Hof VS toetst Tien Geboden aan de grondwet

Voor het Amerikaanse Hooggerechtshof diende gisteren een zaak over de status van de Tien Geboden.

De prediker met de witte pet op het voorplein van Amerika's Hooggerechtshof bidt steeds geëmotioneerder. Hij houdt zijn ogen stijf dicht. Tranen lopen over zijn wangen – van de kou of uit ontroering, het is niet te zien. Naast hem wordt een kartonnen tablet met De Tien Geboden omhoog gehouden.

In de zuilenzaal waar enkele tientallen rechtszaken per jaar hun laatste ronde beleven, wordt intussen druk geargumenteerd over de vraag of de overheid eenzelfde in steen gehouwen boodschap mag uitdragen op haar grondgebied of in haar gebouwen. De acht bekendste rechters van de VS (de voorzitter ontbreekt wegens langdurige ziekte) buigen zich over de onverminderd actuele scheiding van kerk en staat.

Een zaak over De Tien Geboden is bij het Supreme Court aangespannen door een dakloze jurist uit Austin, in Texas. Thomas van Orden verloor na een hevige depressie huis en gezin, en het recht op te treden als advocaat. Maar zijn zwerftochten brachten hem in contact met een bijna twee meter hoog granieten monument in de tuinen van het Capitool, het parlementsgebouw van Texas.

In forse letters staan de geboden in het monument gebeiteld. ,,I Am the LORD thy God/Thou shalt have no other Gods before me/..'' Als atheïst meende Van Orden dat de staat dergelijke teksten niet hoort te propageren. Het Eerste Amendement op de Amerikaanse grondwet zegt dat de overheid geen religieuze instellingen mag steunen. Op grond daarvan spande de in een tent wonende jurist een zaak aan die hij in twee instanties verloor.

Gisteren deed Van Orden zijn laatste gooi naar de juridische geschiedenisboeken. Als de vragen van de rechters in een uurlang kruisdebat graadmeter zijn, is de kans niet groot dat Texas het monument moet uitgraven. Maar de gevoelens van niet-religieus Amerika werden knap onder woorden gebracht door Erwin Cherminsky, hoogleraar constitutioneel recht aan Duke University, die de verdediging voor het Hof had overgenomen van de man uit Austin.

Voor advocaten is pleiten voor het Supreme Court een oefening in flexibiliteit. Cherminsky kende het spel. Hij was amper tien seconden bezig aan zijn pleidooi, toen de eerste vraag op hem werd afgevuurd door niemand minder dan rechter Antonin Scalia, gelovig rooms-katholiek en voorvechter van een rechtsstaat gebaseerd op het woord van God, zoals hij gisteren nog eens zei. ,,Ik neem aan dat u ook vindt de overheid geen proclamatie voor Thanksgiving mag uitgeven?'' Het jaarlijkse dankfeest in november is – met `In God We Trust' op het dollarbiljet – één van talloze uitingen van het goddelijk fundament van de VS. Cherminsky liep niet in de val en stuurde het debat terug naar wat hij noemde ,,de krachtige religieuze boodschap'' van de Geboden.

[Vervolg GEBODEN: pagina 5]

GEBODEN

'We zijn een religieuze natie'

[vervolg van pagina 1]

,,Ik weet niet of die uiting religieuzer is dan het gebed dat de kapelaan van het Huis van Afgevaardigden dagelijks uitspreekt aan het begin van de zitting'', merkte rechter Anthony Kennedy op. Hij is een van de door een Republikeinse president benoemde rechters die een hoogst enkele keer meestemt met de niet-conservatieve vleugel van het Amerikaanse Hooggerechtshof.

Een zorgelijker signaal was de vraag van rechter Stephen Breyer, oud-hoogleraar aan het liberaal geachte Harvard. Voor iedere denkbare overwinning heeft Erwin Cherminsky hem nodig. ,,We zijn een religieuze natie. De meeste mensen geloven in God en de meeste van onze instellingen vloeien voort uit de religieuze aard van de meeste burgers. Hoe kan de overheid daarbij betrokken zijn en toch niet te ver gaan?''

Breyer zag geen andere mogelijkheid dan een aanpak van geval tot geval. Hij leek te zoeken naar een tussenoplossing. Justice Sandra O'Connor, dé compromismaakster van het Hof, verkende of een oplossing schuilt in een test van de omgeving waarin een religieus symbool wordt gepresenteerd. De Tien Geboden in de Capitool-tuin als onderdeel van de geschiedenis van Texas.

Het zou betekenen dat de andere zaak van de ochtend, over gerechtsgebouwen in Kentucky waar De Tien Geboden ingelijst in de zalen hingen, anders kan uitpakken dan het monument waar Thomas van Orden zich aan stoort. De `context-test' zou geen genade gunnen aan het 2.500 kilo wegende granieten Tien Geboden-monument dat de president van het Supreme Court van Alabama, Roy Moore, stiekem midden in zijn gerechtsgebouw liet plaatsen: het zou níet voldoende logisch en subtiel zijn. Moore weigerde het in 2003 ondanks gerechtelijk bevel weg te laten halen en verloor zijn baan.

De meest liberale rechters, Ruth Bader Ginsburg en John Paul Stevens, betwijfelden of een bruikbare grens te trekken viel tussen wel en niet toelaatbare Tien Geboden-sculpturen. Rechter Scalia, van wie wordt gezegd dat hij graag genoemd wordt als mogelijke opvolging van de zieke Hof-president Rehnquist, relativeerde de discussie door te stellen: ,,Negentig procent van het Amerikaanse volk gelooft in de Tien Geboden. En 85 procent weet niet hoe zij luiden.''

Terwijl de lach verstilde in de plechtig afgeladen rechtszaal, kopte Scalia de bal in: ,,Ik denk niet dat mensen die langs het monument lopen alle Geboden lezen. Het is gewoon een symbool van het feit dat de overheid haar gezag ontleent aan God.'' Dat was precies de reden waarom Van Orden zich stoorde aan de granieten Mozes-instructie.

Kopte Scalia in eigen goal, of scoorde hij? De `attorney general' van de staat Texas zag zich hierna genoodzaakt de nadruk te leggen op de níet-religieuze Geboden (`Gij zult niet stelen' e.d.). Mozes als jurist. De rechters leken er niet voor warm te lopen. Helemaal uitgemaakt is de zaak tussen de zwerver en de staat nog niet.

Een uitspraak wordt niet voor juni verwacht.