Europa, durf een vredestichter te zijn!

Door gezamenlijk de overwinning van de mensen op straat in Beiroet te verwelkomen, laten Parijs en Washington zien dat Europa en de Verenigde Staten sterker zijn wanneer ze samenwerken, meent Dominique Moïsi.

Is in het Midden-Oosten uiteindelijk dan toch `het moment van Europa' gekomen? We moeten de formulering met terughoudendheid hanteren want met de desintegratie van Joegoslavië in het geheugen is voorzichtigheid geboden. Maar toch zijn er verschillende factoren die tot optimisme stemmen.

De veranderingen in de verhoudingen tussen Palestijnen en Israëliërs, in de regionale verhoudingen sinds de verkiezingen in Irak, in de internationale verhoudingen – met name wat betreft de transatlantische relaties – en niet te vergeten de veranderingen die zich binnen de Europese Unie hebben voorgedaan, dat alles draagt bij aan de totstandkoming van een nieuw klimaat waarin de rol van Europa meer betekenis kan krijgen.

Op Israëlisch-Palestijns niveau – het meest belangrijke, want per slot van rekening zijn het de Palestijnen en Israëliërs die er al of niet in zullen slagen een weg te vinden naar vrede – zijn de verhoudingen veranderd door het samenvallen van een belangrijke gebeurtenis met een meer diepgaande ontwikkeling.

De belangrijke gebeurtenis is de dood van Arafat. Die viel samen met de herverkiezing van George W. Bush die er direct een teken van God in zag. Maar zijn volle betekenis krijgt deze gebeurtenis pas doordat beide volken uitgeput zijn geraakt. Het is steeds de keuze van Europa geweest om de gematigden in beide kampen te steunen. Nu zijn voor het eerst de gematigden aan de macht.

Achteraf beschouwd kan de tweede intifadah alleen maar gezien worden als een strategische en ethische catastrofe voor het Palestijnse volk, een door wanhoop ingegeven sprong naar het barbaarse die het volk afmatte, waardoor het uiteindelijk niet anders meer kon dan streven naar een bestand. Het is zaak dat streven om te vormen tot de wil tot vrede.

Mahmoud Abbas is evenzeer de liquidator als de erfgenaam van de politiek van Yasser Arafat. Dat Ariel Sharon zich nu heeft bekeerd tot de lijn waarin Israël links altijd voor stond, komt doordat zijn persoonlijke ontwikkeling is gaan samenlopen met strategische overwegingen. Sharon heeft zijn bestemming gevonden, en die treedt hij met moed en visie tegemoet.

Hij is op een leeftijd waarop iemand ernstig overweegt zijn biografie te schrijven, en hij wil de geschiedenis ingaan als de man die vrede bracht, zoniet als een tweede Ben Gurion. De demografen hebben hem ervan overtuigd dat de toekomst van een `joods' Israël onmogelijk is zonder aanzienlijke territoriale concessies. Nu is hij – door een ironie waar de geschiedenis zo verzot op is – de grootste kans voor de vrede geworden. Doordat hij zich openstelt voor Europa en voor Frankrijk slaagt hij erin, wat terugval in taal ten spijt, op internationaal vlak gespreide steun voor zijn politiek te krijgen. Hij weet dat hoe minder het vredesproces een exclusieve aangelegenheid van de Verenigde Staten is, hoe groter zijn kans op succes.

Dat in de verhoudingen tussen Israëliërs en de Palestijnen deze veranderingen mogelijk waren, komt ook door nieuwe ontwikkelingen op regionaal niveau. ,,De geschiedenis wordt gemaakt door mensen, maar ze weten niet welke geschiedenis ze maken,'' schreef Georg Wilhelm Friedrich Hegel. George W. Bush mag dan een toegewijd lezer zijn van Nathan Sharansky, hij is toch – ongewild natuurlijk – een volgeling van Hegel.

Door het regime van Saddam Hussein omver te werpen, hebben de Verenigde Staten niet alleen het politieke evenwicht in Irak veranderd ten gunste van de sjiietische meerderheid en de Koerdische minderheid, ze hebben een golf van diepgrijpende veranderingen op gang gebracht in de hele Arabische en islamitische wereld. Na de verkiezingen in Afghanistan en Palestina, hebben de verkiezingen in Irak zichtbaar gemaakt dat er een burgerij in opkomst is die daadwerkelijk haar stem kan laten horen.

Het is nog geen democratie, maar het is een stap op weg naar democratisering, waarmee het tere bestaande evenwicht in de regio ingrijpend wordt veranderd. Dat geldt in het bijzonder voor de houding van de soennitische regimes, die nu in het Israëlisch-Palestijnse conflict in het defensief zitten. Tot voor kort werd dit conflict nog maar al te vaak gebruikt als uitvlucht om niet te hoeven meewerken aan de toch onvermijdelijke politieke, economische en sociale hervormingen.

Nu echter is in het conflict meer dan ooit een bestand noodzakelijk, willen de regimes de dreigende geweldsescalatie überhaupt kunnen overleven.

Deze verandering in strategische prioriteiten is een groot voordeel voor de rol die Europa in de regio kan hebben. Door in alle openheid en krachtig de Arabische regimes voort te duwen op de weg van compromissen en gematigdheid, kan Europa, dat in dit deel van de wereld van oudsher veel vertrouwen geniet, druk uitoefenen op haar vaste bondgenoten. Dat kan met des te meer kracht en overtuiging nu deze landen zich sterker nog dan na 11 september ervan bewust zullen zijn dat een langdurig bestand of vrede met Israël van levensbelang is. Wellicht dat een nieuw evenwicht in Bagdad indirect leidt tot beëindiging van het geweld in Jeruzalem.

Internationaal gezien heeft de gewijzigde situatie in het Midden-Oosten ertoe bijgedragen dat niet alleen de vorm maar ook de inhoud van de transatlantische relatie is veranderd. De Europese regeringen, ook de meest fervente tegenstanders van de oorlog, met name Frankrijk, konden direct na de verkiezingen in Irak niet anders doen dan bezien wat de nieuwe situatie was.

Weigeren mee te doen aan de `Amerikaanse oorlog' was één ding, de nieuwgekozen Iraakse regering helpen het land weer op te bouwen is toch iets heel anders. Even ironisch is de draai van honderdtachtig graden van de Franse en Europese diplomatie die, voordat Arafat overleed, steeds betoogde dat hij onmisbaar was, maar die nu hoog opgeeft van de politieke moed van Sharon.

Vanuit een positieve en pragmatische kijk op de geschiedenis is het beter om het realisme van Europa te prijzen dan om af te geven op de hypocrisie. Op de meest wezenlijke punten van de kwesties in het Midden-Oosten zijn Europa en de Verenigde Staten niet meer zozeer rivalen maar vullen ze elkaar eerder aan. Dat geldt voor Irak en voor het Israëlisch-Palestijns conflict, voor de noodzakelijke terugtrekking van de Syriërs uit Libanon en voor het stimuleren van hervormingsprocessen in de hele regio. Ze zijn het alleen nog oneens over de kwestie Iran.

Als Europa ertoe komt een belangrijke rol te spelen in het vredesproces in het Midden-Oosten, dan komt dat, behalve door de veranderingen in de plaatselijke, regionale en internationale verhoudingen, ook en vooral doordat ze vertrouwen in zichzelf heeft gekregen. Europa voelt nu rust ten opzichte van haar verleden en voelt zich zelfbewust over het Europa van vandaag. Ze weet dat de toekomst in haar handen ligt en is ervan doordrongen dat in het Midden-Oosten duidelijk zal worden of Europa wel of niet bestaat als belangrijke diplomatieke macht op het internationaal toneel.

Kort na de viering van de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz, die nu een van de `oprichtingsmomenten' wordt genoemd van de Europese Unie, heeft Europa niet alleen historische legitimiteit gevonden, maar ook een beter politiek evenwicht in haar benadering van het Midden-Oosten. Europa weet dat om een nuttige rol te kunnen spelen, het nodig is door beide partijen te worden geaccepteerd. Een ontwikkeling die door de huidige politiek van Israël niet alleen noodzakelijk is maar ook mogelijk wordt gemaakt.

Het succes van de Oranjerevolutie in Oekraïne heeft Europa gesterkt in de opvatting dat haar aantrekkingskracht als voorbeeld van democratie en welvaart een doeltreffend diplomatiek wapen kan zijn. Nu moet alleen nog worden aangetoond dat Europa niet alleen een model is, maar ook een actieve medespeler kan zijn.

Met haar geschiedenis van antisemitisme en koloniaal imperialisme staat Europa aan de bron van het conflict in het Midden-Oosten. Gezien de geografische nabijheid en de demografische samenstelling heeft Europa ook meer dan ieder ander – behalve uiteraard de Palestijnen en de Israëliërs zelf – behoefte aan vrede in het Midden-Oosten.

Voor Europa is het belangrijkste aangrijpingspunt dat de meerderheid van de twee volken die ertoe zijn veroordeeld naast elkaar te leven, nu een voorzichtige vrede of een langdurig bestand wil. Door gezamenlijk de overwinning van de mensen op straat in Beiroet te verwelkomen, en eendrachtig steun te betuigen aan de Ceder-revolutie, laten Parijs en Washington in een concrete kwestie zien dat Europa en de Verenigde Staten sterker zijn wanneer ze kunnen samenwerken. Natuurlijk is Libanon niet representatief voor het hele Midden-Oosten, maar het is een goed begin dat symbolisch weergeeft wat de rol van Europa in deze regio kan zijn.

Dominique Moïsi is speciaal adviseur van het Institut Français des Relations Internationales (IFRI)