Zeepaard in champagne

In The Life Aquatic with Steve Zissou zijn veel vroege liedjes van David Bowie te horen. Muziek en tekst stimuleren de atmosfeer van de film, die even ijskoud als nostalgisch als buitenaards is. `Is there life on Mars', vraagt het lied, maar verstaan zullen de meeste mensen het deze keer niet, want de liedjes worden in de film in het Portugees gezongen.

Bowie in het Portugees! Het is zo'n duidelijk voorbeeld van de eigenzinnige humor van regisseur Wes Anderson dat het als een sjibbolet zou kunnen dienen. Wie het niet grappig vindt, wie er geen rillingen van krijgt, tja, wee diegene, och arme. Er zijn nu eenmaal mensen die de films van Wes Anderson, ook maker van Rushmore en The Royal Tenenbaums, geweldig vinden en mensen die er het gevoel voor missen.

Van de nieuwste generatie Amerikaanse filmmakers zoals Sofia Coppola, Spike Jonze en Paul Thomas Anderson, is dat gevoel bij hem het sterkst, misschien doordat Wes Anderson van hen allen de populaire cultuur uit zijn jeugd het meest vereert. The Life Aquatic is in die zin verwant met Kill Bill van Quentin Tarantino. Anderson en Tarantino zijn allebei filmmakers die een eigen universum lijken te creëren dat vooral is opgebouwd uit brokken populaire cultuur die doorgaans niet zo serieus worden genomen. Bij zo'n project ligt de pretentie altijd op de loer. Bovendien bestaat het gevaar dat de onderneming blijft steken in jeugdsentiment.

In The Life Aquatic wordt de Franse onderzoeker en filmmaker Jacques Cousteau, die in Nederland al eens zo'n behandeling kreeg van Theo & Thea, zowel geparodieerd als vertroeteld. Cousteau was al maf, Anderson is nog maffer, maar door de kwaliteit van het camerawerk en vooral het production design is het mafheid van de allerfijnzinnigste soort. Werkelijk alles ziet er tot in de puntjes op de i gek en mooi uit in The Life Aquatic. Helemaal te wauw is bijvoorbeeld het verlaten hotel op een tropisch eiland, nu eens geen tempel van een oude beschaving als ruïne, maar een decor uit een James Bondfilm. Het is alsof Anderson ermee wil laten zien dat ook de jaren zeventig al lang voorbij zijn.

De glorie van Jacques Cousteau en Steve Zissou is ook al bijna vergaan; hij wordt nog slechts herinnerd door mensen die ouder zijn dan Wes Anderson (35), of even oud. Schitterend is ook het zeepaardje dat aan het begin van de film in een champagneglas op een receptie terecht komt; wat parmantig is zijn vorm, wat schattig zijn z'n kleuren.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het bizarre schip van Zissou, dat de Belafonte heet en dat wij in een dwarsdoorsnede te zien krijgen. Anderson vond het niet erg dat daarmee de illusie van de vierde wand doorbroken wordt; van zijn bijzondere wereld mag ook het kunstmatige gewaardeerd worden.

In deze zee van vondsten en vondstjes is het gezicht van Bill Murray een baken van ironie. Murray, die ook in de vorige twee films van Anderson te zien was, is een komiek die gespecialiseerd is in een uit wanhoop voortkomende berusting, en die komt in deze film goed van pas. Murray speelt Zissou, die op zijn boot een bemanning van mafferiken heeft verzameld, die ook allemaal door beproefde acteurs gespeeld worden. Anjelica Huston is bijvoorbeeld zijn vrouw, Jeff Goldblum zijn rivaal en Owen Wilson misschien zijn zoon. De plot doet er eigenlijk niet toe, wat The Life Aquatic net zo saai maakt als de films van Cousteau. Er zit bijna helemaal geen spanning in de film. Maar Anderson is zo'n begaafde filmmaker dat hem dat niet kwalijk te nemen is.

The Life Aquatic is als een hele mooie boot die niet kan varen of een vliegtuig dat niet kan vliegen. Nou en? Het vliegtuig kan wel varen. De boot vliegt.

Aan het eind van de film, als de credits al rollen, zingt bemanningslid Seu Jorge nog een liedje van Bowie in het Portugees. Het is ook prachtig als je het origineel niet kent.

The Life Aquatic with Steve Zissou. Regie: Wes Anderson. Met: Bill Murray, Owen Wilson, Cate Blanchett, Anjelica Huston, Seu Jorge, Willem Dafoe, Jeff Goldblum, Michael Gambon. In: 10 bioscopen.