VVD vertoont in manifest een opdringerige vrijheid

De lange toekomst van het liberalisme zou wel eens de korte toekomst van de VVD kunnen zijn, meent Dick Pels.

Een ,,bescheiden vrijheid'', dat is volgens het Liberaal Manifest het geestesmerk van onze natie: een vrijheid ,,zonder opdringerigheid, pathos of triomfalisme'' die past bij een ,,land van kleine gebaren''. Maar juist de VVD is de laatste jaren de spreekbuis geworden van een onbescheiden, opdringerig en triomfalistisch liberalisme dat de rede, de Verlichting, de maakbaarheid en nu ook de Nederlandse geschiedenis heeft gekaapt, om een door de staat geleid beschavingsoffensief in te zetten dat ons allemaal moet veranderen in brave en loyale Nederlandse burgers.

Die bescheidenheid wordt ook meteen ondergraven in de aanhef van het manifest, dat tevreden vaststelt dat het eigenlijk altijd liberalen zijn geweest die onze staat en samenleving hebben vormgegeven. Christen-democraten en sociaal-democraten hebben hieraan vanzelfsprekend hun steentje bijgedragen, maar zij hebben ,,de Nederlandse vrijheid eerder begeleid en omringd dan naar de kroon gestoken''. Ook in de recente geschiedenis zijn liberalen steeds wegbereiders en hervormers geweest: denk aan de kritiek op de uitdijende verzorgingsstaat, het pleidooi voor meer veiligheid, of het doorbreken van het taboe op de kritiekloze omarming van de multiculturele samenleving.

Het is juist deze offensieve toon die VVD-aanvoerder Van Aartsen zo aanstaat: ,,De lezer beseft: de VVD loopt voorop. De VVD geeft de richting aan. De VVD heeft de oplossingen. Zo was het vroeger, zo zal het nu zijn.'' Hij zou eens moeten terugdenken aan het Liberaal Manifest uit 1981, waaraan onder de bezielende leiding van mr. Molly Geertsema ook enthousiaste jongeren als J.J. van Aartsen en J.Remkes meeschreven. Daarin speelde niet alleen de sociale rechtvaardigheid een belangrijke rol, en werd de lof gezongen van het ,,prachtig sociaal stelsel'' dat inmiddels was opgebouwd, maar werd ook met zoveel woorden gepleit voor een ,,multicultureel Nederland'' waarin de overheid ruimte moest bieden aan ,,behoud en ontwikkeling van de eigen cultuur en identiteitsbeleving van de verschillende groeperingen, e.e.a. binnen de normen en mogelijkheden van de Nederlandse samenleving''.

Het huidige manifest klaagt dat de politieke correctheid een fundamentele discussie over de integratie veel te lang in de weg heeft gestaan. Het zou de VVD sieren om eens verantwoording af te leggen van haar eigen langdurige collaboratie met die funeste politieke correctheid.

De VVD heeft dus niet altijd gelijk gehad, en gelukkig valt het Nederlandse liberalisme ook niet samen met dat van de VVD. Ook al heeft het liberalisme volgens sommigen in de strijd der ideologieën de `eindoverwinning' behaald, het blijft een brede kerk waarbinnen nog steeds linkse en rechtse, sociale en asociale varianten kunnen worden onderscheiden. In dit veelkleurige spectrum belichaamt het VVD-manifest een betrekkelijk asociale, arrogante, populistische en nationalistische variant. De som van deze kwalificaties verwijst meteen naar de invloed van één man: Pim Fortuyn. Dit manifest kan ook worden gelezen als een gematigde codificatie van het Fortuyn-programma, met inbegrip van de meer aantrekkelijke direct-democratische onderdelen ervan.

Het gebrek aan vertrouwen van de burger in de overheid wordt aangewezen als het grote politieke probleem van onze tijd. De oplossing hiervan vergt een forse staatkundige vernieuwing, waarbij de VVD zich, net als Fortuyn, meester maakt van de voornaamste `kroonjuwelen' van D66. Daarnaast markeert het manifest de overgang van een zachte verzorgingsstaat naar een harde veiligheidsstaat. Ten derde bepleit het een door de staat gecontroleerde opvoeding tot patriottisch burgerschap, dat wil zeggen tot loyaliteit aan onze liberale kernwaarden en aan de spelregels van onze Nederlandse democratie.

Behalve het voornemen tot ,,staatkundige opvoeding van het volk'' resteert er dus bitter weinig van de bijna sociaal- en zelfs christen-democratische VVD uit 1948, die de vrijheid onmiddellijk verbond met sociale gerechtigheid, gemeenschapsvorming en een beleid gericht op ,,vermindering der klasse-tegenstellingen''.

De bewering in het huidige manifest dat het liberalisme ,,wezenlijk sociaal'' is, is niet meer dan een bezweringsformule die nergens wordt waargemaakt. De veiligheid heeft de sociale rechtvaardigheid geheel opgeslokt en naar de achtergrond gedrongen. De sociale grondrechten worden in het voorbijgaan genoemd, maar alleen om daar allerlei burgerschapsplichten aan te koppelen. Nergens wordt ingegaan op kwesties als gelijkheid van kansen, meritocratie of inkomensverdeling, die bepalen hoe het staat met de toegankelijkheid van de zo bejubelde kansen op zelfredzaamheid en zelfontplooiing. De economische groei krijgt alle ruimte, en de resulterende milieubelasting moet maar via de technologie worden opgelost.

In haar patriottische beschavingsoffensief wil de VVD verder gaan dan de ,,kale'' en ,,formalistische'' opvatting dat we de spelregels van de democratische samenleving moeten eerbiedigen: burgerschap moet ook worden gevuld met inhoud, substantie, zelfs emotie. Die nieuwe trots op Nederland is ook nodig om immigranten een grotere loyaliteit jegens de Nederlandse staat bij te brengen. Enkele van die Nederlandse kernwaarden botsen immers met de theologische waarden van de islam. Maar de liberale strijd gaat ,,niet tegen de islam als zodanig, maar tegen elke publieke verschijning van religieuze intolerantie''. De religieuze tolerantie moet niet worden vervangen door islamofobie of seculiere bekeringsdrang. Hier wordt enige afstand genomen van het meer onverdraagzame secularisme van de stroming-Hirsi Ali. Maar de VVD lijkt toch weer terug te vallen in een vorm van bekeringsdrang, wanneer zij het onderwijs in principe als seculier definieert, de leraar aanduidt als ,,de opvoeder van de natie'' en de burgerschapsvorming onder meer wil bevorderen via de formulering van een historische canon.

Het Liberaal Manifest vindt de discussie tussen links- en rechtsliberalisme ,,onzinnig'', want de VVD is een pluriforme partij. Die opvatting is misschien aantrekkelijk voor degenen die het liberalisme vereenzelvigen met de VVD, en/of binnen die partij politieke verschillen willen gladstrijken. Wie verder kijkt dan zijn neus lang is, ziet dat het liberale spectrum veel breder is dan dat. Niet alleen is rechts van de VVD een levensvatbare radicaal-conservatieve variant van het liberalisme in de maak, ook ter linkerzijde vermenigvuldigen zich de liberalen van een meer sociale soort, met name binnen GroenLinks en de PvdA.

Dat het liberalisme in al deze varianten bloeit, is geen reden voor VVD'ers om zich op de borst te kloppen, of om hun eigen benauwde versie ervan uit te roepen tot de `grondtoon der natie'. Integendeel, de nieuwe bewegingen op rechts én op links willen het liberalisme juist redden van de VVD. Om commissielid Ankersmit te parafraseren: de lange toekomst van het liberalisme zou wel eens de korte toekomst van de VVD kunnen zijn.

Dick Pels is socioloog/publicist en mede-oprichter van de links-liberale denktank Waterland.