaard zet hij af tegen het metrieke stelsel of andere bestaande maatsystemen. Brouwn wil betekenis geven aan afstand. Volgens hem zijn afstanden nog nooit zo betekenisloos geweest als tegenwoordig: `Steeds meer mensen maken een of twee keer per jaar verre vliegreizen. De geldigheid van het begrip afstand wordt steeds verder uitgehold. In mijn werk worden afstanden opnieuw opgeladen, ze krijgen weer betekenis', aldus Brouwn in het vouwblad bij zijn tentoonstelling in het Van Abbemuseum.

Het begon met de `voetstappen op papier', vellen papier die Brouwn op straat had laten vallen en die hij later, nadat voorbijgangers de afdruk van hun schoenen op het papier hadden nagelaten, weer verzameld had. En met de `this way brouwns' (Brouwn gebruikt geen hoofdletters): tekeningetjes en plattegronden van mensen aan wie Brouwn de weg van a naar b had gevraagd. Voorzien met een stempel van Brouwn waren ze tot kunst verheven. Later maakte Brouwn lange reizen waarbij hij zorgvuldig het aantal gemaakte voetstappen telde. De kaartjes waarop hij afstanden en aantallen noteerde ordende hij in archiefdozen. `Ik ben richting geworden', vermeldde hij in een catalogus uit 1971.

Gaandeweg verlegde Brouwn zijn aandacht van daadwerkelijk afgelegde afstanden naar imaginaire afstanden en ruimten. Zo ligt in de eerste zaal van zijn expositie een metalen strip op een schragentafeltje met daarbij de tekst: `op dit moment bevindt stanley brouwn zich op een afstand van x el van dit punt'. In andere werken is de el vervangen door een meter, een stap en een voet. In een van de zalen projecteert hij `een imaginaire ruimte van 20 x 15 x 10 oude eindhovense voet [29,2 cm], waarvan de hoogte, breedte en plaats van de deuropening samenvallen met de deuropening in deze wand'. Ook daadwerkelijke metingen verricht hij nog steeds. Hij maakte bijvoorbeeld een `portret van een plaats' door op een kaartje te vermelden: `het oppervlak van de vloer waar u op dit moment op staat: 6,32 x 2.19 x 2.19 x 6,32 x 5,84'.

Het werk van Brouwn is één grote oefening in bewustwording, in het er zijn op een bepaald moment op een bepaalde plaats. Op zijn tentoonstelling in Eindhoven, die een overzicht geeft van zijn vroegste werken tot de meest recente, exposeert hij een aantal sublieme werken. Subliem in de zin van eenvoud, vanzelfsprekendheid, helderheid. Werken waarvan vorm en inhoud, belichaming en idee, exact samenvallen. Zoals een tafel waarop, in de vorm van metalen strips, zeven oude Duitse ellen liggen. Tussen de kortste Duitse el, die van Bremen (57,8 cm) en de langste, die van Lübeck (77,7 cm) bestaat maar liefst twintig centimeter verschil. De zeven oude Nederlandse ellen verschillen onderling maar weinig: de kortste is die van Nijmegen, 62,2 cm, en de langste die van Middelburg, 70,3 cm. Heel mooi is een doos waarin een rol viscosetouw, een rol plakband, een rol verzinkt ijzerdraad, een stuk waslijn, elastiek enzovoort, verschillende lengten vertegenwoordigen, van één tot en met vijftig meter.

De grote precisie en consistentie van deze werken maken Brouwn al decennialang tot een van onze belangrijkste kunstenaars. De tentoonstelling in Eindhoven voldoet echter niet aan de strenge maatstaven die Brouwn zelf gecreëerd heeft. De merkwaardige schragentafeltjes waarop de strips liggen bijvoorbeeld zijn ambivalent, het is onduidelijk waarom ze op die manier zijn vormgegeven en grijs geschilderd. Het zou consequenter zijn om die strips gewoon aan de muur te hangen. In de meest recente, imaginaire werken is het onduidelijk waarom de strips überhaupt nog aanwezig zijn, het eigenlijke werk wordt immers buiten het museum geprojecteerd (`op dit moment bevindt brouwn zich', etc.). Hier zou een tekst volstaan. In de middenachterzaal, waar witte strips op de vloer richtingen naar diverse steden aangeven, is het onduidelijk waarom dit twee parallelle strips moeten zijn . Zo ontstaat de suggestie van een afbeelding van een pad, en afbeelding is onverenigbaar met de conceptuele uitgangspunten van het werk van Brouwn. Helemaal inconsequent is Brouwn wanneer hij zijn neutrale maatsysteem transformeert tot proportieleer, zoals bij de uit kruiselings gestapelde balkjes opgebouwde `architectuur modellen'.

De overtuigingskracht van het werk van Brouwn staat of valt bij de consequentheid. Het ontleent zijn zin aan een uiterste discipline en rigoureusheid van de methode. Als hij daar de hand mee licht, verliest zijn werk zijn betekenis.

Tentoonstelling: Stanley Brouwn. Van Abbemuseum, Eindhoven. Tot 17 april. Di-zo, 11-17 uur.