Uitspraken Hirsi Ali `grievend'

In de rechtszaal in Rotterdam moest Kamerlid Hirsi Ali zich gisteren verdedigen tegen vier boze moslims. ,,Uw uitlatingen missen iedere context.''

Beledigt een persoon, in dit geval een Kamerlid, moslims door in interviews de profeet Mohammed uit te maken voor een perverse tiran en een pedofiel? Of door in een film (Submission Part 1) koranteksten te schilderen op naakte, mishandelde vrouwenlichamen? Of door in boeken (De Zoontjesfabriek uit 2002 en De Maagdenkooi uit 2004) generaliserend over moslimmannen te spreken als zouden zij allen verkrachters, geitenbokken en leugenaars zijn?

Nee, vindt het Kamerlid in kwestie, de van oorsprong Somalische Ayaan Hirsi Ali (VVD), die wegens haar uitlatingen bedreigd wordt en ondergedoken leeft. Er bestaat immers vrijheid van meningsuiting, en daar vallen bovengenoemde uitingen binnen. Maar die gaan veel te ver, vond een aantal moslims, vertegenwoordigd door advocaat R. Moskowicz, die zich beriepen op de vrijheid van godsdienst en het in hun ogen beledigende en blasfemische karakter van de uitlatingen van Hirsi Ali aan de kaak stelden. Zij spanden een kort geding aan met als doel een aantal uitspraken van Hirsi Ali gerectificeerd te krijgen en op voorhand te verbieden dat Hirsi Ali het door haar aangekondigde vervolg op de film Submission maakt. Ook eisten ze dat Hirsi Ali zich niet meer grievend of godslasterlijk over de islam uitlaat.

Een van de eisers, Abdel Majid Zibouh, verklaarde na afloop van de zitting door een kantoorgenoot van Moskowicz gevraagd te zijn als mede-eiser op te treden. ,,Als we eerder hadden geweten dat deze zaak speelde, had ik nog meer mensen en organisaties mee kunnen nemen'', aldus Zibouh, die niet op de dagvaarding stond. De Islamitische stichting die de zaak in eerste instantie had aangespannen had zich teruggetrokken, maar steunde volgens Moskowicz de aanklacht wel.

Volgens Moskowicz had Hirsi Ali de grenzen overschreden door godslasterlijke en beledigende uitlatingen tegen de islamitische gemeenschap in Nederland te doen ,,zowel in woord als geschrift als film''. ,,Zij koppelt een anekdote of enkele losse gegevens over (...) individuele islamitische landen aan korte `zedenschetsjes' die vaak een generaliserende en grievende inhoud hebben'', zei Moskowicz. Omdat, volgens Moskowicz, context mist in de verhalen van Hirsi Ali, dienen zij geen hoger doel.

Hirsi Ali's advocaat G. Kemper zei dat de uitlatingen van zijn cliënt kwetsend voor moslims kunnen zijn, maar vallen binnen de vrijheid van meningsuiting die in Nederland geldt. Eventuele beledigende opmerkingen moeten binnen de context van haar werk worden gezien, een context die volgens Kemper wel degelijk aanwezig is. Daarom kunnen haar beweringen over de islam niet aan banden worden gelegd. Blasfemie is alleen van toepassing als Hirsi Ali daadwerkelijk het ,,opperwezen'' zou aanvallen, maar zij richt zich in het aangehaalde interview tot de profeet Mohammed, en zo ver reikt het godslasteringsartikel nu eenmaal niet.

Moskowicz stelde dat Hirsi Ali door haar Kamerlidmaatschap een ,,uniek podium'' tot haar beschikking heeft, omdat ze makkelijk toegang krijgt tot de media. Dat zou haar tot enige terughoudendheid moeten bewegen, vond hij. Kemper wierp tegen dat de uitlatingen vallen onder de vrijheid van politieke meningsuiting (,,political speech'') die juist de meest mogelijke vrijheden biedt. Hij zei dat Hirsi Ali er niet op uit is om aanhangers van de islam te kwetsen of te grieven. ,,Ze vindt dat de koran niet letterlijk moet worden gepraktiseerd. Daaruit blijkt geen intentie om te beledigen.''

Hirsi Ali was zelf bij de zitting aanwezig, die daarom in een zwaar beveiligde zaal in Rotterdam plaatsvond in plaats van in Den Haag. Zij gaf alleen een korte slotverklaring af: ,,Leve de rechtsstaat!''

Uitspraak 15 maart te Den Haag.