De magie van Michels

Gisteravond moest zijn club tegen ADO Den Haag spelen voor een plaats in de kwartfinale om de Amstel Cup. Ajax won die uitwedstrijd met 0-2. Bij zijn debuut als speler scoorde de toen achttienjarige Rinus Michels, die later gevierd coach van de Amsterdamse voetbalvereniging zou worden en de succesvolste trainer van het Nederlandse elftal, vijf van de acht doelpunten van Ajax in een wedstrijd tegen datzelfde ADO. Michels maakte indruk vanaf het begin van zijn voetbalcarrière. Zijn dood, vanmorgen in een ziekenhuis in het Belgische Aalst, sluit een tijdperk af – zijn tijdperk. De era-Michels, die gekenmerkt werd door de grootste successen die het Nederlandse voetbal ooit boekte, onder leiding van een sportman wiens handelsmerk nuchterheid was in combinatie met gezag en discipline.

De betekenis van Michels voor het voetbal is groot. Hij is de grondlegger van het moderne `totaalvoetbal', niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Hij heeft de meest getalenteerde spelers onder zijn hoede gehad waarover ons land in de jaren zeventig en tachtig beschikte. Deze talenten – Cruijff, Van Basten, Gullit en anderen – wist hij tot wasdom te brengen. Ongetwijfeld waren ze daarin zelf ook geslaagd, maar Michels wist hun begaafdheid en in een enkel geval hun genie te sturen. Uit andere, minder getalenteerde spelers haalde hij meer dan zijzelf voor mogelijk hielden, waardoor ook deze groep werd aangeraakt door Michels' magie. Zijn straffe aanpak maakte school, maar lijkt nu ingeruild voor een benadering die meer invoelend is, en waarbij alles moet worden uitgelegd en voorgekauwd. Orde, een zekere mate van tucht zelfs, is in het voetbal naar de achtergrond verdwenen. Discipline is echter van alle tijd, en men zou wensen dat de toegeeflijkheid jegens de huidige, verwende generatie voetballers plaatsmaakte voor een op de tijd toegesneden variant van Michels' militaire formule.

Hard werken, hard trainen, hard voetballen: het was voor Rinus Michels heel gewoon. Dit zijn geen visionaire denkbeelden, ook niet buiten het voetbalveld. Toch scoorde hij ermee. Hij durfde hard te zijn in een zachte tijd. Waar Michels voor stond, was iets ongebruikelijks; het was nieuw en het werkte. Een nadeel van zijn geharnaste opvattingen was wel dat zijn bekende kreet `voetbal is oorlog' door menigeen binnen en buiten de lijnen al te letterlijk is opgevat. Michels heeft daardoor helaas ook bijgedragen aan de verruwing van de voetbalsport.

`De generaal' zou zijn successen niet hebben geboekt als hij geen geboren leider was geweest. Op zijn leiderschap is alles terug te voeren, veel meer dan op zijn voetbalinzicht en technische kwaliteiten als trainer. Zijn schaarse woorden, zijn soevereine aanpak en naturel dwongen respect af, tegenwoordig een misbruikt woord, maar in Michels' geval een waarheid als een koe. Hij houdt de voetbalwereld, gedomineerd door geld en schreeuwerigheid, met zijn verademende gebrek aan kapsones een spiegel voor. Van deze man kan Nederland ook na zijn dood veel leren.