Bovenmeester van de Hollandse school

Rinus Michels, die vanmorgen op 77-jarige leeftijd is overleden, was een revolutionaire voetbaltrainer. Met Ajax en het Nederlands elftal ontwikkelde hij eind jaren zestig en begin jaren zeventig het `totaalvoetbal', dat gekenmerkt werd door snel, gevarieerd en bij vlagen keihard aanvalsspel. Onder leiding van Michels verwierf de `Hollandse School' wereldwijde bekendheid.

Hartpatiënt Michels onderging twee weken geleden in een ziekenhuis in het Belgische Aalst een operatie aan een hartklep, zo werd vorige week pas bekendgemaakt. Vanmorgen maakte Ajax-directeur Arie van Eijden het nieuws over zijn overlijden bekend. Op het bondsbureau in Zeist ging de vlag halfstok. Voor de bekerwedstrijden van vanavond neemt de KNVB een minuut stilte in acht.

Vorige week nog typte een Portugese journalist het woord totaalvoetbal – op zijn Nederlands gespeld – in zijn laptop tijdens een UEFA-Cupduel van Feyenoord. Engelands bekendste voetbaljournalist, Brian Glanville van The Times, bedacht tijdens het WK in 1974 de veel geciteerde term Clockwork Orange; de Nederlandse spelers bewogen zich onder leiding van Johan Cruijff als de wijzers van een klok over het veld.

Michels was de meest succesvolle én spraakmakende voetbaltrainer van Nederland. De geboren Amsterdammer werd vanwege zijn ondoorgrondelijke hardheid afwisselend `De Sfinx' en `De Generaal' genoemd. Met Ajax won hij in 1971 de Europa Cup voor landskampioenen. Met Barcelona won hij in 1974 de Spaanse titel, een maand later verloor hij met Oranje de WK-finale van en in West-Duitsland.

Michels revancheerde zich in 1988, met de nieuwe sterren Ruud Gullit en Marco van Basten, bij het EK in West-Duitsland. Na de zege op het gastland in de halve finale brak in Nederland een spontaan volksfeest uit. Van totaalvoetbal was toen echter geen sprake meer.

Sportgeleerden discussiëren nog altijd wie van de twee de meeste credits verdiende. De bedenker Michels of de uitvoerder Cruijff? Michels had Cruijff nodig om zijn plannen te verwezenlijken. De midvoor werd een zwerver over het veld. Hij dirigeerde zijn ploeggenoten naar voren en naar achteren. De spelers moesten constant van positie wisselen. Cruijff was de bepalende factor in het veld; dankzij de keiharde discipline van Michels hielden de spelers zich aan deze moeilijk uitvoerbare opdracht.

[Vervolg MICHELS: pagina 12]

MICHELS

Beminnelijke bullebak met passie voor de aanval

[vervolg van pagina 1]

Beide beroemdheden onderhielden veertig jaar lang een haat-liefdeverhouding. De relatie tussen Cruijff en Michels is nooit stukgelopen, mede dankzij de bemoeienis van hun echtgenotes die elkaar in Barcelona leerden kennen. Het kinderloze echtpaar Michels vervulde daar de rol van opa en oma voor het jonge gezinnetje Cruijff. Na de dood van zijn onafscheidelijke vrouw Wil, in november 2003, ging het bergafwaarts met de gezondheid van hartpatiënt Michels. Ze waren tot vlak voor haar overlijden altijd samen naar de stadions gereden en gevlogen.

De beminnelijke echtgenoot Michels, als gymleraar eerder werkzaam op een dovenschool, ontpopte zich tot een niets en niemand ontziende trainer. Het totaalvoetbal van Ajax en vooral het Nederlands elftal ging gepaard met keihard spel. ,,Voetbal is oorlog'', antwoordde Michels begin jaren zeventig op een vraag van een kritische journalist. Het beroemde citaat heeft hem zijn hele leven achtervolgd. Volgens hem was de uitspraak niet juist weergegeven.

Michels was in 1969 tot inkeer gekomen tijdens een kansloos verloren duel om de UEFA Cup – toen nog Jaarbeursbeker genoemd – tegen het grote Arsenal. Op Highbury kregen de meeste semiprofs van Ajax een lesje in felheid en hardheid van de Engelse fullprofs. `Met sigarenboeren zal ik de strijd nooit winnen', redeneerde Michels. Sommige spelers, zoals Sjaak Swart en Bennie Muller, hadden een winkel en trainden alleen in de avonduren.

Michels, oud-speler van Ajax en midvoor in het Nederlands elftal, werd in 1965 trainer geworden van een elftal dat in die periode degradatievoetbal speelde. Een jaar later had hij een kampioenselftal gesmeed. Hij betaalde het titelfeest uit eigen zak en de verdienstelijke zanger vertolkte op het Leidseplein zijn lijfliederen, gewapend met hoedje en toetertje. Ook dat was Rinus Michels: een humoristische feestvierder.

,,De onderlinge sfeer kon duidelijk beter'', schreef Michels vorig jaar in een brief aan de redactie M van deze krant. Hij wilde zich aanvankelijk helemaal niet meer laten interviewen over het begin van de glorietijd bij Ajax. ,,Sneeuw van gisteren'', noemde hij het grijze verleden. Na lang aandringen zette hij zijn gedachten en herinneringen op papier. ,,Het wederzijds respect kon ook beter. Gevolg: onvoldoende teamdiscipline; onvoldoende bereidheid in elkaars dienst en voor het resultaat te spelen.''

De nationale successen kregen nog geen internationaal vervolg. Tegen Arsenal ontdekte Michels wat er voor nodig was de Europese topclubs partij te bieden. Voor flegmatieke spelers als Klaas Nuninga en Theo van Duivenbode was geen plaats meer. Muller en Tonnie Pronk werden ook bedankt voor bewezen diensten. Swart mocht nog even blijven; de publiekslieveling werd in de Europa-Cupfinale op Wembley tegen Panathinaikos tot zijn grote teleurstelling gewisseld. Swart was niet rancuneus en zei jaren later over zijn trainer: ,,Michels was de beste en de strengste die ik heb gekend.''

Met de jonge ijzervreters Ruud Krol, Johnny Rep en Johan Neeskens vond Ajax wél aansluiting bij de wereldtop. Met dank aan een trainer die spelers liet vallen met wie hij daarvoor nog in een elftal had gespeeld. Het resultaat was heilig. Het frivole aanvalsspel werd gelardeerd met een meedogenloze manier van verdedigen. Toen journalist Ben de Graaf van de Volkskrant het harde spel van Oranje op het WK'74 aan de kaak stelde, werd hij met goedkeuring van Michels in het zwembad van het spelershotel gekieperd.

Hij had bij Ajax in 1971 een Europa-Cupwinnaar achtergelaten die dezelfde beker nog twee keer zou winnen; met dank aan het opbouwwerk van Michels. Hij verhuisde die zomer, als eerste van meer dan een dozijn Nederlanders, naar Barcelona. Pas toen hij daar in 1973 werd herenigd met Cruijff, won hij de langverwachte landstitel. Hij keerde nog even – zonder succes – terug naar Ajax en verbreedde zijn horizon bij de Los Angeles Aztecs. Later behaalde hij bij de Duitse clubs FC Köln en Bayer Leverkusen matige resultaten.

In 1988 volgde het hoogtepunt in zijn trainersloopbaan. De teruggekeerde bondscoach won de Europese titel, met minder hard maar ook minder oogstrelend spel dan in 1974. Michels kreeg kritiek voor het passeren van sterspeler Van Basten, die na een zware enkelblessure in de voorbereiding een hoofdwond had opgelopen. Cruijff, die toen tijdelijk in onmin met Michels leefde, adviseerde de latere topscorer het trainingskamp te verlaten. Van Basten negeerde zijn leermeester en zou na het verloren openingsduel tegen de Sovjet-Unie met vijf doelpunten tot held van het toernooi uitgroeien.

Michels verwierf tijdens het EK grote populariteit met zijn oneliners en zijn humoristische interviews. Hij was niet meer de bullebak, maar een beminnelijke en onverstoorbare trainer die zijn spelers vertrouwen schonk. Hij had een innige band met aanvoerder Gullit – samen creëerden ze bewust een spanningsveld met de bestuursleden van de KNVB die de weinig vleiende naam `bobo's' meekregen. Michels verbood hen nog nog langer in de buurt van de kleedkamer te komen.

Ironisch genoeg was Michels twee jaar later, tijdens het WK in Italië, zelf bestuurslid technisch zaken in het sectiebestuur. In die functie negeerde hij het advies van de internationals, die Johan Cruijff als bondscoach wilden en niet Leo Beenhakker. Onder diens leiding werd het favoriete Oranje in de achtste finales roemloos uitgeschakeld. Weer twee jaar later, bij het EK in Zweden, was Michels bondscoach voor een derde ambtstermijn. Weer liet hij het Nederlands elftal aanvallend voetballen. Na de uitschakeling in de halve finale bedankte hij voor de eer.

hoofdartikel: pagina 9